Het huis is stil. Enkel Ollie en ik vandaag. De voltallige kroost is op kamp met scoutspermeke . Geen nood. Ze zijn dra terug en dan gaat het richting Albanië voor de gezinsvakantie. Voor grote broer gaan we al richting zijn 17e zomer met ons.
Er kwam lange brieven van de zussen. Vol verhalen over verbinding en plezier. Vol vreugde, met tekeningetjes en hier en daar een spelfout.
De geit Tine kreeg een lammetje, een meisje. Manlief, hond en ik gingen een weekendje weg.
De voorbije 10 dagen waren rustig. Rustig en stil. Met 2. Of eigenlijk 3. Als je Ollie meerekent. Manlief was op weekdagen aan het werk. Ik deed de thuisshift. Meer dan haalbaar als er enkel een beperkt troepje vee te verzorgen is en wat rommelige plekken in huis aangepakt moeten worden.
De voorbije 10 maanden waren verre van rustig. Ik heb gegoocheld, met tijd en met energie. Ik heb veel gegeven aan mijn leerlingen en veel teruggekregen. Ik heb gezocht naar een evenwicht tussen helpen met Frans en andere schooldingen en van op afstand nabij zijn voor de eigen kroost. Ik heb feedback geschreven en lessen voorbereid tot de letters voor mijn ogen dansten en een kop koffie al lang niet meer genoeg waren voor een extra dosis concentratie.
Ik heb me zorgen gemaakt en gezocht naar de betekenis en verbinding. Ik heb gevonden, maar lang niet altijd. Ik maak me op voor de ‘va et vient’ van de zomerdagen met 7.
Ik blijf zoeken naar de waterpas in mijn leven, meer bepaald naar hoe die helemaal mooi recht te leggen.
Dat lukt immers lang niet altijd.
Ik doe mijn best en dat komt met een prijs. De prijs van uitputting, van er niet helemaal bij zijn, van niet weten wanneer en wat ‘goed genoeg’ is. Van te weinig slapen en te veel verwachten. Van tijd die er niet is en aandacht die verloren gaat. Van niet weten wat nu telt en wat kan wachten.
Ik denk dat je soms mag kiezen waarvoor je extra je best doet. Dat heb ik geleerd van grote broer.
Het gaat goed met ons. Ik zeg het zo graag. En meestal klopt dat ook gewoon helemaal. Ons, da’s manlief en dat zijn de 5 kinders, grote en kleine broer en zus en het kleinstje sprotje. En ik, Kat, de mama. ‘Ons’ kwam er niet vanzelf, maar ‘ons’ is er en da’s wat telt.
De voltallige kroost troeft mij ondertussen genadeloos af als het op loopsnelheid aankomt en ook op culinair vlak trekken ze zich steeds beter uit de slag.
Een lang gekoesterde droom om ruimte te hebben om dieren te houden werd dit jaar werkelijkheid. Op het veld dat grenst aan onze tuin wonen sinds kort 4 schapen en 2 koeien.
Heerlijk, al moet ik soms zoeken naar tijd om van al dat moois te genieten.
Soms kom ik thuis van school en ben ik moe, zo moe, alsof ik 3 marathons achter elkaar heb gelopen zonder te drinken en zonder te stretchen vooraf. Soms zit ik achter mijn bureau om lessen voor te bereiden of feedback te schrijven en lijkt de berg waar ik over moet zo hoog. Alsof het zelfs met een klimgordel, een berggeit om mijn spullen te dragen en een paar fancy bergschoenen aan nog niet zal lukken. Soms heb ik een moment vrij en denk ik, ‘nee’, ik moet nog dit, dat en dat doen. Soms voel ik me eenzaam en alleen en altijd in de weer, met alles en niets. Soms gaat alles op aan ‘moeten’ en is er geen tijd meer om iets anders te willen.
Een paar weken geleden ging ik op schoolreis naar Berlijn. We verbleven in een hostel net buiten het centrum en hadden een ongelooflijk heerlijke tijd.
Er moest uiteraad ook heel veel. Er moesten 61 pubers in het gareel gehouden worden, bijvoorbeeld. Bijna-volwassenen die al eens bokkensprongen maken, die ruzie maken, lawaai maken en rommel achterlaten. Maar daar ging het uiteraard niet om.
Er was ook licht, zo veel licht, om thuis even los te laten en het moment te proeven en te beleven.
Het meest van al koester ik de gesprekken met die bijna-volwassenen. Leerlingen die eens naast je komen wandelen of fietsen en daar wat langer blijven hangen om te vertellen. Ik oefen dan om zo goed mogelijk te luisteren en om zelf het gesprek niet te domineren.
De klim en de tocht worden daardoor vanzelf een pak makkelijker.
‘Je moet niet alles vertellen om begrepen te worden.’, heb ik daar in Berlijn een paar keer gedacht.
Ik oefen ondertussen verder in luisteren. Da’s niet makkelijk. Ik loop al 44 jaar op deze wereld rond. Ik verpopte al een paar keer tot een andere versie van mezelf. Nu ik stilletjesaan een plek op de wereld bereik waarin terugkijken zonder de blik op de toekomst te verliezen aan de orde is, constateer ik dat begrepen worden of plekken weten zijn waar iemand je begrijpt alles zijn.
Ik heb ze die plekken. Maar daarrond zijn nog veel onherbergzame stukken. Mensen die ik op afstand hou. Gesprekken die ik uit de weg ga. Bezoeken die ik uitstel of helemaal oversla.
Dubbel feest, want op die 8e oktober toen, in het putje van de nacht, kwamen ze met z’n tweeën ons leven binnen gedenderd. Van 2 naar 4, op een kwartiertje tijd.
2 maanden voor de afspraak. Na een horrorbevalling waarbij kleine zus met spoedkeizersnede (in de zin van ik – voel – ze – snijden) gehaald werd na een navelstrengprolaps.
Kleine broer en kleine zus. Een duo.
In een vingerknip voorbij. Die 12 jaar.
Een schools verhaal met vertakkingen langs paden die voor kleine broer zelf bezaaid liggen met steile hellingen en verraderlijke ravijnen. Kleine zus bleef in de dorpsschool vlakbij en geniet nu van de nieuwe uitdagingen en het gezelschap van nieuwe vriendinnen op een school met een hart en ruimte om te ontdekken en excelleren op heel veel vlakken.
Onze jongen heeft leerstoornissen (DCD en dyslexie) en doorliep zijn lagereschooltijd in het buitengewoon onderwijs, maar kon tot zijn grote vreugde ook naar het ‘gewone’ middelbaar, in 1 B weliswaar. Lezen en schrijven blijven voor hem geen evidentie. Hij weet heel veel, kweekt konijnen en verbouwt groente, is hondenfluisteraar en trouw verbouwhulpje voor zijn tante. Heeft een ongelooflijk geheugen en kan bergen werk verzetten op de boerderij van oma en opa.
Het schools verhaal blijft een schools verhaal. Ook nu in het middelbaar komt hij vaak knorrig en uitgeput thuis.
Het blijft een zweten en wringen voor ons als ouder. Moet hij nog werken na schooltijd? Moeten wij naast hem zitten en hem leren studeren of is het voor hem genoeg om gewoon naar school te gaan en daar te zwoegen op al wat voor hem al al die jaren zo ontzettend moeilijk is? En moeten we hem ’s avonds dus gewoon laten bekomen van zijn dag?
We blijven smossen met onze kinderen, denk ik soms. (En met ‘we’ bedoel ik niet alleen mezelf. Op die momenten waarop ik denk: ‘Help, wie zorgt er voor mijn kind?’, ‘Help, schiet ik te kort als ouder?’ )
We blijven smossen met zij die niet kunnen wat voor velen een evidentie is.
Met zij die wel kunnen wat anderen niet kunnen, maar niet in het vak van ‘kinderen die de toekomst zullen helpen vorm geven’ zitten.
Hij kwam apetrots thuis met het houten spelbord dat hij gemaakt had in de les techniek, maar moet straks wel naar de bijles wiskunde.
Ik kijk ernaar en weet niet goed wat ik moet denken. School is niet voor iedereen een feest. School is vaak hard werken, voor kleine broer, maar ook voor zijn broer en zussen. En ook voor de mama.
Maar iedereen verdient op tijd en stond een stuk taart. Een compliment. Het gevoel iets heel erg goed te kunnen. Een pluim.
Zomer 15 met met grote broer (het kind dat van mij een moeder maakte) hinkelt op zijn allerlaatste teen. Ik kijk achterom en voel 1000 dingen tegelijkertijd. Dankbaarheid, rust, trots, een prikkend traantje om de snelheid waarmee de tijd door mijn vingers glijdt, …
Nog even en de hectiek van het schoolleven overspoelt me weer. De schoonheid van het gezinsleven van elke dag is in niet-zomervakantie-tijden nu eenmaal soms minder helder zichtbaar.
Het zomerregime van ik-werk-me-door-de-zomerdag en ververs pampers, bereid hapjes en papjes en ben dolgelukkig als ik een kop koffie op z’n minst lauwwarm kan opdrinken of als ik 10 regels uit de krant of uit een boek na elkaar kan lezen ligt achter de rug. Net als de zomerbarbecues waarbij je het gevoel hebt dat je in plaats van te eten en te praten non stop baby’s en peuters aan het verschonen en voeden bent.
Meer dan toen besef ik dat ik zo ontzettend gezegend ben met een hechte clan van fijne mensen rond me. In dezelfde levensfase. Net als ik kwamen ze toen vaak handen, slaap en ogen te kort hadden om hun koters in het gareel te houden. Nu zijn we – op praktisch vlak alvast – uit de loopgraven geraakt.
Deze nieuwe levensfase met jonge tieners geeft – manlief en ik in elk geval – ademruimte. Ik weet het: ‘Morgen kan het weer helemaal anders zijn, maar nu loopt het best wel lekker. Op stap gaan met met z’n 2 kan al een hele tijd zonder babysit. 3 keer per week gaan lopen lukt (dankzij de installatie van een paar goede gewoontes), een telefoontje om alvast een kip in de oven volstaat om het avondeten op tijd op tafel te krijgen.
De kroost doet het goed en scharrelt goddank nog steeds heel erg graag dichtbij rond. Kampen van scouts en Kazou worden ten volle beleefd – op dit eigenste moment is er nog een vanuit Zweden onderweg naar huis – maar dagen thuis, daar houden ze eigenlijk ook wel van. Het is een va-et-vient van nichtjes en buurkinderen. Heerlijk om te zien hoe een 13- of een 15- jarige de 3-jarige buurjongen op sleeptouw neemt, hoe de kleine nichtjes met gemak over de schouders van de oudste neven worden gegooid en hoe ook heel wat andere kinderen zich bij ons helemaal thuis voelen.
Ik heb dan wel 5 tieners in huis, maar zit met hen en hun lijf en hun gemoed nog ten volle in de gezellige schemerzone tussen klein en groot. Wat ik bedoel: Een zetel vol dekens, kinders, een hond en een kat, een keukentafel waaraan geschilderd wordt, waar taarten versierd worden en tekeningen worden gemaakt en goddank nog weinig vragen om uit te gaan of pubergesnauw.
Hoe hoop ik het dit schooljaar behapbaar te houden voor mezelf en voor de kroost:
op tijd naar bed
Gij, ook, moeder.
Ik ben een vroege vogel en gaf dit door aan de kroost. 4/5 van de kinderschare tref je ook in de zomer of in het weekend zelden na 8 u ’s morgens nog in hun bed aan. ’s Avonds hanteren we ook voor de grotere kinderen een vrij streng bedtijduur en gaan telefoons niet mee naar boven.
Tijdens het schooljaar slaap ik veel te weinig. Laat opblijven en vroeg opstaan eisen zijn tol en zorgen voor tijdverlies wegens niet fris genoeg. Dit moet dit schooljaar anders.
gsm op slot
Ik installeerde een nachtslot op mijn gsm. Tussen 22 u en 7 u gaat mijn scherm op zwart-wit. Dit om scrollen in halfwakende toestand tegen te gaan.
Tijd om te lezen en boeken op tijd naar de bib
Ik lees en ik lees en ik lees, maar heb de vreselijk slecht gewoonte om te grossieren in bibboetes. Blijf ik doen – dat lezen – , ook op drukke momenten, maar dat met die boetes moet anders. Geen boetes meer, heb je het gehoord? Tenzij je een sprinter ‘ns pas in een week en 1 of 2 dagen in plaats van in die ene onmogelijke week krijgt uitgelezen.
vaste momenten voor hulp bij huiswerk
Naar school gaan is niet voor elk kind elke dag een heel groot feest. Ook bij ons niet. Ik heb zelf altijd heel graag gestudeerd en zonder morren een tandje bijgestoken of een uur langer gewerkt als dat nodig bleek. Dit is niet voor al onze kinderen een even grote evidentie.
We hanteren de afspraak dat je best doen en dat doen wat je moet doen voor iedereen de basisregel is. We maken als ouders graag wat tijd vrij om te helpen bij het voorbereiden van moelijke toetsen of het meebrengen van bibboeken. Maar niet de laatste dag en niet als het alleen ook lukt. Dit houden we vast van het voorbije schooljaar.
mogen we een taart bakken?
Da’s zeker, da. Probeer hem maar zo mooi mogelijk te maken en ruim de keuken op achteraf.
Mental note: zorg dat de ingrediënten in huis zijn en zorg dat je je er niet te veel in opjaagt dat kinders nu eenmaal rommel maken. De intentie om te bakken en al die dappere of halfslachtige pogingen om op te ruimen zijn toch ook best ok, niet?
schrijf handgeschreven brieven en kaartjes
Doen! Iedereen wordt daar blij van. Zowel de schrijver als de ontvanger én het is een oefening in schoonheid zien en laten zien aan anderen.
Of ik mee ga naar het Belgisch kampioenschap veldlopen vraagt manlief ergens tussen soep, patat, drol van puppy Ollie en alarm van de rookmelder omdat ik het vlees vergat op het fornuis. Ik zeg ‘ja’ omdat ik dat heel graag doe. Ik hou ervan om met mijn camera in de aanslag door de modder te banjeren en al die atleten en vrijwilligers bezig te zien.
Hoe de pubermeisjes die zich de ziel uit hun lijf hebben gelopen zich gedwee door hun mama laten ondersteunen, hoe die opgeschoten jongens elkaar onhandig omhelzen bij wijze van felicitatie, hoe de blijdschap of de ontgoocheling van al die sportieve lijven af te lezen valt …
En ik wil mijn grote jongen uiteraard zien schitterend. Het wordt spannend of hij het deze keer al dan niet zal halen van zijn eeuwige rivaal, de rijzige en sympathieke Barnabé Chiliade uit Wallonië. (Hij haalde het net niet. Slikte zijn ontgoocheling grootmoedig door en is nu al een wedstrijdaanpak aan het uitdenken om volgende keer wel dat felbegeerde shirt met driekleurstrookje te bemachtigen. )
Ik maakte zondag even abstractie van het feit dat ik me tijdens schoolweekends eigenlijk geen volledige dag uithuizigheid kan permitteren. Ik heb 2 keer 5 uur nodig – op zijn minst – om mijn lessen en correctiewerk rond te krijgen. Anders worden mijn nachten weer veel te kort.
En dat wil ik niet. Toch doe ik het. Keer op keer. Werken lang nadat de lichten om me heen overal uit zijn gegaan en niet zelden nadat ik die kroost die geen 20 jaar meer om verhaaltjes zal vragen met net iets minder geduld dan ik oorspronkelijk in gedachten had in bed heb gedropt.
Veel dingen lukken goed. Ik voel me goed in mijn (sportieve) vel. Ik train consequenter dan ooit tevoren voor de halve marathon die ik in maart volgend jaar wil lopen. Ik lees boeken, ik sta te blinken vooraan in de klas. De kinderen vertellen over wat hen bezighoudt zonder dat ik het eruit moet sleuren. Ze pakken hun fiets om zelf naar de scouts en de atletiek te rijden en zijn op hun gezegende momenten zo lief en attent voor elkaar. En die momenten zijn best wel talrijk.
Er zijn afgebroken sleutels in fietsslotjes, moeilijke toetsen voor Frans, rommelige kamers, wasgoed waar geen eind aan komt, maar dat deert me eigenlijk niet.
Het is dat eeuwige tijdsvraagstuk dat wringt en dat ik bij zoveel mensen om me heen hoor en voel knagen. In een poging mezelf op de been te houden en toch af en toe een moment rust te creëren bestaan mijn dagen vooral uit werken, moederen en atletiekuitjes. Ik skip veel dingen die ik eigenlijk ook graag doe: Koffie drinken met vriendinnen, gewoon niets doen, gaan zwemmen met de kroost, vol-au-vent maken, nieuwe recepten uitproberen, handgeschreven brieven schrijven, langsgaan bij mijn ouders, …
Misschien is wat ik wel doe voorlopig genoeg en leer ik doordat ik besef dat tijd een zeldzaam goed is die schone momentjes met manlief, de kroost, de neefjes en nichtjes, de buurkinderen en hun ouders des te meer waarderen.
Misschien heb ik straks spijt van wat ik gemist hebt.
Zolang de puppy’s voor de puppy’s zorgen en de kinderen de nieuwe buren met heerlijke tekeningen en zelfgebakken koekjes welkom heten tel ik mijn zegeningen en kus ik mijn polletjes voor zoveel geluk en schoonheid in één mensenleven.
Het gaat erom om de juiste cadans te vinden. Ik voegde wat interessant non-fictiemateriaal toe aan mijn leesroutine met deze interessante tijdsplanner van Cal Newport en probeer mezelf te leren dat het ok is dat het soms eens genoeg geweest is en dat je de boeken moet leren toedoen als het vet van de soep is.
Het gaat hard. Dit schooljaar. De dagen verglijden. Vaak in schoonheid. Vaak met tonnen voldoening voor wat ik samen met mijn collega’s voor mekaar krijg als onderwijsprofessional. Maar nog te vaak met te weinig tijd en ademruimte voor het thuisfront.
2 van onze kinderen. Grote broer en grote zus gaan ondertussen naar de middelbare school. Ik zie de volwassene die ze bijna zijn glimmen onder hun vel en ik zie ook daar veel schoons.
Schoolverlatersklas
Kleine broer zit in de schoolverlatersklas in het buitengewoon onderwijs. Hij kan misschien volgend jaar al overstappen naar de B-stroom in het middelbaar. Dat wil hij heel graag. Samen met zijn tweelingzus naar het middelbaar. Al is samen in hun geval ook telkens weer apart. Het wordt een andere school, het wordt een andere weg. De kaarten van kleine broer liggen nu eenmaal anders. Zijn talent is er daarom niet minder om. Al lijkt hij daar zelf meer en meer aan te twijfelen.
In afwachting daarvan sleept zich door zijn schooldagen en is hij een ander kind in het weekend en in de vakantie. Keer op keer raap ik mijn moederhart of wat daarvan rest van de grond als ik hem met hangende schouders naar beneden zie komen voor het ontbijt of als ik hem ’s avonds vraag of hij alsjeblieft zijn huiswerk wil maken.
Ik objectiveer en kijk soms naar mezelf vanop een klein afstandje. Ik zie vaak / geregeld / soms – schrap hier gerust wat niet past – dat het ok is. Dat ik het goed (genoeg) doe als moeder en als mens. Dat er vrijheid en veiligheid is en dat onze kinderen voor elkaar en voor hun vrienden en familieleden zorgen.
Groeikansen
Ik zie ook best nog groeikansen in dat omgaan met tijd. Sinds ik Atomic Habits van James Clear lag, ligt mijn gsm bijvoorbeeld niet meer in mijn bureauschuif maar buiten mijn werkkot in een blikken koekentrommel.
Toch constateer ik telkens opnieuw dat de werkdruk hoog is in het onderwijs en dat de zoektocht naar vervangers voor collega’s die uitvallen wegens ziekte of die met zwangerschapsverlof gaan of ouderschapsverlof opnemen de proportie van een ware odyssee aanneemt.
Hoe is dat zo ver kunnen komen? Waar moet dat heen?
Ik probeer het vaak zo te bekijken. In het licht van de eeuwigheid ben ik van weinig waarde. Ik win straks geen nobelprijs. Ik leef mijn leven met open ogen, ik probeer voor mezelf te zorgen, ik probeer mijn kinderen te leren dat ze dat ook moeten doen, maar ik benadruk constant dat ze ook kunnen helpen om voor elkaar en voor anderen te zorgen.
Ik ben mij ervan bewust dat ik rechten heb, maar ook plichten.
Als we dat nu eens met z’n allen zouden proberen. Niet hoog van de toren blazen en doen alsof wij wel weten hoe het moet, maar gewoon doen. Elke dag opnieuw. Vol goede moed en goesting en met onze oren en ogen wijd open.
We zullen nooit kunnen vermijden dat er dingen fout lopen, dat we ons geduld verliezen of al eens wat tijd verlummelen, maar dat moet ook niet. Perfectie is niet (altijd) nodig.
Noodlot
Laat mij eens met een heel droevig voorbeeld illustreren hoe je mekaar kunt dragen of hoe je mekaar kunt negeren.
De donderdag voor de vakantie sloeg het noodlot toe voor onze lieve hond Rex. Hij glipte ’s middags onder de poort door en werd aangereden door een auto. Kleine zus en haar vriendinnetje waren alleen thuis en hoorden een harde klap. Ze liepen meteen de straat op en haalden Rex naar binnen. Hij jankte en had veel pijn en is even later gestorven. De chauffeur die Rex aanreed, reed waarschijnlijk te snel, was afgeleid of had hem gewoon niet gezien. Dat kan gebeuren (die twee laatste dingen). Niemand gaat de weg op met het plan: ‘Ik ga vandaag eens een hond doodrijden’. Rex moest daar ook niet lopen. (Dat weten we ook). Maar die chauffeur maakte het wel nog erger door niet te stoppen en twee kleine meisjes alleen te laten met een stervende hond.
Dat bedoel ik ook met voor elkaar zorgen. Wel stoppen en wel helpen en niet er niet van uitgaan dat het ook ok is als je het een ander voor jou laat oplossen of erger nog ervan uitgaan dat jij gewoon helemaal niets moet doen.
Ook als het slecht gaat, als je een fout maakt, als je een belofte niet nakomt of als je het gewoon verkakt, is het je plicht om je als mens onder de mensen te gedragen.
Maak je niet uit de voeten, kijk niet weg, vergeet niet om ook voor elkaar te zorgen en andere mensen door de dagen te dragen als je je daar sterk genoeg voor voelt.
Kleine broer is er het hart van in dat zijn allerbeste dierenvriend er plots niet meer is. De vrijdag voor de vakantie hingen zijn schouders nog meer af dan anders. Was er beeld zonder klank en zat er een kind aan mijn keukentafel dat er niet toe in staat was om naar school te gaan. Het verdriet was te groot. Gelukkig was er een fijngevoelige buurvrouw aan wie ik het slechte nieuws over Rex had verteld en die me had laten weten dat ze die vrijdag thuis was met haar zoontje van twee en dat kleine broer daar terecht kon.
Dat is voor elkaar zorgen en elkaar en elkaars kinderen door de dagen helpen dragen.
Het verdriet om onze lieve, onstuimige Rex blijft vers en blijft schrijnen.
We haalden wel een nieuwe pup in huis. Voor kleine broer, voor grote broer, voor grote zus, voor kleine zus, voor het kleinste sprotje, voor onszelf en voor de neefjes, nichtjes en buurmeisjes die onze huisdieren allemaal om ter liefst zien.
Ollie heet hij. Wensen jullie hem een lang en gelukkig leven toe en rij je straks voorzichtig?
Gewapend met hun bullet journals (met hun voorbereiding, weet je wel) trok ik met grote zus van 10, kleine zus van 9 en het kleinste sprotje van 7 naar Berlijn. Met de trein. Wegens best wel betaalbaar en in mijn ogen iets meer overbrugbaar dan het vliegtuig als enige volwassene met een resempje kinderen. Als je graag leest, genummerde plaatsen boekt (doen!) en reisgezelschap meeneemt dat lezen ook als een prima tijdsbesteding beschouwt, is net geen 8 u reistijd best wel overbrugbaar.
Logeren deden we in https://huettenpalast.de/ , een charmant hotelletje in Neuköln (op wandelafstand van metrohalte Hermannplatz) , opgevat als loods met indoorcamping. Wij huurden 2 vrolijk geschilderde en netjes onderhouden caravans naast elkaar. Het was er erg rustig, met amper de helft van de campingplekken bezet. Die indruk had ik trouwens af en toe over Berlijn in het algemeen. Misschien omdat we er van woensdag tot zaterdag waren en daardoor de weekenddrukte wat konden vermijden.
Voor de kinderen was dit logement een absoluut schot in de roos. Zij genoten vooral van de schommelstoel en van in en uit hun caravan banjeren om te spelen en te lezen. Voor reizen met zelfstandige lagereschoolkinderen is dit echt een toplocatie.
Ik ben geen held in me oriënteren en heb er een absolute hekel aan om onderweg nog vanalles en nog wat op de telefoon te moeten opzoeken. 2 vooraf geplande bestemmingen per dag (met afgedrukte tickets) en een metro-app (Berlin Subway) die ons getipt was door een fijne collega die met zijn vriendin nog in Berlijn was toen wij er aankwamen en met wie we op woensdagavond gingen eten bij de prima Italiaan http://www.gallonero-berlin.de/ bleken voldoende om het met niet meer dan een occasioneel verdwaalstressje in mijn zijn eentje te redden.
Voor mij was het de eerste keer dat ik er als enige volwassene met een aantal van mijn kinderen op uit trok. Reizen met kinderen is vermoeiender als je de enige grote mens bent. Da’s zeker. En reizen met vrienden en hun kinderen is absoluut heerlijk. Toch raad ik iedereen aan om dit ook eens te doen met kinderen die nog echt kinderen zijn en gewoon zoveel mogelijk bij jou willen zijn.
Ik vond het heerlijk om te zien hoe de meisjes de treinrit heen en terug uit hebben gezeten door te lezen, te schrijven en heen en weer te lopen in de trein zonder een enkele keer te zeuren om schermtijd. (Die was er niet, dat wisten ze op voorhand.) Grote zus en kleine zus schelen maar een dik jaar in leeftijd en kunnen dus min of meer hetzelfde aan, zowel wat dingen verstaan als wat fysieke fitheid betreft (grote zus kan meer, maar is fijngevoelig genoeg om haar tempo aan te passen.) Het kleinste sprotje wentelde zich af en toen in haar rol van ‘kakkenestje’ en kreeg het voor elkaar dat ze elke nacht bij mij in de caravan mocht slapen terwijl we eerst hadden afgesproken om te wisselen, maar ook dat verliep zonder grote problemen.
Het boek Mijn Berlijn van de Nederlandse blogster Marjolein van der Kolk heeft bij ons een vast plekje in de gezinsbib. Daar was op voorhand naarstig in gebladerd op zoek naar leuke uitjes.
Ook van zinnens om naar Berlijn te gaan (al dan niet in het gezelschap van je kinderen)? Deze plekjes zijn het bezoeken waard. Mooi onderhouden speeltuinen vind je overal. Laat je wat dat betreft gewoon even verrassen. Voor fijne tentoonstellingen en leuke eetplekjes doe ik wel graag wat research op voorhand:
Joods Museum : Erg ruim en verscheiden. Je kunt er gewoon even in rondstruinen om de algemene sfeer op te snuiven, maar er is ook best wat interactiefs te ontdekken. Tickets zijn gratis, maar moet je wel op voorhand boeken. Voor het speciaal op kinderen gerichte deel van het museum Anoha dat vorige zomer openging waren geen tickets meer beschikbaar (da’s voor de volgende keer.) In het café kon ik bovendien mijn gsm opladen, want met al dat navigeren neem je best een ladertje voor onderweg mee. (Die had ik bij, maar had ik in het logement laten liggen. )
Humboldt Forum : Wat een plek is dat? Grote zus wilde hier per se naartoe nadat ze over Alexander von Humboldt had gelezen in ‘De H van Humboldt’ van Barbara Rottiers. Wij bezochten de tentoonstelling van ‘Berlin Global’ en waren hier dik 2 uur mee in de weer. Opnieuw heel veel interactiefs te beleven. Met koptelefoons en invulboekjes (moeder, gij zult vertalen) .
Tierpark Berlin, een evergreen waar ik bij mijn vorige Berlijnbezoek ook een fijne middag beleefde. Denk aan eender welke mooie dierentuin waar je ooit eens was maar dan zonder wachtrijen. (Heerlijk he!)
Koffiebar Coffee Lab . Wat een heerlijk plekje was dit. Piepklein, maar erg lekker en met 100 % vakmanschap gemaakt. We hadden hier een heerlijk ontbijt met koffie voor mij, sapjes voor de meisjes en heel lekkere bagels en croissant met ham en kaas. Ook Anna Blume was een fijn ontbijtplekje.
Binnen 2 weken eenwielert grote broer voor de laatste keer de poort van zijn lagere school binnen. Zo komt er geruisloos een einde aan een tijdperk en zet ik straks mijn halfwassen zoon op zijn fiets richting Brugge voor (hopelijk) 6 jaar groei en bloei in zijn middelbare school.
Het doet me wat, al voelt het tegelijkertijd aan als een oh zo logische en welgekomen verdere stap.
Het is zo fijn dat de kinderen groter worden en stilletjesaan raadgevers en volwaardige gesprekspartners worden. Hoe ze omschrijven wat jij op dat exacte moment denkt, daar kan ik zo zot gelukkig van worden. Zo hadden de koters die schoollopen in Stalhille onlangs hun inlogkaartjes bij voor de plaatjes van de schoolfotograaf. Kleine broer zit in het buitengewoon onderweg en staat al 2 jaar niet op die foto. ‘Jammer he, dat we er maar met 4 opstaan’, zei de oudste. (Merci jongen, om dat te zeggen. I feel it too. )
De dagen zijn gevud met werken en naar school gaan, met wassen, plassen en lezen. Met proeven van herwonnen vrijheid. De dozen roomijs, de appels, de aardbeien en de droge worsten verdwijnen in een steeds hoger tempo in die 5 gulzige kindermonden. Begin juli vertrekt – voor het eerst – de volledige kinderschare op scoutskamp. En ik, ik sta paf, om de snelheid waarmee de jaren voorbijgaan. Om de schoonheid van de glimpen van wie de kinderen als volwassenen zullen zijn die ik steeds vaker te zien krijg.
Ondertussen wordt er ruzie gemaakt om via de hond mag vasthouden tijdens ritjes naar wandelbestemmingen, tiert kleine zus heel luid omdat er 2 druppels water uit het waterpistool van grote broer op haar kleren belanden en gaat laatstgenoemde een rondje mokken omdat kleine zus ‘doet alsof ze braaf is en ik er altijd inloop.’ Iedereen wil helpen als er cakebeslag gemaakt wordt om zich vervolgens uit de voeten te maken als het om opruimen gaat.
Ondertussen voelen die stralende gezichten van neefjes, nichtjes, vriendjes en buurmeisjes zo vertrouwd aan als een 2e huid. Hier wordt gespeeld, gelachen en geleefd. Door al die levenslust raakt mening scherp randje aan het leven heel vaak al een beetje afgerond vooraleer het gif van het moment heeft toegeslaan.
Ik wens het iedereen toe. Het vermogen om de momenten in te pakken en mee te nemen en om je eraan te verwarmen als de kilte toeslaat.
Ik gebruik vaak een eigen vocabulaire als ik met mijn kinderen praat. Dan zeg ik dingen als ‘als ik klaar ben met smurrie ruimen’ speel ik even met jullie mee. ‘Smurrie ruimen staat voor opruimen, puin ruimen, de was plooien, afwassen, …’
Stop met ‘ruffelen en dummen’ staat voor stop met ‘roepen, tieren, zagen, overdragen, zeuren om koeken’. En als we naar huis gaan, neem ik geen kinderen mee, maar laad ik mijn ‘puppy’s’ in. Lees verder →