La douce France met Tarzan, Jane, broer en zusjes

Omdat ons gezin met zijn 7 kopjes een tikkeltje buitenmaats is, zijn wij er wat zomerhuisjes boeken betreft altijd vlug bij.  Voor nieuwjaar ligt ons zomerplekje meestal al vast.

Zou het lukken, zou het mogen? (Je kent het ongetwijfeld: Dat mantra dat sinds corona in je hoofd is geslopen van zodra je denkt aan een feestje, uitstapje, reisje …)  Soit, het mocht en het kon en weg waren we 2 weken geleden.

Lees verder

Welcome to My Garden: bijna altijd een goed idee

Wij hebben een fijne tuin met sympathieke tuinbewoners, zijnde een stel geiten – waaronder onze Joke die met haar 16 lentes eigenlijk een stokoude dame is en wat last heeft van stramme pootjes – kippen en eenden. Wij wonen op een leuke plek en we hebben nieuwsgierige kinders die houden van volk om zich heen. Tel daar nog bij op dat wij van de soort zijn die gelooft dat het schoonste geluk niet te koop is.

 

Hup dus, een account aangemaakt op Welcome to My Garden .

Een initiatief waarbij particulieren hun tuin gratis ter beschikking stellen van trage kampeerders (fietsers en wandelaars dus.)

Lees verder

Waar zijn de helden?

Tussen 8 u 15 en 15 u zijn de hond en ik op dinsdag, donderdag en vrijdag alleen thuis.

De introspectie, de diepe drang om waardevols mee te nemen uit de periode die voorbij is, komt vanzelf, hand in hand met dat beetje rust en stilte waar ik zo naar uitgekeken heb.

Geen standbeelden

Ik wil geen standbeeld installeren, Voor niemand.

Ik wil wel zeggen dat het klopt. Dat één mens met een vriendelijk woord of een oprecht gebaar een spoor door andermans leven kan trekken dat leidt naar meer zinvolheid, meer mededogen en meer betekenis:

  • De bibliotheekmedewerker die me zegt dat ze met plezier op zoek is gegaan naar de boeken die ik meerdere keren per week bestelde via de afhaalbib in mijn thuisgemeente.
  • De juf van kleine broer die me na zijn eerste schooldag een berichtje stuurde om me te zeggen dat ons jongetje zich zo verloren leek te voelen op school, maar dat het beterde toen ze hem liet vertellen over zijn dieren.
  • De busbegeleider die mijn gemondkapte kind begroet met een luid en duidelijk ‘goeiemorgen, Beertje’.
  • De scoutsleiders die meteen nadat bekend is gemaakt dat jeugdkampen kunnen doorgaan een op en top professionele brief bezorgden met heldere uitleg over het langverwachte kamp van onze 4 oudste rakkers.
  • Het groepje leerlingen (opvoeders in spe) dat mij tijdens een moeilijke livesessie – met veel gedonder met mijn eigen kinderen –  tips gaf over hoe ik mijn kroost op een fijne manier gemotiveerd kon houden voor hun schoolwerk.
  • De leerling die me liet weten dat ze dankzij mijn originele boekopdrachten opnieuw met veel plezier zelf aan het lezen is geslaan.

Een job uit de 1.000

Ik wil evenmin een pleidooi houden. Voor of tegen de zinvolheid van om het even welke job.

Ik wil alleen zeggen dat wie leerkracht is en die job vervult vanuit een diepgewortelde overtuiging dat een mens een ander mens kan doen groeien altijd zinvol werk kan verrichten.

Als je de wet van de communicerende vaten maar binnen handbereik wil houden, als je maar wil luisteren en blijven luisteren.

 

 

 

 

Het wandelende kind

We gingen wandelen. Grote broer en ik.

Op weg naar de ijsjeshoeve. Waar we vervolgens geen ijsje kochten wegens een te lange coronafile.

Het kind praatte en praatte en zweeg soms. Ik wandelde en luisterde. Ik had het niet over mijn geduld en mijn energie die zwaar geërodeerd zijn van meer dan 2 lange maanden thuis. We hadden het gewoon over de dag, het nu, het moment.

Over de hond die de hondenpoepzak vulde op de verst mogelijke afstand van de vuilnisbak. Over het haar van het kind dat nu echt op dat van Tarzan begint te lijken, over de broek die tante Lies voor hem maakte en waar ze speciaal voor hem zakken in heeft voorzien.

DSC_7608

We wandelden en wandelden het kind raakte zelf zo in zijn hum dat ik een foto van hem mocht nemen.

We kwamen thuis en het huis had zichzelf niet opgeruimd. Maar het zag er toch een beetje properder uit omdat we het ‘nu’ hadden geconsumeerd in plaats van het gewoon te laten voorbijgaan.

Ik begon aan het avondeten. Er kwamen vragen en verzuchtingen. De plaat ging op repeat: ‘Ik heb honger. Mag ik een koek? Ik mag geen filmpje kijken op YouTube en die of die broer of zus heeft er 2 achter elkaar gekozen. Ik wil de hond. Ik heb dorst. Ik wil mijn half uurtje computer. De hond moet naar buiten, maar ik wil hem niet buitenzetten en ik wil al helemaal niet bij hem blijven’.

Maar het ‘nu’ was er wel geweest.

En dat wil ik meepakken als les van mijn kind.

 

Wonderwoman bestaat niet

Vorige maandag stapte kleine broer opnieuw op de schoolbus. Met mondkapje om. Weg grote mond. Plots bleven er alleen nog bange ogen over.

En een hart, het mijne, in 1.000 stukken op de grond. Omdat dat kind op die bus moest en omdat ik tegelijkertijd zot content was dat hij op die bus kon.

Omdat meer dan 2 maanden met mijn 5 bloedjes op een stok het uiterste van mijn krachten, mijn energie en mijn geduld heeft gevergd.

Lees verder

Thuis in mijn bubbel

Grote broer, schouderlang haar, rent gillend rond te tafel. Er zit een splinter in zijn vinger, en die moet eruit, maar daarvoor mag geen naald en geen nagelschaartje gebruikt worden. 

Het kind is erg stoer, maar ook extreem kleinzerig. Verschillende pogingen later zit de splinter nog steeds in de vinger. 

Het huis is behoorlijk aan de kant, de weekendagenda is leeg en luchtig. Het zondagse ontbijt staat op tafel. Ikzelf moet drie kwart van de tijd rondlopen om dingen op te rapen, af te spoelen, op tafel te zetten … Niets nieuws onder de zon. 

Lees verder