Vertragen om vast te houden

7 uur slaap. Daar heb ik mezelf de voorbije maanden op getrakteerd, elke nacht opnieuw. (Of toch meestal.) Het is immers een illusie te denken dat 5 uur genoeg was voor mij, de voorbije jaren. Nu nog mijn chronisch ijzertekort wegwerken en we zijn er helemaal op dat vlak.

Het leven voelt ondertussen goed en vertrouwd aan in mijn 17 e jaar als moeder en mijn 45e jaar als mens.

Grote broer traint droomt in stilte en soms al eens hardop van waar hij met zijn loopcarrière naartoe wil. Een training is een training en die moet afgewerkt worden, en bovenal is het voor hem een feest om te mogen lopen, hoe ver of hoe winderig het ook is.

Ik kijk en ik geniet van al die jonge kracht. Hem op schools vlak bij de les houden, is mijn dagelijkse training:)

Grote zus, kleine broer en kleine zus en het kleinste sprotje volgen in het kielzog van de oudste. Zo was het en zo is en zo blijft het hopelijk nog even. De kinderen zijn eigenlijk nog best vaak gewoon thuis waar altijd wel een taart te bakken is, een beest te knuffelen of een nichtje te entertainen.

Onze beestenboetiek buiten breidde flink uit ondertussen. De twee Hooglanders Mary en Rosie kregen gezelschap van het stierenkalf Fergus en ook de schapen kregen een mannelijk vriendje. Het is fijn om de boel draaiende te houden, daar bij ons thuis.

Er is heel soms een heel klein beetje tijd over. Tijd om te zitten, te hangen, te praten. Hoe die tijd ingevuld moet worden, vind ik soms moeilijk. Ik zie de kroost niet graag op een kluitje, scrollend, in de zetel. Elk in zijn of haar eigen wereldje, maar ik wil ook niet per se dat elk moment dat over is collectief beleefd wordt.

Ik loop minder graag dan vroeger van hot naar her, ik wil niet dat elke dag van mijn leven dichtgeplamuurd zit met etentjes en afspraken. Ik hou van echt contact, van mensen die echt dichtbij durven komen en die daar blijven zonder dat je daar veel over moet nadenken. Ik hou van telefoons die opgenomen wordt als je belt om te vragen hoe het gaat en die vergeten worden van zodra je bij elkaar bent, van handgeschreven brieven en van schouderklopjes die zalven en sterken tegelijkertijd, van spontane koppen koffie en woorden die raak en ter zake zijn zonder een al te lange aanloop.

Soms maak ik de rekening, van de jaren die voorbij zijn. Dan zie ik mensen die dichtbij waren en die gebleven zijn, mensen die erbij kwamen en anderen die een andere richting uitgingen. Soms vind ik de prijs voor volwassen zijn hoog en vind ik dat er van de dag weinig overblijft nadat alles wat moet in orde is.

Voor niets gaat de zon op.

Dat weet, maar wat ben ik blij elke keer als ik een moment had om van dat op- of ondergaan te genieten.

copyright: @williamscriven

Grote broer in actie op de Cardiff Cross Challenge 2025

Het werd lente

Het gaat goed met ons. Ik zeg het zo graag. En meestal klopt dat ook gewoon helemaal. Ons, da’s manlief en dat zijn de 5 kinders, grote en kleine broer en zus en het kleinstje sprotje. En ik, Kat, de mama. ‘Ons’ kwam er niet vanzelf, maar ‘ons’ is er en da’s wat telt.

De voltallige kroost troeft mij ondertussen genadeloos af als het op loopsnelheid aankomt en ook op culinair vlak trekken ze zich steeds beter uit de slag.

Een lang gekoesterde droom om ruimte te hebben om dieren te houden werd dit jaar werkelijkheid. Op het veld dat grenst aan onze tuin wonen sinds kort 4 schapen en 2 koeien.

Heerlijk, al moet ik soms zoeken naar tijd om van al dat moois te genieten.

Soms kom ik thuis van school en ben ik moe, zo moe, alsof ik 3 marathons achter elkaar heb gelopen zonder te drinken en zonder te stretchen vooraf. Soms zit ik achter mijn bureau om lessen voor te bereiden of feedback te schrijven en lijkt de berg waar ik over moet zo hoog. Alsof het zelfs met een klimgordel, een berggeit om mijn spullen te dragen en een paar fancy bergschoenen aan nog niet zal lukken. Soms heb ik een moment vrij en denk ik, ‘nee’, ik moet nog dit, dat en dat doen. Soms voel ik me eenzaam en alleen en altijd in de weer, met alles en niets. Soms gaat alles op aan ‘moeten’ en is er geen tijd meer om iets anders te willen.

Een paar weken geleden ging ik op schoolreis naar Berlijn. We verbleven in een hostel net buiten het centrum en hadden een ongelooflijk heerlijke tijd.

Er moest uiteraad ook heel veel. Er moesten 61 pubers in het gareel gehouden worden, bijvoorbeeld. Bijna-volwassenen die al eens bokkensprongen maken, die ruzie maken, lawaai maken en rommel achterlaten. Maar daar ging het uiteraard niet om.

Er was ook licht, zo veel licht, om thuis even los te laten en het moment te proeven en te beleven.

Het meest van al koester ik de gesprekken met die bijna-volwassenen. Leerlingen die eens naast je komen wandelen of fietsen en daar wat langer blijven hangen om te vertellen. Ik oefen dan om zo goed mogelijk te luisteren en om zelf het gesprek niet te domineren.

De klim en de tocht worden daardoor vanzelf een pak makkelijker.

‘Je moet niet alles vertellen om begrepen te worden.’, heb ik daar in Berlijn een paar keer gedacht.

Ik oefen ondertussen verder in luisteren. Da’s niet makkelijk. Ik loop al 44 jaar op deze wereld rond. Ik verpopte al een paar keer tot een andere versie van mezelf. Nu ik stilletjesaan een plek op de wereld bereik waarin terugkijken zonder de blik op de toekomst te verliezen aan de orde is, constateer ik dat begrepen worden of plekken weten zijn waar iemand je begrijpt alles zijn.

Ik heb ze die plekken. Maar daarrond zijn nog veel onherbergzame stukken. Mensen die ik op afstand hou. Gesprekken die ik uit de weg ga. Bezoeken die ik uitstel of helemaal oversla.

Maar de lente, die is er ondertussen.

Zomerweemoed

Zomer 15 met met grote broer (het kind dat van mij een moeder maakte) hinkelt op zijn allerlaatste teen. Ik kijk achterom en voel 1000 dingen tegelijkertijd. Dankbaarheid, rust, trots, een prikkend traantje om de snelheid waarmee de tijd door mijn vingers glijdt, …

Nog even en de hectiek van het schoolleven overspoelt me weer. De schoonheid van het gezinsleven van elke dag is in niet-zomervakantie-tijden nu eenmaal soms minder helder zichtbaar.

Het zomerregime van ik-werk-me-door-de-zomerdag en ververs pampers, bereid hapjes en papjes en ben dolgelukkig als ik een kop koffie op z’n minst lauwwarm kan opdrinken of als ik 10 regels uit de krant of uit een boek na elkaar kan lezen ligt achter de rug. Net als de zomerbarbecues waarbij je het gevoel hebt dat je in plaats van te eten en te praten non stop baby’s en peuters aan het verschonen en voeden bent.

Meer dan toen besef ik dat ik zo ontzettend gezegend ben met een hechte clan van fijne mensen rond me. In dezelfde levensfase. Net als ik kwamen ze toen vaak handen, slaap en ogen te kort hadden om hun koters in het gareel te houden. Nu zijn we – op praktisch vlak alvast – uit de loopgraven geraakt.

Deze nieuwe levensfase met jonge tieners geeft – manlief en ik in elk geval – ademruimte. Ik weet het: ‘Morgen kan het weer helemaal anders zijn, maar nu loopt het best wel lekker. Op stap gaan met met z’n 2 kan al een hele tijd zonder babysit. 3 keer per week gaan lopen lukt (dankzij de installatie van een paar goede gewoontes), een telefoontje om alvast een kip in de oven volstaat om het avondeten op tijd op tafel te krijgen.

De kroost doet het goed en scharrelt goddank nog steeds heel erg graag dichtbij rond. Kampen van scouts en Kazou worden ten volle beleefd – op dit eigenste moment is er nog een vanuit Zweden onderweg naar huis – maar dagen thuis, daar houden ze eigenlijk ook wel van. Het is een va-et-vient van nichtjes en buurkinderen. Heerlijk om te zien hoe een 13- of een 15- jarige de 3-jarige buurjongen op sleeptouw neemt, hoe de kleine nichtjes met gemak over de schouders van de oudste neven worden gegooid en hoe ook heel wat andere kinderen zich bij ons helemaal thuis voelen.

Ik heb dan wel 5 tieners in huis, maar zit met hen en hun lijf en hun gemoed nog ten volle in de gezellige schemerzone tussen klein en groot. Wat ik bedoel: Een zetel vol dekens, kinders, een hond en een kat, een keukentafel waaraan geschilderd wordt, waar taarten versierd worden en tekeningen worden gemaakt en goddank nog weinig vragen om uit te gaan of pubergesnauw.

Hoe hoop ik het dit schooljaar behapbaar te houden voor mezelf en voor de kroost:

op tijd naar bed

Gij, ook, moeder.

Ik ben een vroege vogel en gaf dit door aan de kroost. 4/5 van de kinderschare tref je ook in de zomer of in het weekend zelden na 8 u ’s morgens nog in hun bed aan. ’s Avonds hanteren we ook voor de grotere kinderen een vrij streng bedtijduur en gaan telefoons niet mee naar boven.

Tijdens het schooljaar slaap ik veel te weinig. Laat opblijven en vroeg opstaan eisen zijn tol en zorgen voor tijdverlies wegens niet fris genoeg. Dit moet dit schooljaar anders.

gsm op slot

Ik installeerde een nachtslot op mijn gsm. Tussen 22 u en 7 u gaat mijn scherm op zwart-wit. Dit om scrollen in halfwakende toestand tegen te gaan.

Tijd om te lezen en boeken op tijd naar de bib

Ik lees en ik lees en ik lees, maar heb de vreselijk slecht gewoonte om te grossieren in bibboetes. Blijf ik doen – dat lezen – , ook op drukke momenten, maar dat met die boetes moet anders. Geen boetes meer, heb je het gehoord? Tenzij je een sprinter ‘ns pas in een week en 1 of 2 dagen in plaats van in die ene onmogelijke week krijgt uitgelezen.

vaste momenten voor hulp bij huiswerk

Naar school gaan is niet voor elk kind elke dag een heel groot feest. Ook bij ons niet. Ik heb zelf altijd heel graag gestudeerd en zonder morren een tandje bijgestoken of een uur langer gewerkt als dat nodig bleek. Dit is niet voor al onze kinderen een even grote evidentie.

We hanteren de afspraak dat je best doen en dat doen wat je moet doen voor iedereen de basisregel is. We maken als ouders graag wat tijd vrij om te helpen bij het voorbereiden van moelijke toetsen of het meebrengen van bibboeken. Maar niet de laatste dag en niet als het alleen ook lukt. Dit houden we vast van het voorbije schooljaar.

mogen we een taart bakken?

Da’s zeker, da. Probeer hem maar zo mooi mogelijk te maken en ruim de keuken op achteraf.

Mental note: zorg dat de ingrediënten in huis zijn en zorg dat je je er niet te veel in opjaagt dat kinders nu eenmaal rommel maken. De intentie om te bakken en al die dappere of halfslachtige pogingen om op te ruimen zijn toch ook best ok, niet?

schrijf handgeschreven brieven en kaartjes

Doen! Iedereen wordt daar blij van. Zowel de schrijver als de ontvanger én het is een oefening in schoonheid zien en laten zien aan anderen.

Na de goede voornemens

Het overkwam me weer. Ik liep door tot ik er bijna bij neerviel.

We schrijven, paasvakantie 2024.

Een week vakantie, voldoende slaap, een ijzerkuur (waar mijn maag wel slecht tegen kan) , een weekend in Noord-Frankrijk met het gezin en dat van broer en zus waarbij niemand er raar van opkeek dat ik me af en toe eens buiten de cirkel zette om op mijn gemak wat te lezen of in mijn eentje een toertje te gaan lopen op een sukkeldrafje zorgden ervoor dat de energiemeter niet al te lang op rood bleef staan.

De feiten: vrouw, 43, met ambitie op familiaal, professioneel en sportief vlak vond 3 jaren geleden een stekje in de school van haar dromen. Grote broer en grote zus zijn ondertussen ook leerling in diezelfde school. Volgend jaar komt kleine zus erbij, gaat kleine broer elders in 1 B zijn bouwdroom achterna en zal het kleinste sprotje heel hard moeten slikken (en menig traan plengen als ze tot de conclusie komt dat alleen zij en Ollie nog fulltime in de heimat leven en werken:)

De feiten: Met gezond verstand, een goede vooropleiding, vakkennis, liefde voor mensen en veel flexibiliteit kun je meer dan 1 steen verleggen in een (onderwijs)rivier op aarde. Je moest eens weten hoe simpel het is om feedbackwerk niet te laten liggen en om gewoon voort te doen. Een leerling die weet dat zijn weer meteen nagekeken wordt, zal heus wel 2 keer nadenken vooraleer hij zijn opdracht niet maakt.

Je moest eens weten hoe fijn het is om collega’s te hebben aan wie je wel alles kunt vragen.

Edoch, onderweg gebeurt er vanalles. Collega’s zijn even afwezig, leerlingen zijn uit hun hum en hebben nu op dit eigenste moment een leerkracht nodig met 7 paar ogen, 3 paar handen en het geduld van een schildpad van 2 eeuwen oud, de printer jamt, er is opendeurdag op school waardoor je veel te weinig tijd vindt om even rustig gewoon niets te doen, de kinderen hebben een nieuwe foto voor hun paspoort nodig, damm, weeral vergeten dat er een afspraak bij de ortho was en dat ik ooit een inschrijvingsbewijs voor mijn speedpedelec op een logische plek had moeten wegleggen.

Dit alles en de nooit aflatende stroom werk en de eeuwige strijd om af te bakenen, blijven voor mij een huizenhoog issue.

Ik zie beterschap voor mezelf. Ik zoek en vind licht en lichtheid.

Ik doe ondertussen fast forward naar het begin van de zomervakantie.

We did it again! Een prachtig schooljaar afwerken.

Met een team dat steeds vertrouwder aanvoelt en waarbij het me steeds beter lukt om alles te zeggen wat moet gezegd worden.

Met een radar die steeds scherper is afgesteld waardoor ik weet dat dingen voorbij gaan en dat leerlingen komen en gaan en dat het momentum er is om er telkens opnieuw het allermooiste en allerwaardevolste wat op dat moment mogelijk is van te maken.

Waarin het me steeds beter lukt om niet van mijn grondbeginsel af te wijken, namelijk geloven dat mensen om je heen hun best doen en dat ze er een goede reden voor hebben als dat even niet lukt.

Ik had het erover in de speech die ik voor school voorbereidde, over de bereidheid om mekaar door de dagen te dragen als een van je medemensen onderweg (even) op het einde van zijn krachten blijkt.

Daarmee wil ik jullie graag de zomer in sturen. Met de vraag om daar even bij stil te staan en om te geloven en te blijven geloven in de kracht van nabij en dichtbij. Van kleine dingen en gebaren die zoveel grootser zijn dan je denkt.

Ik denk aan een bemoedigend woord van dank voor een leerkracht die je kind een jaar onder zijn of haar vleugels had – ook als je het niet altijd 100 % eens was met hoe het allemaal liep.

Om te geloven in de kracht van de verbinding met de mensen met wie je samenwerkt, waar je kind school loopt, met wie je een dorp of een straat deelt.

Ondertussen worden hier mijlpalen gevierd (kleine broer en kleine zus zwaaiden af op de lagere school) wordt hier gelachen en geleefd, gelopen en gelezen en staat onze deur altijd wagenwijd open.

Voor de veiligheid van de kinderen

We tikken stilletjesaan richting kerstperiode. Nee, de kerstkaartjes zijn nog niet gemaakt en de fotocadeautjes nog niet besteld. De laatste lessen van het jaar zijn wel gegeven. En die waren dik in orde. De kerstloop in Brugge is ook gelopen en die kroop me wel een beetje in de kleren. Zo na een week van ren-je-rot-van-her-naar-der. En dan ook nog eens 10 km in plaats van 6. Soit, ik heb genoten, daar niet van.

Zondagmiddag was er de langverwachte EK-wedstrijd / crosscup in Brussel. Wacht nee – dat klopt niet – die crosscup werd er gewoon tussenuit genepen. ‘De youth races’ kunnen niet doorgaan kregen we de avond voordien droogweg via mail te horen, ‘voor de veiligheid van de kinderen’. (Lees: Die honderden kindervoeten zullen het parcours nog meer in een modderpoel veranderen. Er zal kritiek komen. Wacht neen – dan maar geen kinderen.)

Jammer toch, voor die jonge atleten, dat ze niet mogen lopen en nog meer dat we hen voortonen hoe je als ‘groot mens’ een kat vooral geen kat mag noemen en hoe je vooral niet mag zeggen waar het eigenlijk op slaat. Zeg het gewoon zo: ‘Er is veel modder. Als jullie eerst met al jullie enthousiasme door die grasstroken gaan ploegen, is er straks voor de grote mensen geen plekje meer over waar ze niet tot aan hun enkels in de modder staan. Dan gaan ze glijden en over elkaar heen vallen en zullen ze zeggen: ‘Die Belgen maken er een potje van met hun EK daar in de modder. Sorry, jongens en meisjes, dit lukt niet.’

Nog iets waar mijn hart van bloedt, waren de tegenvallende pisa-resultaten van onze jongeren en nog meer de manier waarop we daar allemaal van in een kramp schieten. Ik zie dat ze er zijn, die jonge mensen met stamina en talent, die er vol voor gaan. Ik zie ook dat een aantal van hen vol op de rem gaat staan en niet wil meedoen – of alleen met de handrem op wil meedoen.

Ik zie ouders en leerkrachten buigen en plooien, toedekken en instoppen. Zichzelf en hun kind in slaap sussen. Ik leer en ik ervaar dat mildheid wonderen kan doen, maar dat er grenzen zijn.

Achteraan in de klas

Ik zat ooit achteraan in de klas tijdens fysica. Ik was 14 en zat in het 3e middelbaar. – Later zou ik dierenarts of germanist worden. Latijn-wiskunde moest en zou het worden, als studierichting met zo veel mogelijk verderstudeeropties. Ook al was toen al duidelijk dat mijn talent voor talen groter was dan dat voor wiskunde en wetenschappen. – Na les 1 werd me duidelijk dat ik de leerkracht vooraan helemaal niet kon verstaan daar zo helemaal achteraan in de klas.

Ik ben namelijk doof aan mijn rechteroor wegens complicaties bij de bof in mijn kleutertijd. Zien wat er op het bord stond, lukte ook moeilijk met die niet-perfecte ogen van mij. ‘Ik spreek luid genoeg’, zei de leerkracht. Toen ik haar vertelde over mijn ‘probleem’. Het was niet luid genoeg en het lukte niet zo goed voor fysica. Ik studeerde me suf voor een pover resultaat en pikte een jaar lang amper iets op uit de les.

Dit scenario herhaalt zich vandaag hopelijk minder vaak dan toen. Elke gerechtvaardigde vraag om hulp moet gehoord worden en moet helder gesteld worden. Dan kunnen we starten en onze energie op een nuttige manier aanwenden.

De generatie die nu op de schoolbanken zit heeft wél oog voor wie een functioneel probleem heeft en kan al veel beter duiden en omschrijven wat er fout loopt. De daadkracht moeten wij hen nu enkel nog vol overtuiging voorleven.

Als we dat nu eens meenemen: Als we duiden en instrueren. Een kader schetsen, geen luiheid gedogen – je leest je boek, je bereidt je toets voor, je legt je telefoon weg, je haalt je kauwgum uit je mond, je zet je stoel op je bank, je laat de hond buiten, je laadt je chromebook op, je ruimt je dienblad af, je zet je fiets weg – en zelf tonen dat het zo vooruit kan gaan.

Dan zijn we echt onderweg naar morgen en dan zijn we echt oprecht begaan met de veiligheid van de kinderen.

Laat ze lopen en vliegen met hun haren in de wind om energie en kunde op te doen voor later, als ze groot zijn.

Het is een wedstrijd (die je niet winnen kan)

Of ik mee ga naar het Belgisch kampioenschap veldlopen vraagt manlief ergens tussen soep, patat, drol van puppy Ollie en alarm van de rookmelder omdat ik het vlees vergat op het fornuis. Ik zeg ‘ja’ omdat ik dat heel graag doe. Ik hou ervan om met mijn camera in de aanslag door de modder te banjeren en al die atleten en vrijwilligers bezig te zien.

Hoe de pubermeisjes die zich de ziel uit hun lijf hebben gelopen zich gedwee door hun mama laten ondersteunen, hoe die opgeschoten jongens elkaar onhandig omhelzen bij wijze van felicitatie, hoe de blijdschap of de ontgoocheling van al die sportieve lijven af te lezen valt …

En ik wil mijn grote jongen uiteraard zien schitterend. Het wordt spannend of hij het deze keer al dan niet zal halen van zijn eeuwige rivaal, de rijzige en sympathieke Barnabé Chiliade uit Wallonië. (Hij haalde het net niet. Slikte zijn ontgoocheling grootmoedig door en is nu al een wedstrijdaanpak aan het uitdenken om volgende keer wel dat felbegeerde shirt met driekleurstrookje te bemachtigen. )

Ik maakte zondag even abstractie van het feit dat ik me tijdens schoolweekends eigenlijk geen volledige dag uithuizigheid kan permitteren. Ik heb 2 keer 5 uur nodig – op zijn minst – om mijn lessen en correctiewerk rond te krijgen. Anders worden mijn nachten weer veel te kort.

En dat wil ik niet. Toch doe ik het. Keer op keer. Werken lang nadat de lichten om me heen overal uit zijn gegaan en niet zelden nadat ik die kroost die geen 20 jaar meer om verhaaltjes zal vragen met net iets minder geduld dan ik oorspronkelijk in gedachten had in bed heb gedropt.

Veel dingen lukken goed. Ik voel me goed in mijn (sportieve) vel. Ik train consequenter dan ooit tevoren voor de halve marathon die ik in maart volgend jaar wil lopen. Ik lees boeken, ik sta te blinken vooraan in de klas. De kinderen vertellen over wat hen bezighoudt zonder dat ik het eruit moet sleuren. Ze pakken hun fiets om zelf naar de scouts en de atletiek te rijden en zijn op hun gezegende momenten zo lief en attent voor elkaar. En die momenten zijn best wel talrijk.

Er zijn afgebroken sleutels in fietsslotjes, moeilijke toetsen voor Frans, rommelige kamers, wasgoed waar geen eind aan komt, maar dat deert me eigenlijk niet.

Het is dat eeuwige tijdsvraagstuk dat wringt en dat ik bij zoveel mensen om me heen hoor en voel knagen. In een poging mezelf op de been te houden en toch af en toe een moment rust te creëren bestaan mijn dagen vooral uit werken, moederen en atletiekuitjes. Ik skip veel dingen die ik eigenlijk ook graag doe: Koffie drinken met vriendinnen, gewoon niets doen, gaan zwemmen met de kroost, vol-au-vent maken, nieuwe recepten uitproberen, handgeschreven brieven schrijven, langsgaan bij mijn ouders, …

Misschien is wat ik wel doe voorlopig genoeg en leer ik doordat ik besef dat tijd een zeldzaam goed is die schone momentjes met manlief, de kroost, de neefjes en nichtjes, de buurkinderen en hun ouders des te meer waarderen.

Misschien heb ik straks spijt van wat ik gemist hebt.

Zolang de puppy’s voor de puppy’s zorgen en de kinderen de nieuwe buren met heerlijke tekeningen en zelfgebakken koekjes welkom heten tel ik mijn zegeningen en kus ik mijn polletjes voor zoveel geluk en schoonheid in één mensenleven.

Het gaat erom om de juiste cadans te vinden. Ik voegde wat interessant non-fictiemateriaal toe aan mijn leesroutine met deze interessante tijdsplanner van Cal Newport en probeer mezelf te leren dat het ok is dat het soms eens genoeg geweest is en dat je de boeken moet leren toedoen als het vet van de soep is.

De jongen en zijn vriend

Vrijdagmiddag, nog geen drie uur. De poort kriept open en de soundtrack voor de komende week begint. De meisjes zijn thuis van school en in vrijdagmood. Lees: beetje hangen, beetje roepen, beetje zeuren om wat lekkers. Ik heb mezelf voorlopig nog ‘eingesperrt’ in mijn bureau boven. De intervallen tussen de dringende klopjes op mijn deur worden steeds korter.

De deadline voor de examenevaluaties schuurt tegen zijn einde aan. Het nieuwe evaluatiesysteem op school kampt met nogal wat kinderziektes waardoor een kleinigheidje aanpassen hier en daar al snel uitmondt in een urenlange heropstartsessie.

Deze week gaan we online klassenraad houden. ‘We do what we have to do’.

Toch sta ik versteld van de frisse monterheid waarmee ik dit alles eraan zie komen. Ik heb het voorbije jaar meer boeken gelezen dan ooit tevoren, ik heb mijn weg gevonden in een nieuw schoolsysteem en ik ben er voor het eerst in jaren in geslaagd om enige regelmaat te krijgen in mijn loopsessies. (Tot een gebroken voet vanwege een fietsongeval middem november daar een stokje voor stak. Ondertussen ben ik uit het gips en lijkt een eerste loopsessie stilletjesaan haalbare toekomstmuziek.)

Net als zovele andere gezinnen raakten ook wij in een quarantaineloop gevangen. 4 van de 7 gezinsleden kregen corona. Gelukkig zonder veel erg. De jongens en ik ontsnapten er voorlopig aan.

Ik neem het verhaal van de verveling en de afgelaste sportwedstrijden, het gesukkel met codes en testresultaten niet mee naar morgen.

Doe mij maar het verhaal van de wonderlijke juf van kleine broer. Ik vertelde er hier al eerder over. Kleine broer heeft moeite met school. Zo veel moeite dat het buitengewoon onderwijs voor hem een veilige haven werd waar het leren wel lukt, op zijn tempo. Terwijl zijn tweelingzus zich de leerstof van het 4e leerjaar eigen maakt, baant hij zich een weg door de leerstof van het 2e leerjaar.

Op zoveel andere vlakken excelleert het kind wel. Tijdens zijn quarantaine was zijn grootste bezorgdheid wie zich nu om klasgenootje S. zou ontfermen. In de klas van kleine broer zitten normaal begaafde kinderen met leerstoornissen en met autisme broederlijk naast elkaar.

Kleine broer en S. zijn 2 handen op één buik. De jongens begrijpen elkaar zonder woorden. Kleine broer die erg opmerkzaam is en altijd alles heeft gezien, voelt aan wanneer S. extra beschutting nodig heeft en neemt hem in bescherming als andere kinderen het op hem gemunt hebben. Zonder roepen en zonder tieren. Gewoon met rustige vastigheid.

Thuis slaat kleine broer net zoals de rest van de kroost wel eens aan het razen. Hij verheft zijn stem, hij grist een 2e portie koekjes weg en ontkent vervolgens staalhard. Hij wordt razend kwaad als grote broer langer mag opblijven en houdt vervolgens als een onvermoeibare soldaat de wacht voor zijn slaapkamerdeur.

Maar op school is hij de hoeder van S. En toont hij ons dat school zoveel meer is dan je de leerstof van schooljaar X of Y eigen maken.

Dit verhaal neem ik mee naar 2022.

En hier, hier blijf ik van dromen voor 2022.

La douce France met Tarzan, Jane, broer en zusjes

Omdat ons gezin met zijn 7 kopjes een tikkeltje buitenmaats is, zijn wij er wat zomerhuisjes boeken betreft altijd vlug bij.  Voor nieuwjaar ligt ons zomerplekje meestal al vast.

Zou het lukken, zou het mogen? (Je kent het ongetwijfeld: Dat mantra dat sinds corona in je hoofd is geslopen van zodra je denkt aan een feestje, uitstapje, reisje …)  Soit, het mocht en het kon en weg waren we 2 weken geleden.

Lees verder

Welcome to My Garden: bijna altijd een goed idee

Wij hebben een fijne tuin met sympathieke tuinbewoners, zijnde een stel geiten – waaronder onze Joke die met haar 16 lentes eigenlijk een stokoude dame is en wat last heeft van stramme pootjes – kippen en eenden. Wij wonen op een leuke plek en we hebben nieuwsgierige kinders die houden van volk om zich heen. Tel daar nog bij op dat wij van de soort zijn die gelooft dat het schoonste geluk niet te koop is.

 

Hup dus, een account aangemaakt op Welcome to My Garden .

Een initiatief waarbij particulieren hun tuin gratis ter beschikking stellen van trage kampeerders (fietsers en wandelaars dus.)

Lees verder