De straatspeelkinderen

Op mijn dagelijkse woon-werk-fietstocht kom ik ze tegen.

De wandelaars. Talrijker dan ooit tevoren. Op elk uur van de dag. Solostappers, duostappers, jong en oud. Volledig geëquipeerd of duidelijk voor het eerst sinds lang op tocht. Een enkele keer zie ik 2 tienervriendinnen op skeelers of een mama op papa met een klein kindje achterop op de fiets.

Ik hoop dat ik ze blijf zien straks. Als hét vaccin ons leven opnieuw een andere draai geeft.

Ik hoop dat de mensen de weg weer overnemen en dat het rijk van koning auto een beetje minder almachtig wordt.

En bij ons op straat zie ik kinderen spelen. De straatspeelkinderen. Die van mij en die van buurtbewoners. Ze duiken op en ik zie ze graag bezig.

Ik hoop dat ze daar blijven spelen.

Met de go-cart, te voet, op de step … Ze spelen en dwalen en denken niet aan binnen zitten en schermpjes gapen. Ze willen samen zijn, ze willen ontdekken en uitproberen. Ze weten dat hun wereld vanwege corona nog even wat kleiner blijft, maar god, wat een vindingrijkheid om toch op avontuur te gaan. En wat een contentement. Plots is er een bos in het dorp sinds ze weten dat de gemeente en stukje verloren grond wil inrichten als extra speelgelegenheid. Geen idee hoeveel bomen er staan. Niet eens zo heel erg veel waarschijnlijk. Maar in hun ogen is het een bos en daar wordt op woensdag tussen 13 u 30 en 16 u 30 aan een kamp gewerkt.

Laat ze lopen

Laat ze lopen, zou ik zeggen. Zorg dat je als ouder min of meer weet waar ze zitten. Maak afspraken over samenblijven, over fluohesjes en fietslampjes en over binnen in eigen kot voor het helemaal donker is.

Laat ze lopen, zou ik zeggen. Geef ze als dorpsbewoner je glimlach en laat het ook niet na om hen tegen hun oren te geven als hun ouders hen niet op tijd hebben binnengehaald en als er al eens 1 geen hesje draagt, maar vergeet niet te glimlachen.

En ga zelf ook af en toe eens buiten, al dan niet in het gezelschap van een wandelmaatje of een hond.

Laat het werk, het huishouden en de verzuchtingen over wat niet kan en mag uit je hoofd waaien.

Liever toch binnen bij de kachel?

Waarom dan niet met een extra boek?

Eentje over verbinding bijvoorbeeld.

Zoals Het boek waarvan je wilde dat je ouders het hadden gelezen van Phillipa Perry. Mijn band met grote broer, die houdt van duidelijkheid en vaste afspraken, is er veel harmonieuzer op geworden sinds ik beter begrijp dat hij soms kwaad of overstuur is vanwege kleinigheden en dat ik gewoon moet laten zien dat ik dat snap en dat dat kan en mag. Gewoon eens zeggen. ‘Ik zie dat je je verveelt, da’s niet leuk, hé’, werkt stukken beter dan ‘Waarom verveel jij je toch altijd’. Het lijkt iets kleins en onbenulligs, maar het werkt, zeker in tijden waarin er geen workshops of sportwedstrijden zijn waar het kind zijn kruit kwijt kan.

Of het fantastische Meisje, vrouw, anders , de meest recente Booker Prize van de onnavolgbare Bernardine Evaristo. Over anders zijn, maar elkaar toch op de een of andere manier telkens weer vinden en versterken. Uiteraard niet zonder de nodige kneuzingen op te lopen onderweg. (Ik doe dit boek onrecht aan door in 2 zinnen te willen vertellen waarover het gaat. Best zelf lezen dus.)

Waarom niet eens extra aandacht besteden aan een verjaardagskaart of een briefje tout court?

Om de mensen die je nu niet in het echt kan zien en omhelzen een woordenknuffel te bezorgen.

Probeer het eens uit.

Het brengt rust en vrede en je maakt er jezelf en anderen blij mee.

Het brandend vuurtje

‘Ik zal mij in de keuken leggen’, zei grote broer. En hij gooide een stoel om, drapeerde een tv-deken over het wasrek en ging op de koude vloer liggen. ‘Dan kan ik me hier vervelen.’ Zie hier ‘une tranche de vie’ uit een verlengde herfstvakantie met 5 lagereschoolkinderen.

Zijn zussen keken hun grote broer en mij oogrollend aan en gingen verder met kleuren. Kleine broer stelde voor om te stofzuigen. Dat doet hij de laatste tijd geregeld, daarna vraagt hij telkens heel nadrukkelijk of hij het goed heeft gedaan. Soms krijgt hij een snoepje (mom fail).

Wat doen wij om de verveling die het felst toeslaat bij de jongens van 11 en 8 te snel af te zijn?

Wat doen wij om de dagen kleur te geven? Ook nu, nu het kroostje opnieuw naar school kan. En straks, tijdens de kerstvakantie. Nu we wellicht nog even op ons kleine kringetje aangewezen blijven.

Een paar tips:

Structuur aanbieden (en al eens iets aan Enzo knol overlaten)

Ook op weekend- en vakantiedagen sta ik ’s mogens vroeg op en werk tot een afgesproken uur voor school. Tot die tijd mag er beneden op schermen gegaapt worden (weliswaar zonder roepen en tieren en zonder dat ik uit mijn bureau moet komen om de gemoederen te bedaren). Daarna is het tijd voor een school-/huiswerkmomentje vooor de kroost. Niet elke dag. Het is geen schooldag, niet waar?

Manlief maakt – als hij zelf niet moet werken – van de gelegenheid gebruik om (digitaal) wat bijj te lezen en houdt een oogje in het zeil beneden.

De bosproever

We gaan af en toe naar een bos in de buurt en ook al eens naar random bosjes en wandelgelegenheden verder in West-Vlaanderen. Of naar het strand. Opnieuw, enkel als manlief thuis is. Waar ik er anders geen punt van maak om alleen met de kinderen de hort op te gaan, voelt dit nu niet comfortabel aan.

De nadruk ligt in deze tijden sowieso op in en rond het huis blijven. Gasten, ik run geen entertainmentbureau, hé.

Wat dacht je van buiten eten?

’s Avonds als het donker is. Bij een vuurtje. In de kippenren.

Zorg voor gemakkelijk eten. Ik ging vorige week voor huisgemaakte lasagne. Aan één opscheplepel, een ovenschaal, 7 vorken en 7 borden heb je genoeg. Eten mag al eens met alleen maar een vork en drinken doen we binnen. Scheelt een aantal ritjes kippenren – vaatwasmachine.

De kinderen vonden het zalig. We probeerden ook zelf popcorn te maken, wat grandioos misluke, maar dat kon de pret niet bederven. En ja, de jassen van de kinderen stonken (voor zij die een jas aan hadden). Bij de rest stonken enkel het haar en de rest van de kleren. En daarna stonken de lakens ook. Want nee, het kwam er niet meer van om iedereen nog onder de douche te pleuren.

Evergreens in een avontuurlijk jasje

Zo is het nieuwe stukje asfalt op een van de drie straten die ons dorp rijk is, een excellente ondergrond om pirouettes te draaien op je skeelers. Een wandelingetje die kant uit geldt hier als een uitstapje. (Great kids, I know)

Als moeder gaat joggen en rechtdoor loopt aan de brug over de vaart mag de meefietsende kroost links afslaan een stukje alleen fietsen of rolschaatsfietsen. Ik zie met snaakjes anderhalve kilometer verderop onder ‘de tunnel’ terug. (Een doorsteekje voor de bewoners van het ene huis langs de vaart en voor de vissers.)

Keukentafelliteratuur

Overdag zijn er eigenlijk best wel wat rustige momenten waarbij alle kinderen zo in hun spel zijn verdiept dat ze vergeten om honger te hebben, zich te verveeeelen of ruzie te maken.

Dan durf ik al eens een half uur of soms zelfs een volledig uur te stelen om lekker verder te lezen in een goed boek. Of dan neem ik de kranten en tijdschriften door op zoek naar goede artikels, columns, grafieken (Whatever, al wat ik kan gebruiken als inspiratiebron voor de lessen Nederlands voor mijn leerlingen. Ik hou het ook voor hen graag vernieuwend en actueel.)

Een gouden regel hier, haal er geen computer bij. Want dan zijn de kinderen binnen de korste keren hun speelfocus kwijt.

Het gepimpte wasmiddeltonnetje

Het mag al eens wat anders zijjn dan een A4’tje met een zonnetje en een regenboogje erop.

Wij maakten een heel leuk speelgoedemmertje van een gepimpt wasmiddeltonnetje.

Hoe doe je dat?

  • benodigdheden: (retro) wasmiddeltonnnetje – oude kranten – knutsellijn – geprinte foto’s – zwarte alcoholstift – zwarte verf
  • Beplak het tonnetje met krantensnippers.
  • Laat drogen.
  • Verf in het zwart.
  • Laat drogen.
  • Vang je kinders, huisdieren en teerbeminde wederhelft.
  • Zet ze in zijaanzicht tegen een witte achtergrond.
  • Koop een kind om ook van jou zo’n foto te nemen.
  • Druk de foto’s af op A4.
  • Knip uit.
  • Duid met een zwarte alcoholstift de ogen, mond, neus en de haarlijn van elk creatuur aan op de fotokant.
  • Draai om naar de witte kant en werk daar nog een aantal retouches af.
  • Plak de afgewerkte foto op het geverfde tonnetje.

Een voorzet geven

‘Piep’, kind wil iets. ‘Tuut’, moeder en vader staan klaar om het gewenste aan te bieden.

Ik dacht het niet. Toch merk ik dat het werkt als je af en toe wel gaat faciliteren en dat het soms wat aansporing en bemoediging vereist om een fijne, harmonieuze speelnamiddag uit de startblokkken te krijgen.

Het kleinste sprotje wil haar letters oefenen. ‘Laten we een lettermemory maken met letters uit de ‘Flow’ suggereren de zussen. Zet de plastificeermachine maar al klaar, moeder (allrighty).

Mogen we vanmiddag iets lekkers als viertuurtje? Zet het wafelijzer maar klaar jongens. Ik maak een portie deeg, jullie verdelen het in 14 bolletjes, voegen suikerpareltjes toe en bakken de wafels.

En als dat allemaal goed lukt krijg je er zelfs nog slagroom bij.

En morgen spelen we van restaurantje, maar eerst wil mama nog een beetje werken.

Jouw plan, jouw hartslag

Ooit reed ik naar de winkel om één pak pampers maatje 2 en om een pyjamaatje met lange mouwtjes dat niet te warm en niet te koud was en om een paar reserveschoenen (haha) voor grote broer. En dat in 3 afzonderlijke ritjes, elk op een andere dag.

Het kind dat een leven lang in mijn hart gewoond had en dat er niet zonder slag of stoot gekomen was, was er eindelijk en zijn hartslag was de mijne, punt uit. Denken aan morgen, het mentale morgen dan, was niet aan de orde.

Da’s goed en da’s prima, maar voor de dagen na de gelukzalige wolk waarop ik het 4 kraamperiodes lang heerlijk vertoeven vond, heb je een plan nodig. Een plan dat bij jou en bij jouw hartslag past.

Vandaag verspillen we bitter weinig energie aan overbodig gewas en geplas – niet aan wassen en plassen an sich, want hier is nog steeds een gigantische hoeveelheid spullen in omloop – en komt hier geen gerief in huis dat niet meteen intensief gedragen wordt door de kinderen. Ze krijgen pas een nieuwe broek als de vorige versleten is of hopeloos te klein. Wat we niet meer nodig hebben gaat naar de kleintjes van mijn zus, naar andere mensen die het kunnen gebruiken, naar de kringwinkel of richting voddenmand.

Waarom? Omdat ik vrij vroeg in het moederschap doorhad dat een dag maar 24 uur heeft, dat ik er daarvan best een zestal reserveer voor slapen en dat ik tijd nodig heb om mijn job als leerkracht naar beste vermorgen uit te voeren en om een aangename partner, vriendin, zus en dochter te zijn.

En omdat ik mijn huis niet vol wil gooien met rommel, en vooral omdat ik mijn kinderen diets wil maken dat spullen ook maar spullen zijn. Een nachtje logeren in plaats van een cadeauprulletje als verjaardagscadeau. Da’s toch stukken toffer? (Nu nog hopen dat corona dat op een dag weer praktisch uitvoerbaar maakt.)

Ook de sint en de cadeautjes spuwende kerstboom bij de grootouders werden gecoacht.

‘Alles spic en span dan?’ Hoor ik je denken? Helaas. Hier wordt geknipt, geschilderd, hier worden duploblokken in het rond gegooid, hier worden pomponnetjes gemaakt waardoor het hele huis vol draadjes wol ligt, hier loopt een energiek hondje rond dat af en toe ‘ns een verdwaald knuffelbeest attaqueert en de vulling in 1000 plukken verspreid de living rondsmijt.

Hier wonen 5 kinderen die van sporten en buitenspelen houden en waarvan er 3 nog steeds sandalen en korte broek dragen als de rest van het land al lang vindt dat het daarvoor te koud is geworden. ( ‘Minder wassen’, Hoera! Minder lange broeken, da’s waar, maar des te meer washandjes, lakens en handdoeken en tenen en knieën waar permanent een grijzige schijn over hangt.)

Wij zoeken ondertussen verder naar manieren om ons huis zo overzichtelijk mogelijk te houden en naar gerief dat tegen een stootje kan. De fruitdoosjes van Sustainable Family en de boekentassen van Jeune Premier bijvoorbeeld.

Het kroostje gedijt erop. Straks werken ze verder aan hun bunker in de tuin. Benodigdheden: een moeder die hen laat doen, een paar laarzen en een schop van de rommelmarkt, twee paletten en een lap plastic.

En straks hopelijk weer naar school.

De tweelingjaren

8 jaar geleden al. Sinds de geboorte van de tweeling. Sinds manlief in het holst van de nacht grote broer (toen 3 jaar oud) en grote zus (toen zelf nog een ukje van 14 maand dat nog niet stapte) bij nonkel en tante dropte voor een geboorte die niet meer op zich wilde laten wachten.

Meer dan 2 maanden te vroeg.

Een geboorte die in een drama had kunnen eindigen. Een infectie had er namelijk voor gezorgd dat de bevalling vroegtijdig op gang kwam. Twee dagen ervoor was ik naar het ziekenhuis gegaan met lichte weeën. We konden 2 dagen extra tijd kopen voor de kleintjes, maar toen was er geen houden meer aan. Ik had de weken ervoor vage darmklachten gehad, maar had daar verder niet bij stil gestaan.

Wellicht was dat een signaal van wat zou komen.

Kleine broer was er snel. Hij huilde niet, maar maakte een klein geluidje. Hij leek op zijn broer. En nu nog eentje, dacht ik. Ik herinner me dat ik zeer helder en rustig was en geen moment dacht dat ik mijn kinderen kon verliezen.

Toen zag ik de sneakers en het geruite overhemd van de gynaecoloog, het bed ging omhoog, er werd op een alarm gedrukt. Opeens waren er veel mensen, overal. ‘Meneer, u blijft hier’, hoorde ik nog.

Een mededeling die voor manlief bedoeld was.

Waar is mijn kind?

Ik voelde dat er een kind uit mijn buik werd gesneden, ik schreeuwde. En toen was er niets meer.

Ik kwam bij en zag geen kind. Wel een operatiezaal en medisch personeel dat druk doende was met een patiënt, ik.

‘Waar is ze? Waarom zegt niemand dat ze dood is?’, vroeg ik.

‘Ze is niet dood.’ ‘Ze doet het goed’. ‘Je mag haar straks zien.’, hoorde ik iemand zeggen tegen een patiënt. Ik was die patiënt.

Mij was iets overkomen, iets wat de mensen in de ruimte mee naar huis zouden nemen als een straf verhaal. Dat voelde ik. Dat ging in de lucht.

Neonatologie

Ik kreeg mijn bril opnieuw op. Ik zag een reuzegrote couveuse waarin draden en kinderen zaten. Er bliepte vanalles. Ik zag een jongetje dat op zijn broer leek en een meisje dat ik niet herkende. Ik werd met manlief herenigd en weg waren ze, onze kinderen.

De nacht loste op. Het werd ochtend.

Ik werd in mijn bed naar neonatologie gereden. Ik zag 2 kinderen. Een jongetje dat op zijn broertje leek en een meisje dat ik niet herkende.

Ik was verbazingwekkend snel op de been. Na een twee-in-één-bevalling. Broertje langs de normale weg, zusje via spoedkeizersnede omdat de navelstreng afgeklemd raakte na de eerste geboorte. Meerdere complicaties ineen dus.

Ik keek naar ons meisje, kleine zus. Ik bleef kijken en ontdekte als snel dat ze wel de mijne was. Instinctief wist ik ook dat ik me om haar geen zorgen moest maken.

Ik kijk naar ons jongetje, kleine broer. Ik bleef kijken en voelde al snel dat ik bij hem altijd nog eens extra zou kijken. Omdat hij wat meer zorg nodig zou hebben, omdat hij evidente dingen iets moeilijker zou aanleren.

Wat als …

Vandaag zijn we 8 jaar later.

Er is niets dan dankbaarheid om hoe de bevalling afgelopen is.

Niet om hoe ze gelopen is, maar ik blijf geloven dat er geen andere optie was.

Ik voel zoveel dankbaarheid om de alerte reactie van het team dat er toen bij was. Wat als … denk ik soms. Als kleine zus …

Ik hoop nooit ergere fysieke pijn te ervaren dan wat ik voelde op het moment dat kleine zus de wereld in moest worden gesleurd. Mijn buik uit.

Als ik zie hoe ze groeit, hoe ze bloeit, hoe ze is. Hoe ze helemaal ongeschonden uit dit drama is gekomen, dan voel ik me koningin van de wereld.

Wat als … denk ik soms. Als kleine broer en zus niet te vroeg waren gekomen.

Zou kleine broer dan vlotter hebben leren lopen,? Zou hij vlotter lezen en schrijven? Zou hij niet gefrustreerd raken omdat hij oppikt dat het kleinste sprotje na een maandje in het 1e leerjaar helemaal weg is met letters en woordjes lezen en schrijven? En hij nog steeds niet?

Hoe zou het zijn als broer en zus hun lagerschooltijd wel op dezelfde school hadden kunnen doorbrengen en daarna misschien zelfs nog samen hadden kunnen verdergaan op schools gebied?

Wat als … denk ik soms.

Als ik wat is gewoon omarm zonder die verdomde waarom-vragen.

Ik zie twee kinderen die elk op hun eigen manier hun weg zullen vinden. Ondanks alles wat zweemt naar ‘wat als’, zijn ze er voor elkaar. En hebben ze ons al meer gegeven dan alles waar we ooit van droomden.

Teacher life: Mijn 5 gouden regels

9 schooljaren geleden stond ik er voor het eerst terug. Voor een klas. Als leerkracht op een middelbare school. Op 1 september.

De komst van mijn 1e kind had me even daarvoor doen beseffen dat ik daar op professioneel vlak altijd al het gelukkigst was geweest.

Het verhaal was uiteraard iets gecompliceerder dan dat, maar in essentie komt het erop neer dat ik uit het onderwijs stapte omdat een opeenvolging van korte interims en de niet altijd even correcte afhandeling daarvan (lees: examens maken voor een ander terwijl mijn contract al afgelopen was, opdrachten die liepen tot de voorlaatste dag voor een schoolvakantie, vakken geven waarvoor ik niet was opgeleid … ) de rek er wat hadden uitgehaald.

Ik vond een job buiten het onderwijs, leek daar aanvankelijk mijn draai te vinden, maar kwam na een dik jaar tot de conclusie dat mijn hart op school gebleven was. De iets moeizamere vervulling van een kinderwens zorgde ervoor dat het veel te lang duurde vooraleer ik dat doorhad.

De rest is geschiedenis.

Er volgden nog 4 kinderen. In 3 jaar tijd. (We wisten ondertussen hoe het moest. )

Ik bleef werken. Ik bracht een prematuur geboren tweeling waarvan de kleinste na krap 4 maanden net 4 kilo woog naar de crèche om te kunnen gaan werken. Na de komst van ons kleinste sprotje, 20 maanden later, nam ik wel ouderschapsverlof. 7 maanden lang. Om de schade in te halen. Wellicht.

Lees verder

Thuis in mijn bubbel

Grote broer, schouderlang haar, rent gillend rond te tafel. Er zit een splinter in zijn vinger, en die moet eruit, maar daarvoor mag geen naald en geen nagelschaartje gebruikt worden. 

Het kind is erg stoer, maar ook extreem kleinzerig. Verschillende pogingen later zit de splinter nog steeds in de vinger. 

Het huis is behoorlijk aan de kant, de weekendagenda is leeg en luchtig. Het zondagse ontbijt staat op tafel. Ikzelf moet drie kwart van de tijd rondlopen om dingen op te rapen, af te spoelen, op tafel te zetten … Niets nieuws onder de zon. 

Lees verder

Over ijkpunten en fietsende kinderen

Ik blijf het doen, schrijven. En nog het liefst van al in het echt en het liefst van al naar mensen van wie ik weet dat ze evenveel deugd hebben van brieven krijgen als ik van brieven schrijven. Op handgeschreven bladen die ik daarna van een enveloppe en een postzegel voorzie en op hun reis naar die andere brievenbus stuur.

Ik heb ze nodig die ijkpunten. Die rustpunten die mijn bijwijlen chaotische leven overzichtelijk houden.

Fietsen

Nog zo’n ijkpunt dat ik sinds begin dit schooljaar aan mijn leven heb toegevoegd is de fietstocht van en naar mijn werk. Twee keer 40 minuten enkel mijn fiets en ik. Niets anders. Beyond reasoning, wat dat doet met mijn mentale hygiëne.

Ik probeer de microbe door te geven aan mijn kroost. Het schrijven oogst momenteel weinig bijval, het fietsen begint na even doorbijten aan te slaan.

Vorige vrijdag nog. Zo’n onverwacht klein geluksmoment.

Ik had nog wat opruimwerk op school en was uit het oog verloren dat manlief de kroost niet naar de atletiek kon brengen. Uiteraard zat ik te laat op mijn fiets om de kinderen op het startuur bij de training af te leveren. Een telefoontje naar de oudste zoon bracht soelaas.

‘We komen al naar de brug aan de vaart’, zei het bijwijlen zeer chaotische kind dat net als zijn moeder een meer dan gemiddelde nood heeft aan ijkpunten. ‘En daar wachten we.’ ‘De lampjes zijn opgeladen.’

Ik zag de brug aan de vaart opdoemen, maar daar stonden ze niet. Of toch? Ja, ze kwamen eraan. Kleine broer had zijn jeansbroek nog aan. Er was wat onenigheid. Door kleine broer waren ze te laat. Hij had de boel opgehouden en hij had dat nog grappig gevonden ook.  Hij had zijn sportbroek niet gevonden. Maar ze waren er. En hun lampjes brandden en 3/4 had er zelfs aan gedacht om zijn fluohes aan te trekken. Grote zus mopperde. Ze vond het te koud en te ver. Maar ze zat op haar fiets en vergat heel snel waarom ze aan het zeuren was.

Het kleine sprotje was liefdevol in de zetel geïnstalleerd door grote broer en vroeg me bij thuiskomst of ik even bij haar kwam zitten.

Ik had geen tijd en mijn huis was een stal. Maar de schoolkleren van het grut lagen wel op de salontafel en niet verspreid over het huis. De buitendeur was dicht en de lichten boven waren gedoofd.

Zouden ze het beginnen snappen? Dat je ijkpunten moet hebben om het te redden. Dat de hemel niet bestaat, maar dat het oh zo schoon kan zijn als iedereen zijn best doet om de boel geregeld te krijgen.

Op vrijdag zit ik even in mijn zetel met mijn kleinste sprotje. Ik luister naar haar gekwetter. In het nu, daar moet je zijn.

En daarna eten we croques. Elke vrijdag. Vorige vrijdag enkel voor de kroost in het gezelschap van een babysit.

Omdat wij erop uit waren met vrienden. In het echt. Nog zo’n ijkpunt dat het leven oh zo schoon en oh zo de moeite waard maakt.

 

Leuks voor West-Vlaamse kinders

Hij klokt alweer over halfweg, die fijne zomer van 2019. Aangezien manlief telkens pas in augustus vakantie neemt, heb ik er als ‘onderwijsmens-met-al-die-vakantie-weet-je-wel’  enkele weken opzitten waarin ik overdag de kindervreugde solo voor mijn rekening heb genomen.

Met nog maar één kleuter in huis, zien mijn zomerdagen er helemaal anders dan pakweg 3 jaar geleden. Geen potjes, papjes en en dutjes meer. Ik hou het bij deze ene stelregel: Vertrek nooit ergens heen zonder een drinkbus water.

Vakanties moeten niet volgesjouwd en volgepropt zitten met 97 uitstapjes per dag. Voor mij mag er af en toe eens een Kondodagje thuis tussen zitten ook. De kroost is daar minder van overtuigd en durft daar al eens een zaag over te spannen. Edoch, uiteindelijk vinden ze thuis altijd wel een creatieve bezigheid en vergeten ze op den duur dat ze zich aan het verveeeeelen waren.

Nu de kinderen de weldadigheid van zomerkampen mét overnachting hebben ontdekt, ben ik plots heel af en toe ‘ns helemaal alleen thuis overdag en eigenlijk vind ik dat helemaal niet onprettig.

Toch de hort op? Dan kan ik je wel even op weg helpen met enkele evergreens voor onze kroost.

De Sierk

In Familiepark De Sierk  in Klemskerke is altijd, maar dan ook altijd leuk. In dit speelpark installeer ik mij met een goed boek, spreek ik met de kroost af dat ze één iets mogen kopen om te eten of te drinken, zo ongeveer anderhalf uur na aankomst en dat ze voor de rest hun plan moeten trekken.

Uiteraard doe ik af en toe mijn toer om te kijken of alles kits is met iedereen. Maar eigenlijk kan er je kind in de Sierk niets overkomen. Alles is er zo heerlijk chill en zo magnifiek goed gevonden. Er is een leeuwenkuil met een echte pluchen leeuw, er is een plek waar het grut met recupmateriaal kampen kan bouwen, er zijn glijbanen, draaidoeken, hokjes gevuld met plastic beesten en caravanachtig iets waar de kinderen met poppen kunnen spelen, er zijn grijpkraantjes … . Dit allemaal heel erg oldskool, maar och zo tof, ook voor onze grote broer die met zijn 10 lentes, zomers, winters en herfsten echt nog helemaal in de doelgroep past.

Cirque plus

Ook Cirque plus , het jaarlijkse 3-daagse circusfestival in de tuinen van het Grootseminarie in Brugge staat bij ons met stip  op de agenda. Mooi meegenomen is dat nagenoeg alle voorstellingen gratis zijn. Met de fiets staan we er in een kleine 3 kwartier en ook hier spreken het ambachtelijke en het ongedwongene van alles ons enorm aan.

Grote broer is al jarenlang een enthousiast lid van Circus Woesh. Voor hem was het dus extra leuk meegenomen dat zijn lesgevers er ook waren en dat hij ook al een paar kunstjes kon laten zijn met het aanwezige speelmateriaal van Woesh.

Dit jaar had ik wel voor het eerst het gevoel dat Cirque Plus wat te populair aan het worden is. Een peuter verlies je hier zo uit het oog. Thank god dus, dat ik er geen bij had. Afspreekplekjes vastleggen voor het geval je een kind uit het oog verliest, is hier dus zeker een must.

 

Kunstenfestival Watou

Naar de poëziezomer van Watou nam ik dit keer enkel het kleinste sprotje mee wegens maar één kind beschikbaar. De rest was weg met Kazou.

Inhoudelijk vond ik alles ietsje flauwer dan dan de editie van 2017 die ik samen met een lieve vriendin met heel veel verteltalent, haar 3 kinderen, mijn 5-tal en één geleend exemplaar ging bezoeken. Wat ons dit jaar ondanks wat pas- en meetwerk niet is gelukt.

In de verschillende binnenruimtes was er niet echt één specifiek werk dat me meteen aansprak. Alles kwam nogal lauwtjes over. Zo van: ‘Oei het is weer poëziezomer in Watou, wat moeten we nu weer verzinnen?’

De nieuwe begraafplaats had met het venster naar niets had wel iets beklijvends. Ook het koffiehuis De Filosoof bleek een ontdekking.

Dranouter

Ben je nog nooit in Dranouter geweest? Ga dan alstublieft eens en vertel mij hoe het was. Ik ben er zeker van dat je het woord ‘fantastisch’ zult gebruiken in je omschrijving.

Ik ontdekte Dranouter in mijn studententijd toen kotgenoten me op sleeptouw namen. Sindsdien heb ik met een kort intermezzo wegens teveel getsjool met een te omvangrijke schare zeer jonge kinderen zelden een editie overgeslaan.

Dit jaar bracht ik de zaterdag op het festivalterrein door in het gezelschap van grote broer, het oudste neefje, kleine zus en het kleinste sprotje.

Ik pikte maar 2 optredens mee. Een van Jan De Wilde in de grote tent en een magistraal-ontwapenende show in de kerk van Wannes Cappelle, broeder Dieleman en Frans Grapperhaus. Voor de rest deinde ik rustig mee met wat de dag me bracht.

Dat magistrale moment nu: Op een kussentje vooraan in de kerk met mijn 2 meisjes dicht tegen me aan genoot ik van elke seconde, elke noot en elke lettergreep van wat Cappelle en co brachten. Het kwam niet in me op om op dat moment mijn camera boven te halen. Zo sacraal voelde ‘Dit is de bedoeling’ aan. Het leek wel telepathie toen Dieleman vertelde over zijn jeugdjaren in een reformatisch milieu in Zeeuws-Vlaanderen omdat ik in de wachtrij om de kerk binnen te geraken even verdwenen was in een boek van de Nederlandse auteur Franca Treur over dezelfde thematiek. Tel daar mijn kleinste sprotje bij dat met een vlekkerige stylo een huis met een hond en een schommel op mijn hand aan het tekenen was en je kunt je iets voorstellen bij mijn mindset.

En dan heb ik je nog niet verteld dat het optreden bij het vallen van de avond plaatsvond waardoor het stervende licht dat de ruimte binnenviel de sfeer nog feeërieker maakte.

Ik vond de 2 grote jongens terug op ons afspreekplekje. Ze hadden plastic bekers verzameld en hadden er een tolletje van laten maken. Ze hadden bonnetjes geruild met een ander gezin uit onze hometown dat zo mogelijk nog meer verslingerd is aan het jaarlijkse Dranouterfeest. Ze waren content, ze waren blij dat ze erbij waren, met mij in Dranouter.

Ik reed naar huis door de nacht. Ik haat autorijden, maar voor één keer vond ik het niet erg.

‘Uw kinders zijn uw kinders niet’, zongen ze in de kerk en ‘Wie niet kan tegenspreken is niet vrij’ (in het West-Vlaams uiteraard). Ik wist het al, ik wist alles wat ze zongen al maar het was oh zo mooi.

 

 

Feesten voor gevorderden

Uw zwetende puber en uw uitgeputte student moeten nog even volhouden. But I, I made it. Ik kreeg ze opgesteld, die dekselse examens Nederlands. Waarvoor ik karrenvrachten boeken meebracht uit de bib, Humo’s schooide bij een vriendin en urenlang zocht naar actuele teksten die bevattelijk en toch uitdagend genoeg zijn om uw puber ervan te overtuigen dat Kafka springlevend is, ook vandaag nog. 

Tip voor mezelf: Zorg voor examens die iets vlotter te verbeteren zijn. (Almost there) 

Tussen al dat examengewroet kreeg ik ook nog in een handomdraai een communiefeest en twee verjaardagsfeesten ineengedraaid.

Enkele tips om op dat vlak ‘foert’ te zeggen tegen de juiste dingen. Wees gerust: mijn gasten waren content en ik ook.

Marshmallows roosteren

Mijn 10-jarige belhamel mocht de spits afbijten met een avontuurlijk verjaardagsfeestje met vuur, marshmellows en een ‘niet-kinderachtig opdrachtje, mama’ in het nabijgelegen natuurgebied, De Schobbejak.

‘Luister vriend’, had ik gezegd. ‘Ik heb niet veel tijd om schattenjachten te bedenken. Ik trek me tot 16 u terug in mijn bureau om te werken. Jij bereidt voor met papa en de broer en zussen’.

Het kind had een assortiment stokken bijeengezocht voor de marshmallows, het grut was met bloem en keukenrol aan de slag gegaan om het meelballengevecht voor te bereiden. Ik gooide chocolade, slagroom en eiwit in de keukenrobot  voor de chocomousse en dat was het. Mijn kind van 10 had zijn eigen feest helemaal zelf ineenbokst. Tussen 19 u en 22 heerste er vrede in en rond ons huis.

Mijn oudste is er een van de competitieve soort. Een dag, nee een minuut zonder rock-‘n-rol, is een verloren minuut. Dit zeer geslaagd feestje bezorgde mij daarom des te meer een voldaan gevoel.

Hacks voor een feest voor een kind dat wel iets heeft van een stuiterbal:

  •  Laat het kind zelf voorbereiden, enkele dagen op voorhand wel even kortsluiten (genre: Ik zorg voor 10 ballonnen als jij 10 stukje koord van de bol snijdt, jij zoekt 10 min of meer even grote keien bij elkaar, ik zorg dat er bloem en keukenpapier in huis is …)
  • Voorzie een bokaal met naamkaartjes van de gasten. Zo verdeel je je groep in een handomdraai in twee en vermijd je competitievervalsing. Nee, het is niet eerlijk als de jarige en het neefje dat hier kind aan huis is in dezelfde groep zitten.
  • Betrek de gasten bij de bereiding van het maaltje. (Geef ze een stok om zelf hun marshmallow te roosteren, laat ze zelf hun stokbroodje doorsnijden …)

Feest voor twee

Voor het communiefeest voor kleine zus en kleine broer, aka de tweeling, ging ik zelf aan de slag in de keuken. Manlief nam een dag verlof om het terras in de tuin te voegen en alle buitenruimte enigszins toonbaar te maken.

Voor het middagmaal met de familie kocht ik bereide vispannetjes en maakte ik zelf gratinaardappelen. ’s Avonds was er huisgemaakte vol-au-vent met frietjes en een schaal groenten. Iets te weinig, zo bleek achteraf , want mijn vleeskom was nog net niet schoongelikt.

Voor hapjes vond ik geen tijd meer. Of het moest dat restje gehakt zijn waar ik wat bladerdeeg omrolde om er worstenbroodjes van te maken. Een chipje smaakt ook altijd he. En als die ook opraken,  zet je een van je kinderen op de go-cart en stuur je een neefje mee om de voorraadkast van je broer die even verderop woont te plunderen.

Het dessert was huisgemaakt. Maar niet allemaal in mijn huis. Dankjewel aan de dappere baksters. 

Hacks voor een communiefeest: 

  • Een springkasteel (evergreen, I know) met een glijbaan als het even kan. Zo blijft het ook voor de grotere kinderen (10 +) fun. Knijp een oogje dicht als je ziet dat je oudste de ladder uit de brouwerij haalt om die als extra attractie toe te voegen aan het springkasteelgebeuren.
  • Een pinata: Uren voorbereidplezier, een goede les in sociale vaardigheden (‘Nee, the winner takes it all’, gaat hier niet op)
  • ‘Ja’ zeggen als één van de gasten vraagt of hij iets kan doen: ‘Kun jij chocomousse maken en jij rabarbertaart?’ En dan heb ik het nog niet gehad over die fantastische unicorntaart.
  • Helpende handen aanspreken om het eet- en drinkgebeuren in goede banen te leiden en om achteraf niet nog een hele dag zelf te moeten opruimen. Dankjewel Astrid en Steven.
  • Doe wat je kan en laat de rest voor wat het is. Sorry, dit jaar geen tijd voor hapjes en voor fotoversiering.

En dan zitten we nog met een jarige

Regels zijn er om te respecteren. Vanaf 5 jaar krijgen onze kinderen een verjaardagsfeestje met vriendjes.

Kleine zus had er maanden naar uitgekeken en blies toch wel net de dag na het communiefeest die vijf kaarsjes uit zeker.

Was dat een makkie, dat feestje. De 5 uitverkoren bezoekertjes bleken uitzonderlijk rustig. Een prinsessenjurk en een pannenkoek meer hadden ze eigenlijk niet nodig. Maar er was meer, onverwacht.

Een oud-collega was op zoek naar ‘probeerkindjes’ om haar schminkskills  een beetje aan te scherpen. Ze stuurde mij op zondagavond een berichtje daarrond. ‘Het is goed’, zei ik, ‘morgen tussen 13 u en 16 u staan er vijf 5-jarigen voor je klaar’.

Hacks voor een eerste verjaardagsfeestje: 

  • Hou het simpel, zowel wat aantal gasten als wat activiteiten betreft.
  • Pas je aan aan de rij- en rusttijden van de kinderen. Ik ging van start om 13 u. Zo heb ik 60 vragen van het feestvarken over ‘Hoe lang nog?’ vermeden.
  • Moei je niet te veel met het spel van de kinderen. Hou je wat op de achtergrond en laat ze gewoon spelen.