Samen (onder)weg

We maakten ons zorgen over coronapassen, over al dan niet gevaccineerde leerlingen aan wie we niet met zoveel woorden mochten vragen hoe het met de vaccinatiestatus gesteld was, over afgelaste fuiven die een extra cent in het laatje hadden moeten brengen, over coronavouchers van eerder afgelaste trips die moeizaam ingeruild raakten … Maar kijk, op het moment dat jij dit leest zijn we onderweg en ruil ik de vaart Stalhille – Brugge voor een weekje in voor uitzicht op de Middellandse Zee.

We gaan naar Marseille en Cassis, voor een trip om een de middelbareschoolcarrière van een groepje prachtige jonge mensen op een mooie, verbindende manier af te sluiten.

We bereidden voor, we stippelden wandelingen uit, legden sterrrenkaarten klaar, benadrukten dat er een brooddoos, een drinkfles, een slaapzak, een paar stevige schoenen en heel veel goesting om er iets moois van te maken in de valies / trekrugzak moest geladen worden.

En wat komt, dat komt. Er zal gedonderd zijn om het verre wandelen, het hostel zonder wifi, de blaren van x en de te zware koffer van y. Gestress om de treinoverstappen en om de opdrachten waarbij er mensen moeten aangesproken worden – in het Frans dan nog- daar ter plekke.

Maar het wordt mooi, het wordt onvergetelijk. We maken foto’s met ons hart die we een leven lang zullen koesteren. We gaan samen leren en vooral samen leven.

En daarna gaan we in een laatste rechte lijn richting afstuderen voor die meereizende leerlingen en daarna reizen zij verder zonder dat we ze fysiek de weg wijzen.

Maar we zullen steentjes verlegd hebben, daar ben ik zeker van.

Berlijn met dochters

Gewapend met hun bullet journals (met hun voorbereiding, weet je wel) trok ik met grote zus van 10, kleine zus van 9 en het kleinste sprotje van 7 naar Berlijn. Met de trein. Wegens best wel betaalbaar en in mijn ogen iets meer overbrugbaar dan het vliegtuig als enige volwassene met een resempje kinderen. Als je graag leest, genummerde plaatsen boekt (doen!) en reisgezelschap meeneemt dat lezen ook als een prima tijdsbesteding beschouwt, is net geen 8 u reistijd best wel overbrugbaar.

Logeren deden we in https://huettenpalast.de/ , een charmant hotelletje in Neuköln (op wandelafstand van metrohalte Hermannplatz) , opgevat als loods met indoorcamping. Wij huurden 2 vrolijk geschilderde en netjes onderhouden caravans naast elkaar. Het was er erg rustig, met amper de helft van de campingplekken bezet. Die indruk had ik trouwens af en toe over Berlijn in het algemeen. Misschien omdat we er van woensdag tot zaterdag waren en daardoor de weekenddrukte wat konden vermijden.

Voor de kinderen was dit logement een absoluut schot in de roos. Zij genoten vooral van de schommelstoel en van in en uit hun caravan banjeren om te spelen en te lezen. Voor reizen met zelfstandige lagereschoolkinderen is dit echt een toplocatie.

Ik ben geen held in me oriënteren en heb er een absolute hekel aan om onderweg nog vanalles en nog wat op de telefoon te moeten opzoeken. 2 vooraf geplande bestemmingen per dag (met afgedrukte tickets) en een metro-app (Berlin Subway) die ons getipt was door een fijne collega die met zijn vriendin nog in Berlijn was toen wij er aankwamen en met wie we op woensdagavond gingen eten bij de prima Italiaan http://www.gallonero-berlin.de/ bleken voldoende om het met niet meer dan een occasioneel verdwaalstressje in mijn zijn eentje te redden.

Voor mij was het de eerste keer dat ik er als enige volwassene met een aantal van mijn kinderen op uit trok. Reizen met kinderen is vermoeiender als je de enige grote mens bent. Da’s zeker. En reizen met vrienden en hun kinderen is absoluut heerlijk. Toch raad ik iedereen aan om dit ook eens te doen met kinderen die nog echt kinderen zijn en gewoon zoveel mogelijk bij jou willen zijn.

Ik vond het heerlijk om te zien hoe de meisjes de treinrit heen en terug uit hebben gezeten door te lezen, te schrijven en heen en weer te lopen in de trein zonder een enkele keer te zeuren om schermtijd. (Die was er niet, dat wisten ze op voorhand.) Grote zus en kleine zus schelen maar een dik jaar in leeftijd en kunnen dus min of meer hetzelfde aan, zowel wat dingen verstaan als wat fysieke fitheid betreft (grote zus kan meer, maar is fijngevoelig genoeg om haar tempo aan te passen.) Het kleinste sprotje wentelde zich af en toen in haar rol van ‘kakkenestje’ en kreeg het voor elkaar dat ze elke nacht bij mij in de caravan mocht slapen terwijl we eerst hadden afgesproken om te wisselen, maar ook dat verliep zonder grote problemen.

Het boek Mijn Berlijn van de Nederlandse blogster Marjolein van der Kolk heeft bij ons een vast plekje in de gezinsbib. Daar was op voorhand naarstig in gebladerd op zoek naar leuke uitjes.

Ook van zinnens om naar Berlijn te gaan (al dan niet in het gezelschap van je kinderen)? Deze plekjes zijn het bezoeken waard. Mooi onderhouden speeltuinen vind je overal. Laat je wat dat betreft gewoon even verrassen. Voor fijne tentoonstellingen en leuke eetplekjes doe ik wel graag wat research op voorhand:

  • Joods Museum : Erg ruim en verscheiden. Je kunt er gewoon even in rondstruinen om de algemene sfeer op te snuiven, maar er is ook best wat interactiefs te ontdekken. Tickets zijn gratis, maar moet je wel op voorhand boeken. Voor het speciaal op kinderen gerichte deel van het museum Anoha dat vorige zomer openging waren geen tickets meer beschikbaar (da’s voor de volgende keer.) In het café kon ik bovendien mijn gsm opladen, want met al dat navigeren neem je best een ladertje voor onderweg mee. (Die had ik bij, maar had ik in het logement laten liggen. )
  • Humboldt Forum : Wat een plek is dat? Grote zus wilde hier per se naartoe nadat ze over Alexander von Humboldt had gelezen in ‘De H van Humboldt’ van Barbara Rottiers. Wij bezochten de tentoonstelling van ‘Berlin Global’ en waren hier dik 2 uur mee in de weer. Opnieuw heel veel interactiefs te beleven. Met koptelefoons en invulboekjes (moeder, gij zult vertalen) .
  • Tierpark Berlin, een evergreen waar ik bij mijn vorige Berlijnbezoek ook een fijne middag beleefde. Denk aan eender welke mooie dierentuin waar je ooit eens was maar dan zonder wachtrijen. (Heerlijk he!)
  • Koffiebar Coffee Lab . Wat een heerlijk plekje was dit. Piepklein, maar erg lekker en met 100 % vakmanschap gemaakt. We hadden hier een heerlijk ontbijt met koffie voor mij, sapjes voor de meisjes en heel lekkere bagels en croissant met ham en kaas. Ook Anna Blume was een fijn ontbijtplekje.

Waar wacht je nog op? Hup, je moest als weg zijn.

’s Morgens in de vroegte

Het zomeruur piekt een beetje. Waardoor het me iets meer moeite kost om gezwind uit bed te springen als de rest van het huis nog slaapt. Niettemin zijn ze heilig, al die gewonnen minuten voor 6 u 30 ’s morgens. Ik knoop eindjes aan elkaar, van lessen, van gedachten … Ik schrijf al eens een brief, ik laad alvast de volgende lading in de vaatwasser of wasmachine. Ik leef en adem alleen voor mezelf om er daarna te zijn voor wie mij nodig heeft. Er zijn geen eisen, geen vragen, de volgorde die ik bepaal is de enige die telt.

Daarna is er het ontbijt, de lunchdozen, het geregel voor avondeten, verplaatsingen van en naar school en hobbyplekken, verbouwings- en andere besognes, dringende berichtjes, zwemtassen, te kleine sportschoenen, kappersafspraken, versleten sandalen, sneeuw in april, geklit haar dat dringend gekamd moet worden, feestjes en cadeautjes voor feestjes, schoolreizen en schoolprojecten met losse eindjes, de 1000 dingen die gedaan moeten worden om voor de leerlingen het maximum uit een schooldag te halen …

Ik heb ze nodig die rustige momenten. Omdat ik anders het overzicht verlies.

En ik zou ze iedereen aanraden. Ze maken me bedachtzamer, helderder en ze houden me dichter bij mezelf. Ze laten me zien dat er schoonheid is ondanks alles wat onderweg misloopt.

Soms houdt het me wakker. De gedachte dat dat mensen ziek worden van het leven. De gedachte dat door de dag komen en al de praktische moeilijkheden trotseren voor sommigen niet meer lukt en dat we dat niet zien of wel zien maar niet weten hoe te helpen.

Laat ik ze, die 5 prachtige kinderen van mij leren dat dichtbij mensen zijn en blijven het fundament is waarop ze hun leven kunnen bouwen.

Moeder maakt een punt (dat er geen is)

Vorig weekend vierden we het leven, op een meerdaags uitje in Vielsalm met mijn broer en zus en de hele kinderboetiek. (15 stuks tussen de 3 en de 15 jaar oud). Mijn koters hadden zelf hun valies gemaakt en hadden bijgevolg net iets te weinig verse kleren bij. (Zou men honger leiden om een kousenbroek vol modder en een gescheurde handschoen, bijlange niet.) Een van de nichtjes moest overgeven (meerdere keren, ook in de auto) en een ander nichtje was nog niet helemaal opgeknapt van een paar daagjes ziek zijn waardoor ze niet veel moest hebben om het op een hartverscheurend huilen te zetten.

Toch is zo’n weekend een opsteker van jewelste en een bewijs van het feit dat even tijd maken om samen te zijn het schoonste cadeau is dat een mens aan een ander mens kan geven. Ondanks het eindeloze eten aanslepen en het feit dat je bestand moet zijn tegen de desillusie dat spic-and-span niet bestaat in een huis waar 15 kinderen in- en uitbanjeren.

Ik hoop dat het jonge volkje daarvan onthoudt dat gedeelde smart halve smart is en gedeelde vreugde driedubbele vreugde.

Wankelen

Manlief en ik rennen in het dagelijke leven ook van hot naar her en wankelen soms net zo goed als iedereen in onze levensfase in die welbekende spreidstand tussen ok en net te veel. Hoe louterend is het dan om te zien en te voelen dat je daar niet alleen in staat, in dat gewankel. Ook al heb je soms die indruk. Als je na een pittige werkdag op school de poort opendoet en er een niet-gesorteerde vuilniszak met Mooimakers-opraaprommel opnieuw de straat opwaait. Als de geit de straat bijeenblaat omdat ze gehoord heeft dat je thuis bent en jij liefst eerst zelf een koffietje wil drinken vooraleer je aan het opruimen / koken / huiswerk begeleiden / hond uitlaten / overtuigen om te douchen en het (lange) haar grondig te kammen / werken voor school … slaat. Als je je een tikkeltje schuldig voelt omdat je later thuis bent dan verwacht waardoor de kinderen een hele poos alleen thuis zijn geweest. Als je alweer boven in je bureau aan het werk bent terwijl manlief eigenlijk net thuis is. Als het opnieuw al veel te laat in de avond is en je nog zoveel had willen doen. …

Onze kroost groeit voorspoedig op. Met de bluts en de buil. Het pad loopt niet altijd over rozen. Maar he, ze zijn er, he. Die 15 neefjes en nichtjes. Ze zijn gezond, zo zelfstandig als maar kan, ze lopen heus niet allemaal een vlekkeloos parcours, maar ze zijn er. Stuk voor stuk geliefd en gekoesterd en voorzien van alles wat nodig is om straks een zelfstandig leven te leiden.

Ik probeer dat niet te vergeten, vooral niet op de momenten dat het lijstje met dringende zaken voor werk of thuisadministratie eindeloos lijkt en het ‘piekt’ omdat je ’s avonds geen fut meer hebt in een verhaaltje voor het slapen waar het kroostje heus geen 10 jaar meer om zal vragen. ‘In the end’ is het goed zoals het is. Helemaal goed. En sturen we onze kinderen straks gewapend met een pantser van zachtmoedigheid en goesting om er samen voor te gaan de wijde wereld in.

Meer kunnen we voorlopig niet doen.

De jongen en zijn vriend

Vrijdagmiddag, nog geen drie uur. De poort kriept open en de soundtrack voor de komende week begint. De meisjes zijn thuis van school en in vrijdagmood. Lees: beetje hangen, beetje roepen, beetje zeuren om wat lekkers. Ik heb mezelf voorlopig nog ‘eingesperrt’ in mijn bureau boven. De intervallen tussen de dringende klopjes op mijn deur worden steeds korter.

De deadline voor de examenevaluaties schuurt tegen zijn einde aan. Het nieuwe evaluatiesysteem op school kampt met nogal wat kinderziektes waardoor een kleinigheidje aanpassen hier en daar al snel uitmondt in een urenlange heropstartsessie.

Deze week gaan we online klassenraad houden. ‘We do what we have to do’.

Toch sta ik versteld van de frisse monterheid waarmee ik dit alles eraan zie komen. Ik heb het voorbije jaar meer boeken gelezen dan ooit tevoren, ik heb mijn weg gevonden in een nieuw schoolsysteem en ik ben er voor het eerst in jaren in geslaagd om enige regelmaat te krijgen in mijn loopsessies. (Tot een gebroken voet vanwege een fietsongeval middem november daar een stokje voor stak. Ondertussen ben ik uit het gips en lijkt een eerste loopsessie stilletjesaan haalbare toekomstmuziek.)

Net als zovele andere gezinnen raakten ook wij in een quarantaineloop gevangen. 4 van de 7 gezinsleden kregen corona. Gelukkig zonder veel erg. De jongens en ik ontsnapten er voorlopig aan.

Ik neem het verhaal van de verveling en de afgelaste sportwedstrijden, het gesukkel met codes en testresultaten niet mee naar morgen.

Doe mij maar het verhaal van de wonderlijke juf van kleine broer. Ik vertelde er hier al eerder over. Kleine broer heeft moeite met school. Zo veel moeite dat het buitengewoon onderwijs voor hem een veilige haven werd waar het leren wel lukt, op zijn tempo. Terwijl zijn tweelingzus zich de leerstof van het 4e leerjaar eigen maakt, baant hij zich een weg door de leerstof van het 2e leerjaar.

Op zoveel andere vlakken excelleert het kind wel. Tijdens zijn quarantaine was zijn grootste bezorgdheid wie zich nu om klasgenootje S. zou ontfermen. In de klas van kleine broer zitten normaal begaafde kinderen met leerstoornissen en met autisme broederlijk naast elkaar.

Kleine broer en S. zijn 2 handen op één buik. De jongens begrijpen elkaar zonder woorden. Kleine broer die erg opmerkzaam is en altijd alles heeft gezien, voelt aan wanneer S. extra beschutting nodig heeft en neemt hem in bescherming als andere kinderen het op hem gemunt hebben. Zonder roepen en zonder tieren. Gewoon met rustige vastigheid.

Thuis slaat kleine broer net zoals de rest van de kroost wel eens aan het razen. Hij verheft zijn stem, hij grist een 2e portie koekjes weg en ontkent vervolgens staalhard. Hij wordt razend kwaad als grote broer langer mag opblijven en houdt vervolgens als een onvermoeibare soldaat de wacht voor zijn slaapkamerdeur.

Maar op school is hij de hoeder van S. En toont hij ons dat school zoveel meer is dan je de leerstof van schooljaar X of Y eigen maken.

Dit verhaal neem ik mee naar 2022.

En hier, hier blijf ik van dromen voor 2022.

Communieverdriet

Net voor de herfst zijn deken van mistigheid helemaal uitspreidde over de dagen vierden we feest. Feest voor grote broer en voor het kleinste sprotje. Een uitgesteld vormsel en een uitgestelde 1e communie. Waar de 1e communie een feest van blijschap en betrokkenheid was, was in de vormselviering weinig van dit alles terug te vinden.

Schone feesten, daar niet van, want dat kunnen wij nu eenmaal heel goed. Het leven omarmen. De viering in de kerk van de oudste leidde enkel tot heel veel frustratie.

Er ging eerst en vooral een ellenlange, nietszeggende voorbereiding en een bombardement aan mailtjes vooraf aan de grote dag. Het kind moest goed weten waarom gevormd wilde worden. Wij als ouders werden herhaaldelijk op onze plichten gewezen. Via mail, eindeloos vaak. Een mail om te melden dat er brief gestuurd werd, een mail om te zeggen dat we de mail die we net hadden gekregen in geen geval mochten doorsturen, een mail om te zeggen dat we moesten betalen …

Het kind en ik raakten vrij snel het noorden kwijt, maar staken de 1e tekenwerken (in orde gebracht door kleine zus) nog gedwee in de daartoe bestemde brievenbus. We printten en postten documenten die we met 1 muisklik digitaal hadden kunnen versturen en hoopten op een wonder (in de zin van een zinvolle voorbereiding en een mooie viering, hopelijk ooit op een dag. ). Ondertussen werden we om de oren geslagen met mailtjes om aan te kondigen dat we post zouden krijgen en om te zeggen dat het ‘door corona’ anders was dan anders.

Na mail 937 raakte ik het beu. Ik liet mijn ongenoegen blijken in een beleefde mail en hoopte op een 2e wonder, een antwoord. Dit kwam niet. De viering kwam er wel en was klam en richtingloos. Ik kan met de beste wil van de wereld niet zeggen waar het over ging. Grote broer evenmin.

Het kleinste sprotje daarentegen vierde feest met haar klasgenootjes en met de kinderen van een jaar hoger (corona, you know, noopte Stalhille ertoe om op dit vlak 2 groepjes samen te nemen, gelukkig waren er hier geen 1000 mails nodig om ons in te lichten). Ze waren bloemetjes, elk kind van de 17 kinderen die deelnamen aan dit feestje. We leerden over dankbaarheid en over blij en gelukkig zijn met kleine dingen. We vierden samen in de kerk met onze kinderen en met de mama’s en papa’s, broers en zussen van de dorpsgenootjes. We waren samen, meer dan een uur lang, echt samen, om te zingen en te zijn en gingen daarna verder naar ons eigen feest.

Bij grote broer was er enkel dat eigen feest.

Dit feest was mooi en verbindend. We vierden het met die heerlijke grote familie van ons en daarna nog eens met onze village.

Toch blijf ik het jammer vinden dat we er niet in slagen om vormselvieringen vandaag zinvol en mooi in te vullen. Ook de vormselviering van het nichtje, ook dit jaar, in een andere gemeente baadde in hetzelfde sfeertje als die van grote broer. Een groepje prachtige, gretige kinderen, dat staat te trappelen om die grotemensenwereld in te stappen, maar die op ‘hun dag’ in een kerk geduwd worden om daar te zitten en te ondergaan. Terwijl ze wellicht graag zelf iets hadden willen zeggen of bijdragen. (Pijnlijk detail hier dat het nichtje niet mocht samen vieren met haar andere neefje dat in dezelfde gemeente woont. Daar waren de vormelingen in 2 groepen opgesplitst en was er geen uitzondering mogelijk voor meters en peters die eerst een viering moesten uitzitten met hun eigen kind en daarna nog eens konden herbeginnen voor hun metekind. ‘Wij doen hier immers niet aan vriendjespolitiek’, was het antwoord.)

Het is niet niets, die stap naar het middelbaar.

Hoe jammer is het dat het ritueel om dat als gemeenschap te vieren zo achteruitgeschoven raakt en verzandt in: Ik organiseer dat hier en het is gewoon zoals het is. Dus geef alstublieft geen suggesties en zeg niets als iets niet strookt met je verwachtingen. Binnenkort kan de kerk voor dit ritueel zijn deur sluiten en trekken wij onszelf terug in onze village om zelf iets zinvols in elkaar te boksen, maar ook dan zal het gemis blijven.

We zijn meer dan onze familie- en vriendenkring en we kunnen niet alles zelf in handen nemen, toch? Hoe kunnen we onze kinderen dan leren om echt deel uit te maken van een gemeenschap?

(fotocredits: pics_andstories)

Het Zwarte Woud met energieke kinders

Eerlijk. Er stond in eerste instantie een 2e keer Montenegro op het programma voor deze zomer. Ik verloor er mijn hart en wil het land dolgraag verder ontdekken. En – most of all – ik wil zotgraag eindelijk eens wat tijd doorbrengen op de fantastische glampingplek van mijn vroegere buurjongen Matthieu en zijn partner Daria. (Volgende zomer komen we eraan. Beloofd.)

Schrik voor quarataine en geen garantie dat manlief en ik en onze 12-jarige grote broer tijdig gevaccineerd zouden raden hielden ons uiteindelijk binnen Europa. (Wij zijn geen laste minuters wat reizen betreft en leggen graag enkele maanden op voorhand al de locatie en logies vast.)

In Schwarzwald, begot. En het was ook de moeite en meer dan dat. Ik keerde dan ook met een hart vol glinstering terug.

Waarom?

Omdat onze kinders fantastisch reisgezelschap zijn. Met een prille (nog maar maar een heel klein beetje) puber die klapwiekend al een beetje zijn vleugels begint uit te slaan en 4 energieke, bruisende langereschoolkornuitjes zit de achterbank vol met gretige, gulzige oogjes en harten. Uiteraard wordt er met evenveel gretigheid ruziegemaakt over wie waar zit en wie welke hoeveelheid plaats inneemt of wie mag beslissen welk nummer van de Spotify-kinderlijst gedraaid wordt.

Gelukkig is de reistijd (met net geen 7 uur) behapbaar en konden we dit jaar een schermcompromis regelen. (1 uur schermtijd per kind, vooraf gedownload op de gsm via netflix, slaan naar broer en zus of boven een bepaald aantal decibels gaan leidt onherroepelijk tot vermindering af afschaffing van kijktijd).

In het Zwarte Woud kun je heel wat vrij eenvoudige dingen doen waar wij blij van worden: Er is bos in overvloed, er is (zwem- en speel)water, er zijn betaalbare eetgelegenheden waar kinderen welkom zijn en je kunt er een dieren- of ander activiteitenpark bezoeken zonder dat je blauw betaalt aan inkom alleen al.

Waar moet je zijn?

Wij logeerden in Triberg. Een slaperig – vrij toeristisch stadje – met traditionele restaurants en winkels en flink wat serveuses in dirndljurk. En met heel veel koekoeksklokken.

Ons logement zag er online iets ruimer uit dan in het echt, maar was netjes verzorgd. Dat je onze kinders letterlijk overal te slapen kunt leggen, maakte ook het feit dat de jeugdslaapkamer onder de eet- en livingruimte was en dat er geen deur of luik was om af te sluiten niet onoverkomelijk.

Bovenop een berg zitten was voor grote broer het summun. Hij fietste elke morgen vrolijk de berg op en af om brood (met manlief uiteraard) en zei daarna alleen maar ‘meer’ en ‘nog’ en ‘zijn we nu nog niet weg’. Ik hield me stevig vast aan mijn stoel bij elk autoritje en hoopte dat we niet in de afgrond zouden rijden (maar ook dat is de kroost ondertussen gewend). ‘Mama is altijd veel te bang in de auto als er bergen en dalen zijn.’ Ik beet mijn tanden bijna stuk op onze bergetappes op de fiets en prees mezelf gelukkig met elk grammetje basisconditie in mijn lijf en kijk vol verwondering naar het kroostje dat zich omhoog en omlaag werkte alsof ze nooit iets anders hadden gedaan.

Wij gingen wandelen en fietsen (enkel doenbaar met zeer energieke kinders) en maakten gesmaakte uitstapjes naar onder andere het Bokrijk-achtige openluchtmuseum Vogtsbauernhof in Gutach. De kinderen deden er de was op de ouderwetse manier, gleden van rotsglijbaantjes, aaiden varkens en koeien en koloniseerden de waterspeeltuin. Ook het tochtje naar de waterval van Triberg was leuk.

Er stonden 2 fijne middagjes aan het meer op het programma. Klosterweiher is vooral door plaatselijke gezinnen en groepjes jongeren bevolkt, terwijl de Titisee in Titisee-Neustadt een stuk toeristischer is. Met 5 waterratten die allemaal behoorlijke zwemmers zijn, waren dit voor manlief en ik rustpuntjes in de vakantie. Uiteraard gingen we rodelen en was de wandelapp Komoot ook nu de goede vriend van manlief en grote broer.

Ik had stiekem gehoopt op een middagje ronddwalen in de universtiteitsstad Freiburg, maar borg dat idee netjes terug op omdat ik maar 1 van mijn 5 kinders kon overtuigen van het nut daarvan.

Een half leven geleden studeerde ik Duitse taal- en letterkunde in Gent. Voor mij ‘macht es also immer sehr viel Spaß’ om even in Duitsland te vertoeven en met moedertaalsprekers te converseren.

Het was goed, het was schoon om samen te zijn in de zon. Om te zien dat de kinderen fit en levendig zijn en fietsen, wandelen en spelen dat het een lieve lust is. En dat ze groeien als kool (en met hun vleugels slaan).

Op kousenvoeten

Na een bewogen schooljaar deed het deugd om met een rustige agenda de zomer in te gaan. Geen dichtgeplamuurde weken, maar tijd en ruimte om de dagen zo vaak als mogelijk gewoon op me af te laten komen. Het ideale recept voor een blij zomergevoel, zo bleek.

Omdat manlief pas in augustus verlof opneemt, sta ik als onderwijsmadam overdag alleen aan het roer in juli. Straks gaan we op gezinsvakantie naar Het Zwarte Woud en dan begint de voorbereiding voor het nieuwe schooljaar en is het gedaan met fulltime zomeren en energie tanken voor het schooljaar dat eraan komt.

Het kroostje ging begin juli voor het eerst voltallig op scoutskamp. Ik blijf me erover verwonderen hoe het in godsnaam mogelijk is dat ze dat met z’n vijven eensgezind zo fantastisch vinden. Waar ik als 9-jarige nog sloten vol huilde omdat ik verging van de heimwee op cm-kamp, geeft nu zelfs het kleinste sprotje op haar zevende geen krimp bij het afscheid. (Al gooit ze zich bij thuiskomt wel in mijn armen van contentement.)

Apetrots ben ik op mijn gasten en op mezelf vanwege mijn – blijkbaar vrij geslaagde – voornemen om mijn kinders te leren genieten van verwachte en onverwachte logeerpartijen.

Wat een weelde om logés over de vloer te krijgen die je al kent sinds ze baby zijn en die nu stilletjes aan prille tieners worden. De bak in de brouwerij is momenteel de populairste slaapplek. Als ik ze daarheen zie vertrekken in pyjama al kletsend en taterend en zo helemaal in het nu of als grote broer met de boormachine in de weer is om zijn luik (tegen het licht) te perfectioneren , dan wou ik soms dat ik de tijd kon bevriezen.

Wat een zaligheid om eindelijk de gelegenheid te vinden voor die middagen in de tuin met goede vriendinnen, voor dat veel te lang uitgestelde etentje, die spontaan georganiseerde barbecues in Stalhilse tuinen, die fietstocht naar zee met een sliert kinders voor je uit, die ochtendlijke loopsessies, dat boek van 1200 pagina’s , die fijne familietijd …

Wat fijn om opnieuw kampeerders in de tuin te ontvangen via Welcome to My Garden.

‘De schoonste momenten komen op kousenvoeten’, zei ik onlangs tegen een dierbare vriendin.

Ik wens ze je toe, die ‘kousenvoetmomenten’. Als buffer voor als het straks weer gaat donderen en sneeuwen en om ervoor te zorgen dat je schoonheid blijft zien.

Over vasthouden wat voorbij gaat

Binnen 2 weken eenwielert grote broer voor de laatste keer de poort van zijn lagere school binnen. Zo komt er geruisloos een einde aan een tijdperk en zet ik straks mijn halfwassen zoon op zijn fiets richting Brugge voor (hopelijk) 6 jaar groei en bloei in zijn middelbare school.

Het doet me wat, al voelt het tegelijkertijd aan als een oh zo logische en welgekomen verdere stap.

Het is zo fijn dat de kinderen groter worden en stilletjesaan raadgevers en volwaardige gesprekspartners worden. Hoe ze omschrijven wat jij op dat exacte moment denkt, daar kan ik zo zot gelukkig van worden. Zo hadden de koters die schoollopen in Stalhille onlangs hun inlogkaartjes bij voor de plaatjes van de schoolfotograaf. Kleine broer zit in het buitengewoon onderweg en staat al 2 jaar niet op die foto. ‘Jammer he, dat we er maar met 4 opstaan’, zei de oudste. (Merci jongen, om dat te zeggen. I feel it too. )

De dagen zijn gevud met werken en naar school gaan, met wassen, plassen en lezen. Met proeven van herwonnen vrijheid. De dozen roomijs, de appels, de aardbeien en de droge worsten verdwijnen in een steeds hoger tempo in die 5 gulzige kindermonden. Begin juli vertrekt – voor het eerst – de volledige kinderschare op scoutskamp. En ik, ik sta paf, om de snelheid waarmee de jaren voorbijgaan. Om de schoonheid van de glimpen van wie de kinderen als volwassenen zullen zijn die ik steeds vaker te zien krijg.

Ondertussen wordt er ruzie gemaakt om via de hond mag vasthouden tijdens ritjes naar wandelbestemmingen, tiert kleine zus heel luid omdat er 2 druppels water uit het waterpistool van grote broer op haar kleren belanden en gaat laatstgenoemde een rondje mokken omdat kleine zus ‘doet alsof ze braaf is en ik er altijd inloop.’ Iedereen wil helpen als er cakebeslag gemaakt wordt om zich vervolgens uit de voeten te maken als het om opruimen gaat.

Ondertussen voelen die stralende gezichten van neefjes, nichtjes, vriendjes en buurmeisjes zo vertrouwd aan als een 2e huid. Hier wordt gespeeld, gelachen en geleefd. Door al die levenslust raakt mening scherp randje aan het leven heel vaak al een beetje afgerond vooraleer het gif van het moment heeft toegeslaan.

Ik wens het iedereen toe. Het vermogen om de momenten in te pakken en mee te nemen en om je eraan te verwarmen als de kilte toeslaat.

Hallo 40

Over één ding waren we het roerend eens, de liefste studievriendin en ik, toen we begin oktober fanfare-van-honger-en-dorstgewijs door Gent wandelden: We waren heel brave meisjes geweest in onze studentenjaren.

En nee, daar hadden we geen spijt van. De herinneringen aan onze jaren in de arteveldestad als studenten taal- en letterkunde (Nederlands – Duits) waren ons ongelooflijk dierbaar. De vriendschappen die we daar hadden gesloten waren al meer dan 20 jaar ankerpunten in ons leven. En ja, als we ’t opnieuw konden doen, zouden we misschien minder braaf zijn en wat verder op ontdekking gaan. (Uiteraard was ik de braafste van de twee.)

Vandaag zijn we allebei 40. (Ik vandaag en zij morgen voor de volledigheid.)

Toch zeg ik ‘hallo’ tegen die 40

Ik ben geen model of nobelprijswinnaar in spe. Mijn leven is niet perfect, er zijn momenten waarop ik geen rust vind, mijn werk niet naar behoren kan doen en mezelf een flutpartner, -moeder, -dochter, -vriendin, … whatever vind. Ik verlies mijn geduld voor kleinigheden en ik zeg al eens ‘ja’ als ik eigenlijk ‘nee’ zou moeten zeggen. Ik ben soms ontgoocheld in mensen en in systemen en zoek al meer dan 20 jaar naar de guts om dat op het juiste moment tegen de juiste persoon te leren zeggen.

Toch zeg ik ‘hallo’ omdat ik op mijn 40e al bijna een half leven samen ben de man die van mij de beste versie van mezelf maakt. Die bij groot en klein onheil de rust zelve blijft en zijn gezond verstand altijd bij de hand heeft. De vervulling van onze kinderwens verliep niet van een leien dakje. De jaren van wachten op de komst van grote broer en zijn broer en zussen maakten mij redelozer en radelozer dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

Hij droeg mij verder zonder grote woorden.

Niet de jaren waarin ik moederde over 5 kinderen van wie zelfs de oudste nog een kleuter was waren de zwaarste. Het waren de jaren ervoor toen niemand me kon verzekeren dat het gezin waarvan we droomden er ooit zou komen.

Toch zeg ik ‘hallo’ omdat ik mijn bestemming vond als leerkracht talen. En ja, de jaren waarin ik geen vaste school had en op 30 juni niet wist of en waar ik in september aan de slag zou kunnen heb ik me daar elke dag zorgen over gemaakt. Telkens een hele zomer lang.

Ik zeg ‘hallo’ tegen het dorp met het kloppende hart dat ik al 17 jaar mijn thuis mag noemen en waar enkele van mijn dierbaarste vriendinnen wonen.

Ik zeg ‘hallo’ tegen dat lijf van mij waar ik nu meer van houd dan als jonge twintiger. Het droeg me door de jaren.

Ik zeg ‘hallo’ tegen morgen. Hier ben ik.