Vertragen om vast te houden

7 uur slaap. Daar heb ik mezelf de voorbije maanden op getrakteerd, elke nacht opnieuw. (Of toch meestal.) Het is immers een illusie te denken dat 5 uur genoeg was voor mij, de voorbije jaren. Nu nog mijn chronisch ijzertekort wegwerken en we zijn er helemaal op dat vlak.

Het leven voelt ondertussen goed en vertrouwd aan in mijn 17 e jaar als moeder en mijn 45e jaar als mens.

Grote broer traint droomt in stilte en soms al eens hardop van waar hij met zijn loopcarrière naartoe wil. Een training is een training en die moet afgewerkt worden, en bovenal is het voor hem een feest om te mogen lopen, hoe ver of hoe winderig het ook is.

Ik kijk en ik geniet van al die jonge kracht. Hem op schools vlak bij de les houden, is mijn dagelijkse training:)

Grote zus, kleine broer en kleine zus en het kleinste sprotje volgen in het kielzog van de oudste. Zo was het en zo is en zo blijft het hopelijk nog even. De kinderen zijn eigenlijk nog best vaak gewoon thuis waar altijd wel een taart te bakken is, een beest te knuffelen of een nichtje te entertainen.

Onze beestenboetiek buiten breidde flink uit ondertussen. De twee Hooglanders Mary en Rosie kregen gezelschap van het stierenkalf Fergus en ook de schapen kregen een mannelijk vriendje. Het is fijn om de boel draaiende te houden, daar bij ons thuis.

Er is heel soms een heel klein beetje tijd over. Tijd om te zitten, te hangen, te praten. Hoe die tijd ingevuld moet worden, vind ik soms moeilijk. Ik zie de kroost niet graag op een kluitje, scrollend, in de zetel. Elk in zijn of haar eigen wereldje, maar ik wil ook niet per se dat elk moment dat over is collectief beleefd wordt.

Ik loop minder graag dan vroeger van hot naar her, ik wil niet dat elke dag van mijn leven dichtgeplamuurd zit met etentjes en afspraken. Ik hou van echt contact, van mensen die echt dichtbij durven komen en die daar blijven zonder dat je daar veel over moet nadenken. Ik hou van telefoons die opgenomen wordt als je belt om te vragen hoe het gaat en die vergeten worden van zodra je bij elkaar bent, van handgeschreven brieven en van schouderklopjes die zalven en sterken tegelijkertijd, van spontane koppen koffie en woorden die raak en ter zake zijn zonder een al te lange aanloop.

Soms maak ik de rekening, van de jaren die voorbij zijn. Dan zie ik mensen die dichtbij waren en die gebleven zijn, mensen die erbij kwamen en anderen die een andere richting uitgingen. Soms vind ik de prijs voor volwassen zijn hoog en vind ik dat er van de dag weinig overblijft nadat alles wat moet in orde is.

Voor niets gaat de zon op.

Dat weet, maar wat ben ik blij elke keer als ik een moment had om van dat op- of ondergaan te genieten.

copyright: @williamscriven

Grote broer in actie op de Cardiff Cross Challenge 2025

Albanië met 5 sportieve tieners

Deze zomer verkenden we Albanië. We keerden terug met een hoofd vol fijne herinneringen en beleefden onderweg heel wat sportieve avonturen. We leerden dat tieners zich overal aan kunnen ergeren, maar het liefst van al aan wat hun broers of zussen doen of zeggen. Niet dat we dat nog niet wisten, maar soit.

Let op: Voor deze reis zijn een basisconditie en een flexibele mindset vereist. Zorg ook dat minstens een deel van je reisgezelschap goed is in navigeren, ook als de navigatie-apps het laten afweten en vraag je op voorhand af of je bestand bent tegen verrassingen.

Niet helemaal op je gemak als je in een auto moet op een plek waar de straten niet tiptop zijn? Maak je geen illusies: Gij zult stressen, en 1000 rampscenario’s voor je geestesoog zien passeren. Ook als je jezelf voorgenomen had om dit deze keer niet te doen:)

De trektocht

De kroost is ondertussen meer dan mans genoeg voor meerdaagse trektochten. En zo geschiedde. We vlogen vanuit Parijs (luchthaven Beauvais) naar Tirana en deden het de eerste week zonder huurauto.

De eerste stop was in een onooglijk dorpje in de buurt van het Skadarmeer. We verkenden eerder al de andere kant van dit meer in Montenegro. Het was wat gesukkel om vanuit de luchthaven met een toeristenbusje in Sködher te raken. Ook een taxi vinden om resterende 10 kilometer naar het logement te overbruggen vergde wat geduld. Afin, we raakten ter plekke en liepen recht in de armen van een ongelooflijk lieve gastvrouw die weinig Engels sprak, maar wiens hartenklop we meteen voelden.

We gingen er de eerste dag te voet op uit, verbaasden ons over de enorme hoeveelheden zwerfvuil (van schoenen van Primark tot zetels en lege blikjes) en zagen her en der koeien, geiten en schapen en herders passeren. Dit alles onder een loden hitte. Ik deed zelf een poging tot looptraining, maar hield het na anderhalve kilometer voor bekeken wegens te warm.

Grote broer had wel trainingen af te werken en bleek ook op vlak van bestand zijn tegen de hitte straffer dan zijn moeder. Hij liep de 10 kilometer naar Skhodër. Manlief dacht voor de rest van de troep een taxi te hebben gefixt, die werd geannuleerd waardoor we ook te voet moesten. We huurden uiteindelijk fietsen via Joy, fietsten naar het nabijgelegen Shirokë en gebruikten ons gele stalen rosjes meteen ook om de volgende dag naar het busje richting startpunt van onze trektocht te fietsen. Dit alles voor 5 euro per fiets.

We laveerden ’s morgens vroeg door het vrij drukke ochtendverkeer van boerenhol naar Skhöder. Ik kuste mijn polletjes vanwege mijn 5 sportieve en onvervaard fietsende kinders en voelde de zon opkomen boven de stad en in mijn hart.

De rit naar het startpunt in Teth van de trektocht verliep vlot. Grote broer werd misselijk en moest voorin naast chauffeur, maar dat was het dan ook.

Op weg dan maar, voor 4 dagen wandelen. Ik had op aanraden van manlief en de kroost wandelstokken aangeschaft. De weg naar de 1e slaapplek was meteen een tocht in bijsturen en meedeinen. Mijn kinders zijn atleten, alle vijf. Ik hou mezelf voor dat ik over een basisconditie beschik. Maar soit, het ging bij mij minder vlot dan bij de rest. Vooral bergop. En het was alleen, maar bergop.

Na wat vijven en zessen kwamen we overeen dat iedereen zijn eigen tempo moest respecteren en dat we op kruispunten zouden wachten op elkaar. Ik zag allerlei scenario’s voor me van verdwenen kinders en nachten alleen in het donker, maar trachtte te herkalibreren en schoonheid en begrip te zien en te voelen.

De smaak van water

Water smaakte nog nooit zo lekker. We hadden een Lifestraw filterfles bij en maakten daar dankbaar gebruik van. De bagage was verdeeld over 2 trekrugzakken en 3 daypacks. De overige bagage mochten we in het eerste huisje stockeren.

Voor manlief en de grote broer hadden we op de luchthaven een internationale sim-kaart en een hoop data gekocht voor de navigatie onderweg. Dat navigeren, waar ik me wijselijk niet mee moeide, vergde wel wat omdenken. Veel wegen waren onbekend, af en toe liet er een stuk weg uit op een privéterrein dat niet toegankelijk was.

We redden het elke dag opnieuw voor het donker en verbaasden ons over wat we onderweg tegenkwamen. Weinig mensen, heel veel mooie uitzichten en her der verspreide eenzame boerderijen en honden, heel veel honden.

Ik verbaasde me over het uithoudingsvermogen en de souplesse van manlief en de kinders en verwarmde me aan de aanmoedigingen van kleine zus en het kleinste sprotje en aan de mopjes van de rest van de troep. Nooit zoveel liefde gesmaakt als in de voor mij achtergelaten energybar op een grote steen midden op een pad in het midden van niets.

Slapen deden we in guesthouses langs de route, die we ruim op voorhand hadden vastgelegd. We verbleven in Northern Peaks, Guesthouse Prebabaj en Lule Bore Stuk voor stuk fijne plekken die met wagen amper te bereiken zijn. Prebabaj vonden we uiteindelijk met de hulp van een buurman die zag dat we aan het sukkelen waren en die de laatste kilometer naar het logement – net voor de duisternis inviel – met ons meestapte. Prebababaj is blijkbaar gewoon een familienaam waardoor Google Maps zijn vlaggetje op een ander huis zette waarvan de bewoner ons niet begreep en daardoor niet kon verder helpen.

Lule Bore sprong er voor mij het meeste uit. We verbleven er op een boerderij waar 7 kinderen zijn grootgebracht en waar tijdens de dagen dat wij er verbleven heel wat familie ‘aanspoelde’ omdat de jongste dochter op trouwen stond. Fijn om dat van dichtbij te kunnen meebeleven.

Na de bergen gingen we we de ferry over het Komanmeer om daarna verder te gaan naar Berat, Permet en tenslotte naar het zuiden, naar zee. Dit keer met een huurauto. Hier ging het langs guesthouse Ramaj, guesthouse Chri Chri en Guesthouse Diarla’s Home. Stuk voor stuk fijne plekken waar je je meteen thuis voelt. Een tip hier: Ben je in de buurt van Permet, dan moet je gewoon langs Chri Chri, deze plek is af op alle mogelijke manieren.

We genoten met volle teugen van onze Albaniëreis. De trektocht was de max. Ook al was ik daar onderweg niet altijd van overtuigd. Albanië is mooi en uitnodigend, de bewoners zijn vriendelijk en zien reizigers graag komen. Op vlak van natuurbeheer doet het vele zwerfvuil wel pijn aan je hart en aan je ogen.

Ik leerde manlief, de kinders en mezelf weer een beetje beter kennen. Dankzij de wifi konden we de hoogtepunten van de atletiekfeesten van deze zomer, Eyof in Skopje en de start van European Athletics U20 in Tampere meepikken.

Merci Albanië, merci grote broer, grote zus, kleine broer, kleine zus en het kleinste sprotje.

Doe je je best?

Het huis is stil. Enkel Ollie en ik vandaag. De voltallige kroost is op kamp met scoutspermeke . Geen nood. Ze zijn dra terug en dan gaat het richting Albanië voor de gezinsvakantie. Voor grote broer gaan we al richting zijn 17e zomer met ons.

Er kwam lange brieven van de zussen. Vol verhalen over verbinding en plezier. Vol vreugde, met tekeningetjes en hier en daar een spelfout.

De geit Tine kreeg een lammetje, een meisje. Manlief, hond en ik gingen een weekendje weg.

De voorbije 10 dagen waren rustig. Rustig en stil. Met 2. Of eigenlijk 3. Als je Ollie meerekent. Manlief was op weekdagen aan het werk. Ik deed de thuisshift. Meer dan haalbaar als er enkel een beperkt troepje vee te verzorgen is en wat rommelige plekken in huis aangepakt moeten worden.

De voorbije 10 maanden waren verre van rustig. Ik heb gegoocheld, met tijd en met energie. Ik heb veel gegeven aan mijn leerlingen en veel teruggekregen. Ik heb gezocht naar een evenwicht tussen helpen met Frans en andere schooldingen en van op afstand nabij zijn voor de eigen kroost. Ik heb feedback geschreven en lessen voorbereid tot de letters voor mijn ogen dansten en een kop koffie al lang niet meer genoeg waren voor een extra dosis concentratie.

Ik heb me zorgen gemaakt en gezocht naar de betekenis en verbinding. Ik heb gevonden, maar lang niet altijd. Ik maak me op voor de ‘va et vient’ van de zomerdagen met 7.

Ik blijf zoeken naar de waterpas in mijn leven, meer bepaald naar hoe die helemaal mooi recht te leggen.

Dat lukt immers lang niet altijd.

Ik doe mijn best en dat komt met een prijs. De prijs van uitputting, van er niet helemaal bij zijn, van niet weten wanneer en wat ‘goed genoeg’ is. Van te weinig slapen en te veel verwachten. Van tijd die er niet is en aandacht die verloren gaat. Van niet weten wat nu telt en wat kan wachten.

Ik denk dat je soms mag kiezen waarvoor je extra je best doet. Dat heb ik geleerd van grote broer.

Het werd lente

Het gaat goed met ons. Ik zeg het zo graag. En meestal klopt dat ook gewoon helemaal. Ons, da’s manlief en dat zijn de 5 kinders, grote en kleine broer en zus en het kleinstje sprotje. En ik, Kat, de mama. ‘Ons’ kwam er niet vanzelf, maar ‘ons’ is er en da’s wat telt.

De voltallige kroost troeft mij ondertussen genadeloos af als het op loopsnelheid aankomt en ook op culinair vlak trekken ze zich steeds beter uit de slag.

Een lang gekoesterde droom om ruimte te hebben om dieren te houden werd dit jaar werkelijkheid. Op het veld dat grenst aan onze tuin wonen sinds kort 4 schapen en 2 koeien.

Heerlijk, al moet ik soms zoeken naar tijd om van al dat moois te genieten.

Soms kom ik thuis van school en ben ik moe, zo moe, alsof ik 3 marathons achter elkaar heb gelopen zonder te drinken en zonder te stretchen vooraf. Soms zit ik achter mijn bureau om lessen voor te bereiden of feedback te schrijven en lijkt de berg waar ik over moet zo hoog. Alsof het zelfs met een klimgordel, een berggeit om mijn spullen te dragen en een paar fancy bergschoenen aan nog niet zal lukken. Soms heb ik een moment vrij en denk ik, ‘nee’, ik moet nog dit, dat en dat doen. Soms voel ik me eenzaam en alleen en altijd in de weer, met alles en niets. Soms gaat alles op aan ‘moeten’ en is er geen tijd meer om iets anders te willen.

Een paar weken geleden ging ik op schoolreis naar Berlijn. We verbleven in een hostel net buiten het centrum en hadden een ongelooflijk heerlijke tijd.

Er moest uiteraad ook heel veel. Er moesten 61 pubers in het gareel gehouden worden, bijvoorbeeld. Bijna-volwassenen die al eens bokkensprongen maken, die ruzie maken, lawaai maken en rommel achterlaten. Maar daar ging het uiteraard niet om.

Er was ook licht, zo veel licht, om thuis even los te laten en het moment te proeven en te beleven.

Het meest van al koester ik de gesprekken met die bijna-volwassenen. Leerlingen die eens naast je komen wandelen of fietsen en daar wat langer blijven hangen om te vertellen. Ik oefen dan om zo goed mogelijk te luisteren en om zelf het gesprek niet te domineren.

De klim en de tocht worden daardoor vanzelf een pak makkelijker.

‘Je moet niet alles vertellen om begrepen te worden.’, heb ik daar in Berlijn een paar keer gedacht.

Ik oefen ondertussen verder in luisteren. Da’s niet makkelijk. Ik loop al 44 jaar op deze wereld rond. Ik verpopte al een paar keer tot een andere versie van mezelf. Nu ik stilletjesaan een plek op de wereld bereik waarin terugkijken zonder de blik op de toekomst te verliezen aan de orde is, constateer ik dat begrepen worden of plekken weten zijn waar iemand je begrijpt alles zijn.

Ik heb ze die plekken. Maar daarrond zijn nog veel onherbergzame stukken. Mensen die ik op afstand hou. Gesprekken die ik uit de weg ga. Bezoeken die ik uitstel of helemaal oversla.

Maar de lente, die is er ondertussen.

Het dorp van mijn jeugd

Vandaag hebben mijn ouders een dierbare familievriend begraven. Een man die hield van mooi geformuleerde zinnen, van mensen helpen en in de luwte en dicht bij huis leven en laten leven. En een schouder of een moment van zijn tijd aan te bieden als steun waar en wanneer dat nodig was.

Een man die mijn jeugd schraagde en met wie ik een diepe interesse in boeken deelde. Een man die ik uit het oog verloor. Een man van wie ik dacht dat hij voor eeuwig zou blijven leven. In het dorp van je jeugd bestaat dat toch nog, eeuwigheid.

Vandaag zat ik in de kerk van mijn geboortedorp. Ik keek omhoog naar het balkon waarop ik als kind, tiener en als volwassen vrouw altijd de organist heb weten zitten en zingen en spelen.

De organist was er niet. Er stond een box. Er klonk muziek uit. Die verre van perfect was, maar mooi en echt klonk.

De organist komt niet meer terug. Hij is jaren geleden gestorven. Ik mis hem soms zonder dat ik ooit zijn diepe zielenroerselen kende. Hij was een bankdirecteur, hij verfde de paaltjes rond zijn tuin in het wit tijdens zijn vakantiedagen. Hij zong, soms een beetje schor, soms een beetje vals, maar altijd met overtuiging. Hij kwam van het balkon naar beneden om een hostie te halen tijdens de zondagsmis en gebruikte daarbij steevast maar één van zijn handen. Ik weet niet meer wat hij met zijn andere hand deed, maar er was altijd maar één hand over voor die hostie.

De mensen rond mij op de kerkstoelen waren voor mij geen vreemden. Het waren bekenden van toen. Toen ik elke zondag op zo’n kerkstoel zat. Ze hadden grijs haar en hoorappaten gekregen en sommigen ook een wandelstok, maar zagen er allemaal even dapper uit als toen. Alleen een beetje ouder en een beetje verweerder.

Ik verliet het dorp van mijn jeugd meer dan 20 jaar geleden om een dorp verder wortel te schieten. Ik ben de volwassen vrouw geworden waar ik als kind naartoe onderweg was. Ik ben een beetje ouder, een beetje grijzer en een beetje verweerder. Ik zocht en vond mijn plek in het leven.

In dat dorp verder leef ik mijn leven. Dat leven zit vol. Vol met schoonheid en avontuur.

Maar god, wat mis ik (de) tijd. Om te zijn en te zien.

Middenin

De sint kwam langs en bracht chocolade en knutsel- en bulletgerief voor de meisjes. Voor de jongens komt er voor grote broer nog een ‘loopstoel’ om de wachttijd voor de start van de veldlopen op af te wachten en werkgerief of iets voor zijn dieren voor kleine broer. (Maar daarvoor gaan ze na de examens zelf naar de winkel.)

Hier wordt ondertussen gestudeerd en gepland voor examens en grote toetsen. Hier wordt gepraat, gelachen en geleefd.

Met 5 tieners in huis is het leven anders geworden. De band met de kinderen is innig gebleven, terwijl het redderen en sussen en blussen steeds minder energie vraagt. School (van brooddozen vullen en sportgerief meegeven tot opvolgen hoe het zit met Frans, wiskunde en project) neemt evenwel een flinke hap uit mijn energiebudget.

Ik kan me er soms onzeker over voelen in hoeverre ik op dit vlak enkel moet toekijken en supporteren of actief mee tools moet aanreiken om de boel georganiseerd te krijgen en aan elk kind de kans te geven om ook op vlak van leerpotentieel zijn beste zelf te worden.

Thuis is een plek waar de kinderen alle 5 graag zijn en daar gaat het hem in essentie om. Geen groter geluk voor mij dan mee te genieten van de vrienden en vriendinnen en neefjes en nichtjes die hier graag en vaak komen.

Zien hoe wegen veranderen en hoe de relaties die de kinderen met vrienden hebben soms onverwachte kronkels maken vraagt geloof en vertrouwen. Dit hoort bij hoe het leven loopt. Een 10-jarige is geen 15-jarige, sommige kinderen hebben genoeg aan één allerbeste vriendin die er altijd al was en kijken op school de (vrienden)kat uit de boom, andere kinderen hebben een duidelijke missie: ‘Ik ga naar het middelbaar en ik wil zo graag nieuwe vrienden maken.’

Aan alles voel ik dat ik niet voor altijd in deze mooie tussenfase tussen 5 kleine kinderen onder de 6 jaar en 5 prachtige volwassenen die op eigen benen staan, kan blijven vertoeven. Het huis wordt dra te klein, de afspraken over telefoongebruik en eet- en slaapgewoontes te streng. De draad die ons verbindt, beschrijft een steeds grotere actieradius.

Voorlopig is het echter heerlijk zoals het is.

Onze oudste is een sportman voor wie zijn atletiek altijd op de eerste plaats komt. Het komt voorlopig niet bij hem om op de lappen te gaan met vrienden of veel te laat in bed te kruipen. De rest van het gezin volgt in zijn kielzog.

Manlief en ik leven het leven van gelukkige grote mensen en zitten ’s morgens en ’s avonds samen met onze kroost aan tafel om te praten over tijden op de 10 km hardlopen, fratsen op school en over onze zomerreis naar Albanië.

We breken ons het hoofd over zoekgeraakte schoolagenda, vergeten ortho-afspraken, raken bibboeken kwijt, maar kussen dagelijks onze pollekes omdat het goed gaat. Oprecht goed.

Grote broer, grote zus, kleine broer en zus en het kleinste sprotje vinden hun weg en wij deinen met hen mee op de dagen.

Ik heb energie over om mee vorm te geven aan de prachtige school waar ik werk, om dingen in perspectief te zien en om weten dat ik niet perfect ben en niet alles even goed kan. Maar voorlopig, voorlopig is het helemaal goed zo.

De jongen die 1.000 dingen kan

Vandaag wordt hij 12, onze kleine broer.

Dubbel feest, want op die 8e oktober toen, in het putje van de nacht, kwamen ze met z’n tweeën ons leven binnen gedenderd. Van 2 naar 4, op een kwartiertje tijd.

2 maanden voor de afspraak. Na een horrorbevalling waarbij kleine zus met spoedkeizersnede (in de zin van ik – voel – ze – snijden) gehaald werd na een navelstrengprolaps.

Kleine broer en kleine zus. Een duo.

In een vingerknip voorbij. Die 12 jaar.

Een schools verhaal met vertakkingen langs paden die voor kleine broer zelf bezaaid liggen met steile hellingen en verraderlijke ravijnen. Kleine zus bleef in de dorpsschool vlakbij en geniet nu van de nieuwe uitdagingen en het gezelschap van nieuwe vriendinnen op een school met een hart en ruimte om te ontdekken en excelleren op heel veel vlakken.

Onze jongen heeft leerstoornissen (DCD en dyslexie) en doorliep zijn lagereschooltijd in het buitengewoon onderwijs, maar kon tot zijn grote vreugde ook naar het ‘gewone’ middelbaar, in 1 B weliswaar. Lezen en schrijven blijven voor hem geen evidentie. Hij weet heel veel, kweekt konijnen en verbouwt groente, is hondenfluisteraar en trouw verbouwhulpje voor zijn tante. Heeft een ongelooflijk geheugen en kan bergen werk verzetten op de boerderij van oma en opa.

Het schools verhaal blijft een schools verhaal. Ook nu in het middelbaar komt hij vaak knorrig en uitgeput thuis.

Het blijft een zweten en wringen voor ons als ouder. Moet hij nog werken na schooltijd? Moeten wij naast hem zitten en hem leren studeren of is het voor hem genoeg om gewoon naar school te gaan en daar te zwoegen op al wat voor hem al al die jaren zo ontzettend moeilijk is? En moeten we hem ’s avonds dus gewoon laten bekomen van zijn dag?

We blijven smossen met onze kinderen, denk ik soms. (En met ‘we’ bedoel ik niet alleen mezelf. Op die momenten waarop ik denk: ‘Help, wie zorgt er voor mijn kind?’, ‘Help, schiet ik te kort als ouder?’ )

We blijven smossen met zij die niet kunnen wat voor velen een evidentie is.

Met zij die wel kunnen wat anderen niet kunnen, maar niet in het vak van ‘kinderen die de toekomst zullen helpen vorm geven’ zitten.

Hij kwam apetrots thuis met het houten spelbord dat hij gemaakt had in de les techniek, maar moet straks wel naar de bijles wiskunde.

Ik kijk ernaar en weet niet goed wat ik moet denken. School is niet voor iedereen een feest. School is vaak hard werken, voor kleine broer, maar ook voor zijn broer en zussen. En ook voor de mama.

Maar iedereen verdient op tijd en stond een stuk taart. Een compliment. Het gevoel iets heel erg goed te kunnen. Een pluim.

Zomerweemoed

Zomer 15 met met grote broer (het kind dat van mij een moeder maakte) hinkelt op zijn allerlaatste teen. Ik kijk achterom en voel 1000 dingen tegelijkertijd. Dankbaarheid, rust, trots, een prikkend traantje om de snelheid waarmee de tijd door mijn vingers glijdt, …

Nog even en de hectiek van het schoolleven overspoelt me weer. De schoonheid van het gezinsleven van elke dag is in niet-zomervakantie-tijden nu eenmaal soms minder helder zichtbaar.

Het zomerregime van ik-werk-me-door-de-zomerdag en ververs pampers, bereid hapjes en papjes en ben dolgelukkig als ik een kop koffie op z’n minst lauwwarm kan opdrinken of als ik 10 regels uit de krant of uit een boek na elkaar kan lezen ligt achter de rug. Net als de zomerbarbecues waarbij je het gevoel hebt dat je in plaats van te eten en te praten non stop baby’s en peuters aan het verschonen en voeden bent.

Meer dan toen besef ik dat ik zo ontzettend gezegend ben met een hechte clan van fijne mensen rond me. In dezelfde levensfase. Net als ik kwamen ze toen vaak handen, slaap en ogen te kort hadden om hun koters in het gareel te houden. Nu zijn we – op praktisch vlak alvast – uit de loopgraven geraakt.

Deze nieuwe levensfase met jonge tieners geeft – manlief en ik in elk geval – ademruimte. Ik weet het: ‘Morgen kan het weer helemaal anders zijn, maar nu loopt het best wel lekker. Op stap gaan met met z’n 2 kan al een hele tijd zonder babysit. 3 keer per week gaan lopen lukt (dankzij de installatie van een paar goede gewoontes), een telefoontje om alvast een kip in de oven volstaat om het avondeten op tijd op tafel te krijgen.

De kroost doet het goed en scharrelt goddank nog steeds heel erg graag dichtbij rond. Kampen van scouts en Kazou worden ten volle beleefd – op dit eigenste moment is er nog een vanuit Zweden onderweg naar huis – maar dagen thuis, daar houden ze eigenlijk ook wel van. Het is een va-et-vient van nichtjes en buurkinderen. Heerlijk om te zien hoe een 13- of een 15- jarige de 3-jarige buurjongen op sleeptouw neemt, hoe de kleine nichtjes met gemak over de schouders van de oudste neven worden gegooid en hoe ook heel wat andere kinderen zich bij ons helemaal thuis voelen.

Ik heb dan wel 5 tieners in huis, maar zit met hen en hun lijf en hun gemoed nog ten volle in de gezellige schemerzone tussen klein en groot. Wat ik bedoel: Een zetel vol dekens, kinders, een hond en een kat, een keukentafel waaraan geschilderd wordt, waar taarten versierd worden en tekeningen worden gemaakt en goddank nog weinig vragen om uit te gaan of pubergesnauw.

Hoe hoop ik het dit schooljaar behapbaar te houden voor mezelf en voor de kroost:

op tijd naar bed

Gij, ook, moeder.

Ik ben een vroege vogel en gaf dit door aan de kroost. 4/5 van de kinderschare tref je ook in de zomer of in het weekend zelden na 8 u ’s morgens nog in hun bed aan. ’s Avonds hanteren we ook voor de grotere kinderen een vrij streng bedtijduur en gaan telefoons niet mee naar boven.

Tijdens het schooljaar slaap ik veel te weinig. Laat opblijven en vroeg opstaan eisen zijn tol en zorgen voor tijdverlies wegens niet fris genoeg. Dit moet dit schooljaar anders.

gsm op slot

Ik installeerde een nachtslot op mijn gsm. Tussen 22 u en 7 u gaat mijn scherm op zwart-wit. Dit om scrollen in halfwakende toestand tegen te gaan.

Tijd om te lezen en boeken op tijd naar de bib

Ik lees en ik lees en ik lees, maar heb de vreselijk slecht gewoonte om te grossieren in bibboetes. Blijf ik doen – dat lezen – , ook op drukke momenten, maar dat met die boetes moet anders. Geen boetes meer, heb je het gehoord? Tenzij je een sprinter ‘ns pas in een week en 1 of 2 dagen in plaats van in die ene onmogelijke week krijgt uitgelezen.

vaste momenten voor hulp bij huiswerk

Naar school gaan is niet voor elk kind elke dag een heel groot feest. Ook bij ons niet. Ik heb zelf altijd heel graag gestudeerd en zonder morren een tandje bijgestoken of een uur langer gewerkt als dat nodig bleek. Dit is niet voor al onze kinderen een even grote evidentie.

We hanteren de afspraak dat je best doen en dat doen wat je moet doen voor iedereen de basisregel is. We maken als ouders graag wat tijd vrij om te helpen bij het voorbereiden van moelijke toetsen of het meebrengen van bibboeken. Maar niet de laatste dag en niet als het alleen ook lukt. Dit houden we vast van het voorbije schooljaar.

mogen we een taart bakken?

Da’s zeker, da. Probeer hem maar zo mooi mogelijk te maken en ruim de keuken op achteraf.

Mental note: zorg dat de ingrediënten in huis zijn en zorg dat je je er niet te veel in opjaagt dat kinders nu eenmaal rommel maken. De intentie om te bakken en al die dappere of halfslachtige pogingen om op te ruimen zijn toch ook best ok, niet?

schrijf handgeschreven brieven en kaartjes

Doen! Iedereen wordt daar blij van. Zowel de schrijver als de ontvanger én het is een oefening in schoonheid zien en laten zien aan anderen.

Zweden: Wat.Een.Land

Moeders en reizen. Ik durf erom te wedden dat weinig moeders hier te lande en elders de dag voor de gezinsvakantie zorgvuldig op beeld vastleggen. Ze hebben het immers veel te druk met het bewaren van hun kalmte en het blussen van krachtige en plotseling hoog oplaaiende huishoudelijke brandjes.

Bij mij herhaalt zich in elk geval telkens weer hetzelfde scenario: Er wordt eindeloos gezaagd, gezeurd en geruzied en ik krijg het plots niet helemaal helder meer in mijn hoofd: Lees, ik denk dat ik de logies niet goed heb geregeld, dat ik me van datum heb vergist, dat de auto in panne zal staan, dat de beesten en de moestuin thuis zullen verkommeren, dat we nooit heelhuids zullen terug raken.

Noodzakelijke items als passende schoenen, sandalen waarvan de stikking met meer dan 1 wankel draadje vasthangt – wij zweren bij Salt Waters voor de meisjes, de jongens gaan voor Teva’s – , voldoende draagbaar ondergoed en een regenjas en helm voor elkeen blijken plots onvindbaar, tot op de draad versleten of hopeloos te klein.

Manlief zorgt ervoor dat dit uiteindelijk gefixt raakt en laadt met militaire precisie de fietsen op de aanhangwagen. Oude dekens en sporttassen in plastic zakken zorgen dat de lading netjes op zijn plaats blijft. (Ik heb me er al over gezet dat dit niet netjes onder een waterdicht zeiltje kan.)

Ik maak steevast een retourtje boekhandel op die laatste dag voor een nieuwe roman (naast de stapel uit de bib), een Eos en een Knack (met een handig overzicht van de Spelen) en wat raadsel- en sudokomateriaal voor de kroost.

De dag van vertrek klaart de hemel meestal op en is er enkel nog de niet te vermijden evidente vraag (x 1000): ‘Is het nog ver?’, ‘Wanneer gaan we eten?’, ‘Mag de kinderlijst op?’.

Voor onderweg verloor ik het pleit van manlief en mag er op de gsm gegaapt worden. We downloaden een aantal films, zorgen dat er ook lees- en raadseloplosmateriaal aan boord is en reizen zo eigenlijk vrij comfortabel. Dit jaar hadden we voor het eerst ook onze tophond Ollie bij waardoor ‘hondje-aaien’ als extra auto-activiteit kon worden toegevoegd. Daarnaast waren lange sessies ‘Jogclub’- en ‘Running Crew’- podcasts en olympische intermezzo’s via de Sporza-app.

Waarheen?

Onze hoofdbestemming was dit jaar Zweden. Maar eerst ging het via Duitsland.

We vonden een fijne Airbnb in het Bundesland Brandenburg. Een intrigerende plek. Toegegeven, bij aankomst had ik heel even het gevoel dat ik in een scène uit een dystopie (à la ‘The Road’ van Cormac McCarthy) terechtgekomen was. Denk aan: regen, een hijgende, corpulente buurman en sleutelbezorger die door zijn knieën gaat in de keuken om de elektriciteit aan te leggen terwijl ik twijfelde tussen de man een helpende hand aanbieden of er vandoor gaan, ijzeren binnendeuren die een griezelig knerpend geluid maken en muizenvallen die klaarliggen op het keukenschap, om nog maar te zwijgen over de ‘Grillplatz’ met hoog opgehoopte – en dus dringend op te ruimen – as in de schaduwrijke achtertuin die me deed denken aan een uit de hand gelopen schranspartij met mensenvlees.

Soit, de regen gaf het op, voorbij de ashoop bleek een alleraardigste aanlegsteiger te liggen en een excellent roeibootje. De kinderen maakten grapjes over dikke muizen in de vallen en stonden in de rij om het bootje uit te testen.

We zaten aan een zijarm van de Havel en hadden uitzicht op een rustig panorama van mensen die op een (woon)boot vakantie hielden en aan dek genoten van een rustige avond. Een deeltje van de wereld waar ik eigenlijk nog nooit veel gedachten aan heb gewijd.

We genoten van enkele dagen grillen, wandelen, varen, vissen, lezen en fietsen en vierden de 13e verjaardag van grote zus met een rijtje kaarsen op een lekkere barbecueworst. Ik kreeg het kroostje uiteindelijk zelfs zo ver dat ze na een voormiddag klimparcours tot een rondje Teufelsberg te verleiden waren – een kunstmatige heuvel van waaruit je Berlijn kunt zien – ik bespaar je de historische uitleg en geef enkel nog mee dat er prachtige graffiti te zien is en dat er heel lekkere koffie is.

Veerboot

Zweden dan. Met de ferry dan nog. Via Polen dan nog.

Op zulke momenten ben ik eigenlijk enkel ‘autovulling’ en probeer ik zo weinig mogelijk te zeggen. Ik ben ervan overtuigd dat we de weg niet zullen vinden op de haven, dat de hond niet zal mee mogen of zoek zal raken, dat ik de paspoorten van de kinderen kwijt zal zijn of erger nog dat we schipbreuk zullen leiden. En ik voel niets dan bewondering voor manlief die kalm in de rij staat, kleine broer tot een extra uitlaatbeurt voor Ollie weet te overhalen, sust en blust en geduldig vragen beantwoordt.

Het all-you-can-eat-buffet bleek best smakelijk en het nachtje in de kajuit verliep vlot. Ollie wilde niet op het hondentoilet , mocht niet in de restaurantsectie op de boot en was daardoor wat de kluts kwijt. De zachtmoedigste dochter vertrouwt me toe dat ze de hele nacht gedacht heeft dat de boot zou zinken. Het deel van onze kinderschare dat altijd extra aanmoediging nodig heeft voor tanden poetsen en verse kleren aantrekken, maakt schaamteloos misbruik van die ene reistas die we tussen de 2 kajuiten heen en weer dragen en verschijnt aan het ontbijt in een multifunctionele slaap-, eet- en leefoutfit. Maar voor de rest is deze manier van reizen meer dan ok.

Een uurtje na aankomst in Malmö is het heel erg stil op de achterbank en haalt de voltallige kroost nog minstens een uur slaap in.

Het huisje in Zweden is super goed uitgerust. Als ik het trekkertje in de douche zie hangen en de zeer nette slaapkamers in het oog krijg, zie ik even rampscenario’s van schadeclaims via Airbnb – wegens te hard geleefd – voor mijn geestesoog verschijnen. En had ik eigenlijk wel meegedeeld dat we een hond bij hadden?

Die zorgen blijken onterecht. Het gaat hier gewoon om een netjes onderhouden zomerwoning van een familie die hier duidelijk een deeltje van zijn hart mee naartoe gebracht heeft en via Airbnb een cent wil bijverdienen.

We hebben een prachtig houten terras, een magnifiek zicht op het meer en opnieuw een eigen aanlegsteiger en bootje. Het zwemmen laat ik aan de kinderen over wegens veel te koud zonder wetsuit voor een koukleum als ik.

Dit verblijf is zo waardevol en louterend. De kinderen en manlief zijn in hun sas. De omgeving nodigt uit tot eindeloos wandelen en fietsen en ook voor de looptrainingen van grote broer blijkt dit een heerlijke plek.

Voor Ollie kochten we een fietsmand voor de bagagedrager. Onze lieve vriend is er niet dol op en laat zijn ongemak af en toe horen. Toch kan hij zo op een comfortabele manier mee de hort op en zolang je vooraan fietst vindt hij het eigenlijk best ok.

Hoe geregeld?

Tijdens onze zomerreizen laat ik eigenlijk heel veel gewoon op me afkomen. Ik ga op voorhand niet eindeloos activiteiten uitpluizen en uitstippelen. Manlief kan vlot overweg met Komoot en heeft heel veel meer aanleg dan ik voor het uitstippelen van haalbare activiteiten. Soms denk ik dat dit compensatiegedrag is voor het feit dat ik schoolcontext altijd alles tot in de puntjes op voorhand geregeld wil en moet hebben.

Soit, voor ons werkt het prima en het brengt me vaak veel onverwacht schoons. Tijdens ons dagje Stockhom waar we met de trein heengingen bleek Ollie bijvoorbeeld niet welkom in het openluchtmuseum Skansen. Geen nood, kleine zus zag een middag met moeder en hond alleen wel zitten, en zo ontdekten wij met z’n drietjes de prachtige historische binnenstad en schuilden we in een heel fijn koffiehuisje voor een plotse plensbui.

Ik ging om 5 u ’s ochtends in mijn eentje wandelen, zag daarbij een tiental reeën opduiken, ging fietsen in een oranje avondgloed, vond een momentje met elk kind apart, moest me reppen om hen bij te houden op wandel- en fietstochten en had voor een keer wel genoeg tijd voor stil genieten. Van al dat prachtig jong leven rond me.

Voor grote broer ronden we straks zomer 15 al af. Hij groeit, hij leeft gretig en graag, hij effent zijn pad. Grote zus, ons zomerse zonnekind, plukt de dag met een jaloersmakende souplesse en trekt het kleinste sprotje mee in haar sprankelende kielzog. Kleine zus en kleine broer gaan straks ook al naar het middelbaar. De ene met een nieuwsgierige en soms wat onzekere blik, de andere met een zeer grote ‘oef’. Eindelijk naar het middelbaar. Eindelijk een stapje dichter bij mogen timmeren en bouwen voor de kost in plaats van enkel een alleen dat eeuwige gevecht met die moeilijke taaloefeningen.

Manlief en ik beleefden onze 18e zomer als getrouwd stel. We doen het goed, het gaat goed, want ook onderweg voelt met hem altijd als thuis aan en da’s voor mij het schoonste en meest overtuigende bewijs. Quatorze juillet is ook na 22 jaar nog altijd feest voor ons.

Met pretparken doe je mij eigenlijk geen plezier. Maar he, ook niet-wijndrinkers doen water bij de wijn. Ik ben een belabberde chauffeur en rij alleen als niet anders kan. Op reis rij ik per definitie niet. Van Stuttgart naar huis rijden in één trek was voor manlief geen optie na opnieuw een nachtje op de ferry Zweden – Duitsland. Het compromis: een stop in pretpark Heidepark .

Ik zag kinderen die plezier maakten en maakte er het beste van. Het lukte. Mag ik dan nu een bank vooruit?

Na de goede voornemens

Het overkwam me weer. Ik liep door tot ik er bijna bij neerviel.

We schrijven, paasvakantie 2024.

Een week vakantie, voldoende slaap, een ijzerkuur (waar mijn maag wel slecht tegen kan) , een weekend in Noord-Frankrijk met het gezin en dat van broer en zus waarbij niemand er raar van opkeek dat ik me af en toe eens buiten de cirkel zette om op mijn gemak wat te lezen of in mijn eentje een toertje te gaan lopen op een sukkeldrafje zorgden ervoor dat de energiemeter niet al te lang op rood bleef staan.

De feiten: vrouw, 43, met ambitie op familiaal, professioneel en sportief vlak vond 3 jaren geleden een stekje in de school van haar dromen. Grote broer en grote zus zijn ondertussen ook leerling in diezelfde school. Volgend jaar komt kleine zus erbij, gaat kleine broer elders in 1 B zijn bouwdroom achterna en zal het kleinste sprotje heel hard moeten slikken (en menig traan plengen als ze tot de conclusie komt dat alleen zij en Ollie nog fulltime in de heimat leven en werken:)

De feiten: Met gezond verstand, een goede vooropleiding, vakkennis, liefde voor mensen en veel flexibiliteit kun je meer dan 1 steen verleggen in een (onderwijs)rivier op aarde. Je moest eens weten hoe simpel het is om feedbackwerk niet te laten liggen en om gewoon voort te doen. Een leerling die weet dat zijn weer meteen nagekeken wordt, zal heus wel 2 keer nadenken vooraleer hij zijn opdracht niet maakt.

Je moest eens weten hoe fijn het is om collega’s te hebben aan wie je wel alles kunt vragen.

Edoch, onderweg gebeurt er vanalles. Collega’s zijn even afwezig, leerlingen zijn uit hun hum en hebben nu op dit eigenste moment een leerkracht nodig met 7 paar ogen, 3 paar handen en het geduld van een schildpad van 2 eeuwen oud, de printer jamt, er is opendeurdag op school waardoor je veel te weinig tijd vindt om even rustig gewoon niets te doen, de kinderen hebben een nieuwe foto voor hun paspoort nodig, damm, weeral vergeten dat er een afspraak bij de ortho was en dat ik ooit een inschrijvingsbewijs voor mijn speedpedelec op een logische plek had moeten wegleggen.

Dit alles en de nooit aflatende stroom werk en de eeuwige strijd om af te bakenen, blijven voor mij een huizenhoog issue.

Ik zie beterschap voor mezelf. Ik zoek en vind licht en lichtheid.

Ik doe ondertussen fast forward naar het begin van de zomervakantie.

We did it again! Een prachtig schooljaar afwerken.

Met een team dat steeds vertrouwder aanvoelt en waarbij het me steeds beter lukt om alles te zeggen wat moet gezegd worden.

Met een radar die steeds scherper is afgesteld waardoor ik weet dat dingen voorbij gaan en dat leerlingen komen en gaan en dat het momentum er is om er telkens opnieuw het allermooiste en allerwaardevolste wat op dat moment mogelijk is van te maken.

Waarin het me steeds beter lukt om niet van mijn grondbeginsel af te wijken, namelijk geloven dat mensen om je heen hun best doen en dat ze er een goede reden voor hebben als dat even niet lukt.

Ik had het erover in de speech die ik voor school voorbereidde, over de bereidheid om mekaar door de dagen te dragen als een van je medemensen onderweg (even) op het einde van zijn krachten blijkt.

Daarmee wil ik jullie graag de zomer in sturen. Met de vraag om daar even bij stil te staan en om te geloven en te blijven geloven in de kracht van nabij en dichtbij. Van kleine dingen en gebaren die zoveel grootser zijn dan je denkt.

Ik denk aan een bemoedigend woord van dank voor een leerkracht die je kind een jaar onder zijn of haar vleugels had – ook als je het niet altijd 100 % eens was met hoe het allemaal liep.

Om te geloven in de kracht van de verbinding met de mensen met wie je samenwerkt, waar je kind school loopt, met wie je een dorp of een straat deelt.

Ondertussen worden hier mijlpalen gevierd (kleine broer en kleine zus zwaaiden af op de lagere school) wordt hier gelachen en geleefd, gelopen en gelezen en staat onze deur altijd wagenwijd open.