Wolkenkind slaat vleugels uit

Zo zou het gebeuren. Zo had ik het in gedachten. Kleine broer en kleine zus, zouden het de 1e twaalf jaar van hun leven samen gaan doen.

DSC_4635

Zij aan zij, onze tweeling. Kleine broer, groter van stuk, maar fragieler dan zus, altijd al, zou het wel redden met zijn gulle lach en zijn grote hart. Kleine zus zou hem wel helpen. Ze zou zijn veters strikken, hem eraan herinneren welke huistaak hij moest maken, hem even helpen met een moeilijk woord of een moeilijke som. Zo zou het gaan.

Dit was plan A. Er waren signalen dat ons plan misschien niet realiseerbaar was en zo kreeg plan B vorm.

Buitengewoon onderwijs

Plan B is anders. En dat is niet erg.

Plan B impliceert dat kleine broer volgende week in het buitengewoon onderwijs – type basisaanbod –  instapt. Een beslissing die er kwam na overleg, herhaaldelijk overleg. Een beslissing die aanvankelijjk een beetje schuurde en wrong, een beslissing die niet over kleine broer alleen gaat. Een beslissing die gaat over draagkracht van kinderen, gezinnen, scholen, maatschappijen.

 

Plan B impliceert dat kleine broer volgende maandag alleen op de bus stapt zonder zijn tweelingzus, zonder grote broer, grote zus en het kleine sprotje.

Plan B impliceert dat het leven verdergaat. Dat dit is wat het is.

Dat dit prachtige kind verder kan.

dsc_5825

 

 

 

Over ijkpunten en fietsende kinderen

Ik blijf het doen, schrijven. En nog het liefst van al in het echt en het liefst van al naar mensen van wie ik weet dat ze evenveel deugd hebben van brieven krijgen als ik van brieven schrijven. Op handgeschreven bladen die ik daarna van een enveloppe en een postzegel voorzie en op hun reis naar die andere brievenbus stuur.

Ik heb ze nodig die ijkpunten. Die rustpunten die mijn bijwijlen chaotische leven overzichtelijk houden.

Fietsen

Nog zo’n ijkpunt dat ik sinds begin dit schooljaar aan mijn leven heb toegevoegd is de fietstocht van en naar mijn werk. Twee keer 40 minuten enkel mijn fiets en ik. Niets anders. Beyond reasoning, wat dat doet met mijn mentale hygiëne.

Ik probeer de microbe door te geven aan mijn kroost. Het schrijven oogst momenteel weinig bijval, het fietsen begint na even doorbijten aan te slaan.

Vorige vrijdag nog. Zo’n onverwacht klein geluksmoment.

Ik had nog wat opruimwerk op school en was uit het oog verloren dat manlief de kroost niet naar de atletiek kon brengen. Uiteraard zat ik te laat op mijn fiets om de kinderen op het startuur bij de training af te leveren. Een telefoontje naar de oudste zoon bracht soelaas.

‘We komen al naar de brug aan de vaart’, zei het bijwijlen zeer chaotische kind dat net als zijn moeder een meer dan gemiddelde nood heeft aan ijkpunten. ‘En daar wachten we.’ ‘De lampjes zijn opgeladen.’

Ik zag de brug aan de vaart opdoemen, maar daar stonden ze niet. Of toch? Ja, ze kwamen eraan. Kleine broer had zijn jeansbroek nog aan. Er was wat onenigheid. Door kleine broer waren ze te laat. Hij had de boel opgehouden en hij had dat nog grappig gevonden ook.  Hij had zijn sportbroek niet gevonden. Maar ze waren er. En hun lampjes brandden en 3/4 had er zelfs aan gedacht om zijn fluohes aan te trekken. Grote zus mopperde. Ze vond het te koud en te ver. Maar ze zat op haar fiets en vergat heel snel waarom ze aan het zeuren was.

Het kleine sprotje was liefdevol in de zetel geïnstalleerd door grote broer en vroeg me bij thuiskomst of ik even bij haar kwam zitten.

Ik had geen tijd en mijn huis was een stal. Maar de schoolkleren van het grut lagen wel op de salontafel en niet verspreid over het huis. De buitendeur was dicht en de lichten boven waren gedoofd.

Zouden ze het beginnen snappen? Dat je ijkpunten moet hebben om het te redden. Dat de hemel niet bestaat, maar dat het oh zo schoon kan zijn als iedereen zijn best doet om de boel geregeld te krijgen.

Op vrijdag zit ik even in mijn zetel met mijn kleinste sprotje. Ik luister naar haar gekwetter. In het nu, daar moet je zijn.

En daarna eten we croques. Elke vrijdag. Vorige vrijdag enkel voor de kroost in het gezelschap van een babysit.

Omdat wij erop uit waren met vrienden. In het echt. Nog zo’n ijkpunt dat het leven oh zo schoon en oh zo de moeite waard maakt.

 

Het jongetje dat nog steeds naar de wolken kijkt

Vorig jaar schreef ik hier al eens over mijn jongetje dat zo graag naar de wolken kijkt.

Mijn tweelingkindje, mijn dierenvriendje, mijn prins vol charmes. Wel dat jongetje doet dat nog steeds. Dat jongetje kijkt nog steeds ontzettend graag naar de wolken. Dat jongetje droomt van een hond en wil later een kinderboerderij uitbaten. Dat jongetje zit dit schooljaar ook voor de 2e keer in het 1e leerjaar.

DSC_5008

Lees verder

Tsjechië voor beginners

Groot nieuws! Wij zijn geslaagd zijn voor de ‘met-de-auto-op-reis-gaan-test’.

Er waren wat bezwaren:

  • Mezelve: Ik heb een rijbewijs. Ik rij met de auto van vooraf bekend punt a naar vooraf bekend punt b, maar als ik eronderuit kan. Zeer graag. Onnodig hieraan toe te voegen dat mij een rijbewijs doen halen voor mijn ouders een kostelijke bedoening was. Als co-chauffeur ben ik dus niet echt een asset.
  • De kroost: Het mannelijke deel ervan is begiftigd met zeer veel energie en zeer weinig geduld. Vooral grote broer. Dat leidt tijdens kortere trips geregeld tot heel veel heibel op de achterbank.

Manlief opperde om een tablet te kopen. Ik hield het been stijf en haalde mijn slag thuis.

Manlief bood eveneens aan om het hele stuk zelf te rijden. Ik mocht mij schikken in de rol van waterflesaangever en scheidsrechter bij bekgevechten.

Maar toegegeven: Het verliep vlotter dan verwacht. Wat hondenboeken, kleurpotloden en de editie van 2019 van Guinnes World Records niet allemaal kunnen verhelpen. Je houdt het niet voor mogelijk.

Zowel heen als terug lasten we een stop in in Duitsland. Een keer in Heidelberg waar we bleven overnachten en de zoo en een burcht bezochten en een keer in Hochwildschutzpark Hunsrück. 

 

 

Het logement

We kozen voor een authentiek huisje met zwemvijver in Tremesne in West-Bohemen, net over de grens met Duitsland. De haalbare afstand was een doorslaggevend argument in de keuze van de bestemming.

 

Ondanks het minder warme weer – we hadden maar 2 dagen van 25 + – hadden we het prima naar onze zin in ons ‘holletje van Pluto’.

 

Enkele tips:

Fietsen:

Wij brachten onze eigen fietsen mee in de aanhangwagen. Extra mooi meegenomen is dat manlief en ik sinds het begin van deze zomer zeer enthousiaste Cowboys zijn. Kleine zus en het kleinste sprotje die af en toe acherop dreigden te raken, konden we op die manier aan het armpje af en toe een eindje meetrekken. Op die manier bleef het tempo waarop de karavaan voor iedereen aanvaardbaar en was iedereen content. Grote broer legde het dubbele van de afstand af om hij geregeld spurtjes trok en dan een eind terugkeerde, maar dat deerde niet.

De vraag: ‘Wat kan ik doen?’ of ‘Ik denk dat ik me begin te vervelen.’, kon op die manier toch een aantal keer vermeden worden. Want ja, ook op reis, is het ene kind net iets aanweziger dan het andere.

Zwemmen en kijken:

West-Bohemen is bezaaid met grote en kleinere meren. Op fietsafstand van ons huisje was een iets groter meer waar de kinderen eindeloos hebben gezwommen en MacGyver hebben gespeeld. Lees: ‘Ik rij met mijn fiets het water in en kijk hoe ver ik kom zonder om te vallen.’

Het sympathiek restaurant / pension aan de oever was mooi meegenomen. Daardoor keerden we er ook 2 keer terug.  Bij valavond spotten we telkens tientallen herten in de velden langs de kant van  de weg. De schellebellen van de kinderen sneden als een mes door de stilte van de straten van het stille dorp waar we logeerden.

Ook wat binnenzwembaden betreft was er in de buurt een mooi aanbod aan eenvoudige, goedkope zwembaden met telkens een leuke glijbaan voor het grut en een warm brubbelbad voor de mama. En er was telkens een ruim aanbod aan ijsjes beschikbaar.

 

 

Geduldig zijn en meedeinen:

Het wetenschapspark Techmania  in Plzen was een prima oplossing voor die ene heel erg verregende dag. Hoewel de drukte daarbinnen met eerst een beetje overviel, was het heel knap en heel interactief opgesteld. Zo was er bijvoorbeeld een heel realistische simulatie van hoe het aanvoelt als je in een zinkend schip zit en kon je er ook proberen om een vaccin te ontwikkelen tegen een virus dat zich razendsnel over de hele wereld verspreidde.

Het oude centrum van Plzen is zeker ook een ommetje waard. Hoewel het in de regen natuurlijk wel wat van zijn glans verloor.

 

We ondernamen ook een wandelexpeditie naar het dorpje Nova Ves. Bossen en weiden  wisselden elkaar af onderweg. De vele grote sovjetboerderijen die soms bewoond waren en andere keren leeg leken te staan, waren stille getuigen van de tijd dat dit een zone achter het Ijzeren Gordijn was.

Na een tochtje van een uur of 2 bleek het enige restaurant / pension in het dorp leeg en verlaten en het gemetselde zwembad in de tuin half leeggelopen. Onderweg kwamen we geen kat tegen.

In het dorp waar we logeerden kwamen we enkel op de laatste dag 2 wandelaars tegen, voor de rest was er binnen een straal van 5 km geen toerist te bekennen.

Maar eigenlijk deerde dat niet echt. We hadden het gevoel dat we de wereld aankonden. Wij daar met z’n zevenen.

Hoewel we op haalbare afstand van Praag zaten en daar best ook een dag op verkenning konden gaan, lieten we de hoofdstad voor wat ze was.

Het oude zilverstadje Kutna Hora bezochten we wel en ook het daarbij horende vrij drukke Ossuarium van Sedlec, een kerk- / kapelachtig iets dat versierd is met stapels menselijke beenderen. Ook in de kleine stad Loket die op een uurtje rijden van ons huisje lag was het heel fijn vertoeven.

Ik mis ze nu al. Die dagen waarop de schellebellen van mijn kinderen door de stille straten van ons vakantiedorp schalden.

Voor ons was het perfect. Weg van de wereld en toch op een aanvaardbare afstand van de iets toeristischere knooppunten. Even losgekoppeld van het leven thuis, even zoveel mogelijk in het nu, bij die drukke, maar heerlijke kinderen die aandacht en energie vreten, maar die je zoveel teruggeven en die – oh cliché – groeien terwijl je er naartoe staat te kijken.

Het land Tsjechië zelf vond ik net iets minder uitnodigend dan Montenegro waar we vorige zomer naartoe trokken. Tsjechië heeft niet het ongerepte waar ik in Montenegro zo door gecharmeerd raakte en waar ik maandenlang zou kunnen blijven.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leuks voor West-Vlaamse kinders

Hij klokt alweer over halfweg, die fijne zomer van 2019. Aangezien manlief telkens pas in augustus vakantie neemt, heb ik er als ‘onderwijsmens-met-al-die-vakantie-weet-je-wel’  enkele weken opzitten waarin ik overdag de kindervreugde solo voor mijn rekening heb genomen.

Met nog maar één kleuter in huis, zien mijn zomerdagen er helemaal anders dan pakweg 3 jaar geleden. Geen potjes, papjes en en dutjes meer. Ik hou het bij deze ene stelregel: Vertrek nooit ergens heen zonder een drinkbus water.

Vakanties moeten niet volgesjouwd en volgepropt zitten met 97 uitstapjes per dag. Voor mij mag er af en toe eens een Kondodagje thuis tussen zitten ook. De kroost is daar minder van overtuigd en durft daar al eens een zaag over te spannen. Edoch, uiteindelijk vinden ze thuis altijd wel een creatieve bezigheid en vergeten ze op den duur dat ze zich aan het verveeeeelen waren.

Nu de kinderen de weldadigheid van zomerkampen mét overnachting hebben ontdekt, ben ik plots heel af en toe ‘ns helemaal alleen thuis overdag en eigenlijk vind ik dat helemaal niet onprettig.

Toch de hort op? Dan kan ik je wel even op weg helpen met enkele evergreens voor onze kroost.

De Sierk

In Familiepark De Sierk  in Klemskerke is altijd, maar dan ook altijd leuk. In dit speelpark installeer ik mij met een goed boek, spreek ik met de kroost af dat ze één iets mogen kopen om te eten of te drinken, zo ongeveer anderhalf uur na aankomst en dat ze voor de rest hun plan moeten trekken.

Uiteraard doe ik af en toe mijn toer om te kijken of alles kits is met iedereen. Maar eigenlijk kan er je kind in de Sierk niets overkomen. Alles is er zo heerlijk chill en zo magnifiek goed gevonden. Er is een leeuwenkuil met een echte pluchen leeuw, er is een plek waar het grut met recupmateriaal kampen kan bouwen, er zijn glijbanen, draaidoeken, hokjes gevuld met plastic beesten en caravanachtig iets waar de kinderen met poppen kunnen spelen, er zijn grijpkraantjes … . Dit allemaal heel erg oldskool, maar och zo tof, ook voor onze grote broer die met zijn 10 lentes, zomers, winters en herfsten echt nog helemaal in de doelgroep past.

Cirque plus

Ook Cirque plus , het jaarlijkse 3-daagse circusfestival in de tuinen van het Grootseminarie in Brugge staat bij ons met stip  op de agenda. Mooi meegenomen is dat nagenoeg alle voorstellingen gratis zijn. Met de fiets staan we er in een kleine 3 kwartier en ook hier spreken het ambachtelijke en het ongedwongene van alles ons enorm aan.

Grote broer is al jarenlang een enthousiast lid van Circus Woesh. Voor hem was het dus extra leuk meegenomen dat zijn lesgevers er ook waren en dat hij ook al een paar kunstjes kon laten zijn met het aanwezige speelmateriaal van Woesh.

Dit jaar had ik wel voor het eerst het gevoel dat Cirque Plus wat te populair aan het worden is. Een peuter verlies je hier zo uit het oog. Thank god dus, dat ik er geen bij had. Afspreekplekjes vastleggen voor het geval je een kind uit het oog verliest, is hier dus zeker een must.

 

Kunstenfestival Watou

Naar de poëziezomer van Watou nam ik dit keer enkel het kleinste sprotje mee wegens maar één kind beschikbaar. De rest was weg met Kazou.

Inhoudelijk vond ik alles ietsje flauwer dan dan de editie van 2017 die ik samen met een lieve vriendin met heel veel verteltalent, haar 3 kinderen, mijn 5-tal en één geleend exemplaar ging bezoeken. Wat ons dit jaar ondanks wat pas- en meetwerk niet is gelukt.

In de verschillende binnenruimtes was er niet echt één specifiek werk dat me meteen aansprak. Alles kwam nogal lauwtjes over. Zo van: ‘Oei het is weer poëziezomer in Watou, wat moeten we nu weer verzinnen?’

De nieuwe begraafplaats had met het venster naar niets had wel iets beklijvends. Ook het koffiehuis De Filosoof bleek een ontdekking.

Dranouter

Ben je nog nooit in Dranouter geweest? Ga dan alstublieft eens en vertel mij hoe het was. Ik ben er zeker van dat je het woord ‘fantastisch’ zult gebruiken in je omschrijving.

Ik ontdekte Dranouter in mijn studententijd toen kotgenoten me op sleeptouw namen. Sindsdien heb ik met een kort intermezzo wegens teveel getsjool met een te omvangrijke schare zeer jonge kinderen zelden een editie overgeslaan.

Dit jaar bracht ik de zaterdag op het festivalterrein door in het gezelschap van grote broer, het oudste neefje, kleine zus en het kleinste sprotje.

Ik pikte maar 2 optredens mee. Een van Jan De Wilde in de grote tent en een magistraal-ontwapenende show in de kerk van Wannes Cappelle, broeder Dieleman en Frans Grapperhaus. Voor de rest deinde ik rustig mee met wat de dag me bracht.

Dat magistrale moment nu: Op een kussentje vooraan in de kerk met mijn 2 meisjes dicht tegen me aan genoot ik van elke seconde, elke noot en elke lettergreep van wat Cappelle en co brachten. Het kwam niet in me op om op dat moment mijn camera boven te halen. Zo sacraal voelde ‘Dit is de bedoeling’ aan. Het leek wel telepathie toen Dieleman vertelde over zijn jeugdjaren in een reformatisch milieu in Zeeuws-Vlaanderen omdat ik in de wachtrij om de kerk binnen te geraken even verdwenen was in een boek van de Nederlandse auteur Franca Treur over dezelfde thematiek. Tel daar mijn kleinste sprotje bij dat met een vlekkerige stylo een huis met een hond en een schommel op mijn hand aan het tekenen was en je kunt je iets voorstellen bij mijn mindset.

En dan heb ik je nog niet verteld dat het optreden bij het vallen van de avond plaatsvond waardoor het stervende licht dat de ruimte binnenviel de sfeer nog feeërieker maakte.

Ik vond de 2 grote jongens terug op ons afspreekplekje. Ze hadden plastic bekers verzameld en hadden er een tolletje van laten maken. Ze hadden bonnetjes geruild met een ander gezin uit onze hometown dat zo mogelijk nog meer verslingerd is aan het jaarlijkse Dranouterfeest. Ze waren content, ze waren blij dat ze erbij waren, met mij in Dranouter.

Ik reed naar huis door de nacht. Ik haat autorijden, maar voor één keer vond ik het niet erg.

‘Uw kinders zijn uw kinders niet’, zongen ze in de kerk en ‘Wie niet kan tegenspreken is niet vrij’ (in het West-Vlaams uiteraard). Ik wist het al, ik wist alles wat ze zongen al maar het was oh zo mooi.

 

 

Als de muisjes van huis zijn, dansen de cowboys

Onaards rustig is het in dit huis. De ontbijttafel is afgeruimd. In de kamer hiernaast schetteren enkel twee zachte kleinmeisjesstemmen. Kleine zus en een nichtje dat komt spelen zijn voorlopig de enige twee kinderen onder dit dak. Grote broer, grote zus en de tweeling zijn op scoutskamp en komen pas vanmiddag terug.

Lees verder

Feesten voor gevorderden

Uw zwetende puber en uw uitgeputte student moeten nog even volhouden. But I, I made it. Ik kreeg ze opgesteld, die dekselse examens Nederlands. Waarvoor ik karrenvrachten boeken meebracht uit de bib, Humo’s schooide bij een vriendin en urenlang zocht naar actuele teksten die bevattelijk en toch uitdagend genoeg zijn om uw puber ervan te overtuigen dat Kafka springlevend is, ook vandaag nog. 

Tip voor mezelf: Zorg voor examens die iets vlotter te verbeteren zijn. (Almost there) 

Tussen al dat examengewroet kreeg ik ook nog in een handomdraai een communiefeest en twee verjaardagsfeesten ineengedraaid.

Enkele tips om op dat vlak ‘foert’ te zeggen tegen de juiste dingen. Wees gerust: mijn gasten waren content en ik ook.

Marshmallows roosteren

Mijn 10-jarige belhamel mocht de spits afbijten met een avontuurlijk verjaardagsfeestje met vuur, marshmellows en een ‘niet-kinderachtig opdrachtje, mama’ in het nabijgelegen natuurgebied, De Schobbejak.

‘Luister vriend’, had ik gezegd. ‘Ik heb niet veel tijd om schattenjachten te bedenken. Ik trek me tot 16 u terug in mijn bureau om te werken. Jij bereidt voor met papa en de broer en zussen’.

Het kind had een assortiment stokken bijeengezocht voor de marshmallows, het grut was met bloem en keukenrol aan de slag gegaan om het meelballengevecht voor te bereiden. Ik gooide chocolade, slagroom en eiwit in de keukenrobot  voor de chocomousse en dat was het. Mijn kind van 10 had zijn eigen feest helemaal zelf ineenbokst. Tussen 19 u en 22 heerste er vrede in en rond ons huis.

Mijn oudste is er een van de competitieve soort. Een dag, nee een minuut zonder rock-‘n-rol, is een verloren minuut. Dit zeer geslaagd feestje bezorgde mij daarom des te meer een voldaan gevoel.

Hacks voor een feest voor een kind dat wel iets heeft van een stuiterbal:

  •  Laat het kind zelf voorbereiden, enkele dagen op voorhand wel even kortsluiten (genre: Ik zorg voor 10 ballonnen als jij 10 stukje koord van de bol snijdt, jij zoekt 10 min of meer even grote keien bij elkaar, ik zorg dat er bloem en keukenpapier in huis is …)
  • Voorzie een bokaal met naamkaartjes van de gasten. Zo verdeel je je groep in een handomdraai in twee en vermijd je competitievervalsing. Nee, het is niet eerlijk als de jarige en het neefje dat hier kind aan huis is in dezelfde groep zitten.
  • Betrek de gasten bij de bereiding van het maaltje. (Geef ze een stok om zelf hun marshmallow te roosteren, laat ze zelf hun stokbroodje doorsnijden …)

Feest voor twee

Voor het communiefeest voor kleine zus en kleine broer, aka de tweeling, ging ik zelf aan de slag in de keuken. Manlief nam een dag verlof om het terras in de tuin te voegen en alle buitenruimte enigszins toonbaar te maken.

Voor het middagmaal met de familie kocht ik bereide vispannetjes en maakte ik zelf gratinaardappelen. ’s Avonds was er huisgemaakte vol-au-vent met frietjes en een schaal groenten. Iets te weinig, zo bleek achteraf , want mijn vleeskom was nog net niet schoongelikt.

Voor hapjes vond ik geen tijd meer. Of het moest dat restje gehakt zijn waar ik wat bladerdeeg omrolde om er worstenbroodjes van te maken. Een chipje smaakt ook altijd he. En als die ook opraken,  zet je een van je kinderen op de go-cart en stuur je een neefje mee om de voorraadkast van je broer die even verderop woont te plunderen.

Het dessert was huisgemaakt. Maar niet allemaal in mijn huis. Dankjewel aan de dappere baksters. 

Hacks voor een communiefeest: 

  • Een springkasteel (evergreen, I know) met een glijbaan als het even kan. Zo blijft het ook voor de grotere kinderen (10 +) fun. Knijp een oogje dicht als je ziet dat je oudste de ladder uit de brouwerij haalt om die als extra attractie toe te voegen aan het springkasteelgebeuren.
  • Een pinata: Uren voorbereidplezier, een goede les in sociale vaardigheden (‘Nee, the winner takes it all’, gaat hier niet op)
  • ‘Ja’ zeggen als één van de gasten vraagt of hij iets kan doen: ‘Kun jij chocomousse maken en jij rabarbertaart?’ En dan heb ik het nog niet gehad over die fantastische unicorntaart.
  • Helpende handen aanspreken om het eet- en drinkgebeuren in goede banen te leiden en om achteraf niet nog een hele dag zelf te moeten opruimen. Dankjewel Astrid en Steven.
  • Doe wat je kan en laat de rest voor wat het is. Sorry, dit jaar geen tijd voor hapjes en voor fotoversiering.

En dan zitten we nog met een jarige

Regels zijn er om te respecteren. Vanaf 5 jaar krijgen onze kinderen een verjaardagsfeestje met vriendjes.

Kleine zus had er maanden naar uitgekeken en blies toch wel net de dag na het communiefeest die vijf kaarsjes uit zeker.

Was dat een makkie, dat feestje. De 5 uitverkoren bezoekertjes bleken uitzonderlijk rustig. Een prinsessenjurk en een pannenkoek meer hadden ze eigenlijk niet nodig. Maar er was meer, onverwacht.

Een oud-collega was op zoek naar ‘probeerkindjes’ om haar schminkskills  een beetje aan te scherpen. Ze stuurde mij op zondagavond een berichtje daarrond. ‘Het is goed’, zei ik, ‘morgen tussen 13 u en 16 u staan er vijf 5-jarigen voor je klaar’.

Hacks voor een eerste verjaardagsfeestje: 

  • Hou het simpel, zowel wat aantal gasten als wat activiteiten betreft.
  • Pas je aan aan de rij- en rusttijden van de kinderen. Ik ging van start om 13 u. Zo heb ik 60 vragen van het feestvarken over ‘Hoe lang nog?’ vermeden.
  • Moei je niet te veel met het spel van de kinderen. Hou je wat op de achtergrond en laat ze gewoon spelen.