Het werd lente

Het gaat goed met ons. Ik zeg het zo graag. En meestal klopt dat ook gewoon helemaal. Ons, da’s manlief en dat zijn de 5 kinders, grote en kleine broer en zus en het kleinstje sprotje. En ik, Kat, de mama. ‘Ons’ kwam er niet vanzelf, maar ‘ons’ is er en da’s wat telt.

De voltallige kroost troeft mij ondertussen genadeloos af als het op loopsnelheid aankomt en ook op culinair vlak trekken ze zich steeds beter uit de slag.

Een lang gekoesterde droom om ruimte te hebben om dieren te houden werd dit jaar werkelijkheid. Op het veld dat grenst aan onze tuin wonen sinds kort 4 schapen en 2 koeien.

Heerlijk, al moet ik soms zoeken naar tijd om van al dat moois te genieten.

Soms kom ik thuis van school en ben ik moe, zo moe, alsof ik 3 marathons achter elkaar heb gelopen zonder te drinken en zonder te stretchen vooraf. Soms zit ik achter mijn bureau om lessen voor te bereiden of feedback te schrijven en lijkt de berg waar ik over moet zo hoog. Alsof het zelfs met een klimgordel, een berggeit om mijn spullen te dragen en een paar fancy bergschoenen aan nog niet zal lukken. Soms heb ik een moment vrij en denk ik, ‘nee’, ik moet nog dit, dat en dat doen. Soms voel ik me eenzaam en alleen en altijd in de weer, met alles en niets. Soms gaat alles op aan ‘moeten’ en is er geen tijd meer om iets anders te willen.

Een paar weken geleden ging ik op schoolreis naar Berlijn. We verbleven in een hostel net buiten het centrum en hadden een ongelooflijk heerlijke tijd.

Er moest uiteraad ook heel veel. Er moesten 61 pubers in het gareel gehouden worden, bijvoorbeeld. Bijna-volwassenen die al eens bokkensprongen maken, die ruzie maken, lawaai maken en rommel achterlaten. Maar daar ging het uiteraard niet om.

Er was ook licht, zo veel licht, om thuis even los te laten en het moment te proeven en te beleven.

Het meest van al koester ik de gesprekken met die bijna-volwassenen. Leerlingen die eens naast je komen wandelen of fietsen en daar wat langer blijven hangen om te vertellen. Ik oefen dan om zo goed mogelijk te luisteren en om zelf het gesprek niet te domineren.

De klim en de tocht worden daardoor vanzelf een pak makkelijker.

‘Je moet niet alles vertellen om begrepen te worden.’, heb ik daar in Berlijn een paar keer gedacht.

Ik oefen ondertussen verder in luisteren. Da’s niet makkelijk. Ik loop al 44 jaar op deze wereld rond. Ik verpopte al een paar keer tot een andere versie van mezelf. Nu ik stilletjesaan een plek op de wereld bereik waarin terugkijken zonder de blik op de toekomst te verliezen aan de orde is, constateer ik dat begrepen worden of plekken weten zijn waar iemand je begrijpt alles zijn.

Ik heb ze die plekken. Maar daarrond zijn nog veel onherbergzame stukken. Mensen die ik op afstand hou. Gesprekken die ik uit de weg ga. Bezoeken die ik uitstel of helemaal oversla.

Maar de lente, die is er ondertussen.

Het dorp van mijn jeugd

Vandaag hebben mijn ouders een dierbare familievriend begraven. Een man die hield van mooi geformuleerde zinnen, van mensen helpen en in de luwte en dicht bij huis leven en laten leven. En een schouder of een moment van zijn tijd aan te bieden als steun waar en wanneer dat nodig was.

Een man die mijn jeugd schraagde en met wie ik een diepe interesse in boeken deelde. Een man die ik uit het oog verloor. Een man van wie ik dacht dat hij voor eeuwig zou blijven leven. In het dorp van je jeugd bestaat dat toch nog, eeuwigheid.

Vandaag zat ik in de kerk van mijn geboortedorp. Ik keek omhoog naar het balkon waarop ik als kind, tiener en als volwassen vrouw altijd de organist heb weten zitten en zingen en spelen.

De organist was er niet. Er stond een box. Er klonk muziek uit. Die verre van perfect was, maar mooi en echt klonk.

De organist komt niet meer terug. Hij is jaren geleden gestorven. Ik mis hem soms zonder dat ik ooit zijn diepe zielenroerselen kende. Hij was een bankdirecteur, hij verfde de paaltjes rond zijn tuin in het wit tijdens zijn vakantiedagen. Hij zong, soms een beetje schor, soms een beetje vals, maar altijd met overtuiging. Hij kwam van het balkon naar beneden om een hostie te halen tijdens de zondagsmis en gebruikte daarbij steevast maar één van zijn handen. Ik weet niet meer wat hij met zijn andere hand deed, maar er was altijd maar één hand over voor die hostie.

De mensen rond mij op de kerkstoelen waren voor mij geen vreemden. Het waren bekenden van toen. Toen ik elke zondag op zo’n kerkstoel zat. Ze hadden grijs haar en hoorappaten gekregen en sommigen ook een wandelstok, maar zagen er allemaal even dapper uit als toen. Alleen een beetje ouder en een beetje verweerder.

Ik verliet het dorp van mijn jeugd meer dan 20 jaar geleden om een dorp verder wortel te schieten. Ik ben de volwassen vrouw geworden waar ik als kind naartoe onderweg was. Ik ben een beetje ouder, een beetje grijzer en een beetje verweerder. Ik zocht en vond mijn plek in het leven.

In dat dorp verder leef ik mijn leven. Dat leven zit vol. Vol met schoonheid en avontuur.

Maar god, wat mis ik (de) tijd. Om te zijn en te zien.

Middenin

De sint kwam langs en bracht chocolade en knutsel- en bulletgerief voor de meisjes. Voor de jongens komt er voor grote broer nog een ‘loopstoel’ om de wachttijd voor de start van de veldlopen op af te wachten en werkgerief of iets voor zijn dieren voor kleine broer. (Maar daarvoor gaan ze na de examens zelf naar de winkel.)

Hier wordt ondertussen gestudeerd en gepland voor examens en grote toetsen. Hier wordt gepraat, gelachen en geleefd.

Met 5 tieners in huis is het leven anders geworden. De band met de kinderen is innig gebleven, terwijl het redderen en sussen en blussen steeds minder energie vraagt. School (van brooddozen vullen en sportgerief meegeven tot opvolgen hoe het zit met Frans, wiskunde en project) neemt evenwel een flinke hap uit mijn energiebudget.

Ik kan me er soms onzeker over voelen in hoeverre ik op dit vlak enkel moet toekijken en supporteren of actief mee tools moet aanreiken om de boel georganiseerd te krijgen en aan elk kind de kans te geven om ook op vlak van leerpotentieel zijn beste zelf te worden.

Thuis is een plek waar de kinderen alle 5 graag zijn en daar gaat het hem in essentie om. Geen groter geluk voor mij dan mee te genieten van de vrienden en vriendinnen en neefjes en nichtjes die hier graag en vaak komen.

Zien hoe wegen veranderen en hoe de relaties die de kinderen met vrienden hebben soms onverwachte kronkels maken vraagt geloof en vertrouwen. Dit hoort bij hoe het leven loopt. Een 10-jarige is geen 15-jarige, sommige kinderen hebben genoeg aan één allerbeste vriendin die er altijd al was en kijken op school de (vrienden)kat uit de boom, andere kinderen hebben een duidelijke missie: ‘Ik ga naar het middelbaar en ik wil zo graag nieuwe vrienden maken.’

Aan alles voel ik dat ik niet voor altijd in deze mooie tussenfase tussen 5 kleine kinderen onder de 6 jaar en 5 prachtige volwassenen die op eigen benen staan, kan blijven vertoeven. Het huis wordt dra te klein, de afspraken over telefoongebruik en eet- en slaapgewoontes te streng. De draad die ons verbindt, beschrijft een steeds grotere actieradius.

Voorlopig is het echter heerlijk zoals het is.

Onze oudste is een sportman voor wie zijn atletiek altijd op de eerste plaats komt. Het komt voorlopig niet bij hem om op de lappen te gaan met vrienden of veel te laat in bed te kruipen. De rest van het gezin volgt in zijn kielzog.

Manlief en ik leven het leven van gelukkige grote mensen en zitten ’s morgens en ’s avonds samen met onze kroost aan tafel om te praten over tijden op de 10 km hardlopen, fratsen op school en over onze zomerreis naar Albanië.

We breken ons het hoofd over zoekgeraakte schoolagenda, vergeten ortho-afspraken, raken bibboeken kwijt, maar kussen dagelijks onze pollekes omdat het goed gaat. Oprecht goed.

Grote broer, grote zus, kleine broer en zus en het kleinste sprotje vinden hun weg en wij deinen met hen mee op de dagen.

Ik heb energie over om mee vorm te geven aan de prachtige school waar ik werk, om dingen in perspectief te zien en om weten dat ik niet perfect ben en niet alles even goed kan. Maar voorlopig, voorlopig is het helemaal goed zo.

De jongen die 1.000 dingen kan

Vandaag wordt hij 12, onze kleine broer.

Dubbel feest, want op die 8e oktober toen, in het putje van de nacht, kwamen ze met z’n tweeën ons leven binnen gedenderd. Van 2 naar 4, op een kwartiertje tijd.

2 maanden voor de afspraak. Na een horrorbevalling waarbij kleine zus met spoedkeizersnede (in de zin van ik – voel – ze – snijden) gehaald werd na een navelstrengprolaps.

Kleine broer en kleine zus. Een duo.

In een vingerknip voorbij. Die 12 jaar.

Een schools verhaal met vertakkingen langs paden die voor kleine broer zelf bezaaid liggen met steile hellingen en verraderlijke ravijnen. Kleine zus bleef in de dorpsschool vlakbij en geniet nu van de nieuwe uitdagingen en het gezelschap van nieuwe vriendinnen op een school met een hart en ruimte om te ontdekken en excelleren op heel veel vlakken.

Onze jongen heeft leerstoornissen (DCD en dyslexie) en doorliep zijn lagereschooltijd in het buitengewoon onderwijs, maar kon tot zijn grote vreugde ook naar het ‘gewone’ middelbaar, in 1 B weliswaar. Lezen en schrijven blijven voor hem geen evidentie. Hij weet heel veel, kweekt konijnen en verbouwt groente, is hondenfluisteraar en trouw verbouwhulpje voor zijn tante. Heeft een ongelooflijk geheugen en kan bergen werk verzetten op de boerderij van oma en opa.

Het schools verhaal blijft een schools verhaal. Ook nu in het middelbaar komt hij vaak knorrig en uitgeput thuis.

Het blijft een zweten en wringen voor ons als ouder. Moet hij nog werken na schooltijd? Moeten wij naast hem zitten en hem leren studeren of is het voor hem genoeg om gewoon naar school te gaan en daar te zwoegen op al wat voor hem al al die jaren zo ontzettend moeilijk is? En moeten we hem ’s avonds dus gewoon laten bekomen van zijn dag?

We blijven smossen met onze kinderen, denk ik soms. (En met ‘we’ bedoel ik niet alleen mezelf. Op die momenten waarop ik denk: ‘Help, wie zorgt er voor mijn kind?’, ‘Help, schiet ik te kort als ouder?’ )

We blijven smossen met zij die niet kunnen wat voor velen een evidentie is.

Met zij die wel kunnen wat anderen niet kunnen, maar niet in het vak van ‘kinderen die de toekomst zullen helpen vorm geven’ zitten.

Hij kwam apetrots thuis met het houten spelbord dat hij gemaakt had in de les techniek, maar moet straks wel naar de bijles wiskunde.

Ik kijk ernaar en weet niet goed wat ik moet denken. School is niet voor iedereen een feest. School is vaak hard werken, voor kleine broer, maar ook voor zijn broer en zussen. En ook voor de mama.

Maar iedereen verdient op tijd en stond een stuk taart. Een compliment. Het gevoel iets heel erg goed te kunnen. Een pluim.

Het is een wedstrijd (die je niet winnen kan)

Of ik mee ga naar het Belgisch kampioenschap veldlopen vraagt manlief ergens tussen soep, patat, drol van puppy Ollie en alarm van de rookmelder omdat ik het vlees vergat op het fornuis. Ik zeg ‘ja’ omdat ik dat heel graag doe. Ik hou ervan om met mijn camera in de aanslag door de modder te banjeren en al die atleten en vrijwilligers bezig te zien.

Hoe de pubermeisjes die zich de ziel uit hun lijf hebben gelopen zich gedwee door hun mama laten ondersteunen, hoe die opgeschoten jongens elkaar onhandig omhelzen bij wijze van felicitatie, hoe de blijdschap of de ontgoocheling van al die sportieve lijven af te lezen valt …

En ik wil mijn grote jongen uiteraard zien schitterend. Het wordt spannend of hij het deze keer al dan niet zal halen van zijn eeuwige rivaal, de rijzige en sympathieke Barnabé Chiliade uit Wallonië. (Hij haalde het net niet. Slikte zijn ontgoocheling grootmoedig door en is nu al een wedstrijdaanpak aan het uitdenken om volgende keer wel dat felbegeerde shirt met driekleurstrookje te bemachtigen. )

Ik maakte zondag even abstractie van het feit dat ik me tijdens schoolweekends eigenlijk geen volledige dag uithuizigheid kan permitteren. Ik heb 2 keer 5 uur nodig – op zijn minst – om mijn lessen en correctiewerk rond te krijgen. Anders worden mijn nachten weer veel te kort.

En dat wil ik niet. Toch doe ik het. Keer op keer. Werken lang nadat de lichten om me heen overal uit zijn gegaan en niet zelden nadat ik die kroost die geen 20 jaar meer om verhaaltjes zal vragen met net iets minder geduld dan ik oorspronkelijk in gedachten had in bed heb gedropt.

Veel dingen lukken goed. Ik voel me goed in mijn (sportieve) vel. Ik train consequenter dan ooit tevoren voor de halve marathon die ik in maart volgend jaar wil lopen. Ik lees boeken, ik sta te blinken vooraan in de klas. De kinderen vertellen over wat hen bezighoudt zonder dat ik het eruit moet sleuren. Ze pakken hun fiets om zelf naar de scouts en de atletiek te rijden en zijn op hun gezegende momenten zo lief en attent voor elkaar. En die momenten zijn best wel talrijk.

Er zijn afgebroken sleutels in fietsslotjes, moeilijke toetsen voor Frans, rommelige kamers, wasgoed waar geen eind aan komt, maar dat deert me eigenlijk niet.

Het is dat eeuwige tijdsvraagstuk dat wringt en dat ik bij zoveel mensen om me heen hoor en voel knagen. In een poging mezelf op de been te houden en toch af en toe een moment rust te creëren bestaan mijn dagen vooral uit werken, moederen en atletiekuitjes. Ik skip veel dingen die ik eigenlijk ook graag doe: Koffie drinken met vriendinnen, gewoon niets doen, gaan zwemmen met de kroost, vol-au-vent maken, nieuwe recepten uitproberen, handgeschreven brieven schrijven, langsgaan bij mijn ouders, …

Misschien is wat ik wel doe voorlopig genoeg en leer ik doordat ik besef dat tijd een zeldzaam goed is die schone momentjes met manlief, de kroost, de neefjes en nichtjes, de buurkinderen en hun ouders des te meer waarderen.

Misschien heb ik straks spijt van wat ik gemist hebt.

Zolang de puppy’s voor de puppy’s zorgen en de kinderen de nieuwe buren met heerlijke tekeningen en zelfgebakken koekjes welkom heten tel ik mijn zegeningen en kus ik mijn polletjes voor zoveel geluk en schoonheid in één mensenleven.

Het gaat erom om de juiste cadans te vinden. Ik voegde wat interessant non-fictiemateriaal toe aan mijn leesroutine met deze interessante tijdsplanner van Cal Newport en probeer mezelf te leren dat het ok is dat het soms eens genoeg geweest is en dat je de boeken moet leren toedoen als het vet van de soep is.

De achterkant van de zomer

Het gaat hard. Dit schooljaar. De dagen verglijden. Vaak in schoonheid. Vaak met tonnen voldoening voor wat ik samen met mijn collega’s voor mekaar krijg als onderwijsprofessional. Maar nog te vaak met te weinig tijd en ademruimte voor het thuisfront.

2 van onze kinderen. Grote broer en grote zus gaan ondertussen naar de middelbare school. Ik zie de volwassene die ze bijna zijn glimmen onder hun vel en ik zie ook daar veel schoons.

Schoolverlatersklas

Kleine broer zit in de schoolverlatersklas in het buitengewoon onderwijs. Hij kan misschien volgend jaar al overstappen naar de B-stroom in het middelbaar. Dat wil hij heel graag. Samen met zijn tweelingzus naar het middelbaar. Al is samen in hun geval ook telkens weer apart. Het wordt een andere school, het wordt een andere weg. De kaarten van kleine broer liggen nu eenmaal anders. Zijn talent is er daarom niet minder om. Al lijkt hij daar zelf meer en meer aan te twijfelen.

In afwachting daarvan sleept zich door zijn schooldagen en is hij een ander kind in het weekend en in de vakantie. Keer op keer raap ik mijn moederhart of wat daarvan rest van de grond als ik hem met hangende schouders naar beneden zie komen voor het ontbijt of als ik hem ’s avonds vraag of hij alsjeblieft zijn huiswerk wil maken.

Ik objectiveer en kijk soms naar mezelf vanop een klein afstandje. Ik zie vaak / geregeld / soms – schrap hier gerust wat niet past – dat het ok is. Dat ik het goed (genoeg) doe als moeder en als mens. Dat er vrijheid en veiligheid is en dat onze kinderen voor elkaar en voor hun vrienden en familieleden zorgen.

Groeikansen

Ik zie ook best nog groeikansen in dat omgaan met tijd. Sinds ik Atomic Habits van James Clear lag, ligt mijn gsm bijvoorbeeld niet meer in mijn bureauschuif maar buiten mijn werkkot in een blikken koekentrommel.

Toch constateer ik telkens opnieuw dat de werkdruk hoog is in het onderwijs en dat de zoektocht naar vervangers voor collega’s die uitvallen wegens ziekte of die met zwangerschapsverlof gaan of ouderschapsverlof opnemen de proportie van een ware odyssee aanneemt.

Hoe is dat zo ver kunnen komen? Waar moet dat heen?

Ik probeer het vaak zo te bekijken. In het licht van de eeuwigheid ben ik van weinig waarde. Ik win straks geen nobelprijs. Ik leef mijn leven met open ogen, ik probeer voor mezelf te zorgen, ik probeer mijn kinderen te leren dat ze dat ook moeten doen, maar ik benadruk constant dat ze ook kunnen helpen om voor elkaar en voor anderen te zorgen.

Ik ben mij ervan bewust dat ik rechten heb, maar ook plichten.

Als we dat nu eens met z’n allen zouden proberen. Niet hoog van de toren blazen en doen alsof wij wel weten hoe het moet, maar gewoon doen. Elke dag opnieuw. Vol goede moed en goesting en met onze oren en ogen wijd open.

We zullen nooit kunnen vermijden dat er dingen fout lopen, dat we ons geduld verliezen of al eens wat tijd verlummelen, maar dat moet ook niet. Perfectie is niet (altijd) nodig.

Noodlot

Laat mij eens met een heel droevig voorbeeld illustreren hoe je mekaar kunt dragen of hoe je mekaar kunt negeren.

De donderdag voor de vakantie sloeg het noodlot toe voor onze lieve hond Rex. Hij glipte ’s middags onder de poort door en werd aangereden door een auto. Kleine zus en haar vriendinnetje waren alleen thuis en hoorden een harde klap. Ze liepen meteen de straat op en haalden Rex naar binnen. Hij jankte en had veel pijn en is even later gestorven. De chauffeur die Rex aanreed, reed waarschijnlijk te snel, was afgeleid of had hem gewoon niet gezien. Dat kan gebeuren (die twee laatste dingen). Niemand gaat de weg op met het plan: ‘Ik ga vandaag eens een hond doodrijden’. Rex moest daar ook niet lopen. (Dat weten we ook). Maar die chauffeur maakte het wel nog erger door niet te stoppen en twee kleine meisjes alleen te laten met een stervende hond.

Dat bedoel ik ook met voor elkaar zorgen. Wel stoppen en wel helpen en niet er niet van uitgaan dat het ook ok is als je het een ander voor jou laat oplossen of erger nog ervan uitgaan dat jij gewoon helemaal niets moet doen.

Ook als het slecht gaat, als je een fout maakt, als je een belofte niet nakomt of als je het gewoon verkakt, is het je plicht om je als mens onder de mensen te gedragen.

Maak je niet uit de voeten, kijk niet weg, vergeet niet om ook voor elkaar te zorgen en andere mensen door de dagen te dragen als je je daar sterk genoeg voor voelt.

Kleine broer is er het hart van in dat zijn allerbeste dierenvriend er plots niet meer is. De vrijdag voor de vakantie hingen zijn schouders nog meer af dan anders. Was er beeld zonder klank en zat er een kind aan mijn keukentafel dat er niet toe in staat was om naar school te gaan. Het verdriet was te groot. Gelukkig was er een fijngevoelige buurvrouw aan wie ik het slechte nieuws over Rex had verteld en die me had laten weten dat ze die vrijdag thuis was met haar zoontje van twee en dat kleine broer daar terecht kon.

Dat is voor elkaar zorgen en elkaar en elkaars kinderen door de dagen helpen dragen.

Het verdriet om onze lieve, onstuimige Rex blijft vers en blijft schrijnen.

We haalden wel een nieuwe pup in huis. Voor kleine broer, voor grote broer, voor grote zus, voor kleine zus, voor het kleinste sprotje, voor onszelf en voor de neefjes, nichtjes en buurmeisjes die onze huisdieren allemaal om ter liefst zien.

Ollie heet hij. Wensen jullie hem een lang en gelukkig leven toe en rij je straks voorzichtig?

Zomerreis met 12 kinders

Meer dan 20 jaar geleden – half zou oud als nu was ik toen – keerde ik van zomerreis terug met een lief. Ik kende hem toen al een eeuwigheid. We hadden alleen nog wat extra dagen onder de Italiaanse zon nodig om te ontdekken dat er meer in ons verhaal samen zat.

En kijk, zoveel zomers later. Still standing en meer dan dat , manlief en ik – vaderend en moederend over een heerlijk troepje kinders tussen de 9 en de 14 en nonkel en tante van een veelvoud van ons eigen vijftal.

Broer en manlief zijn goede vrienden sinds het begin van hun middelbareschooltijd. Zijn 5 dochters en 2 zonen groeien samen op met die van ons. Na een aantal geslaagde weekendjes en heel veel samen moederen en vaderen op doordeweekse dagen brachten we voor de eerste keer een deel van onze zomerreis samen door.

Broer en schoonzus en hun kroost gingen eerst op vriendenbezoek in Zwitserland en verbleven een week aan het Italiaanse Gardameer. Wij gingen voor een vijfdaagse in het mooie en rustige Beieren en reden daarna door naar Hongarije.

En of het geslaagd was!

Belgen in Hongarije

Na een fijn en hartverwarmend verblijf op Hoopoe Glamping in Montenegro bij mijn vroegere buurjongen Matthieu gingen we in september 2022 op zoek naar een gelijkaardige verblijfplaats op een locatie die doenbaar is met de auto. Het werd Hunza Ecolodge in Hongarije. Een schitterende plek die met veel liefde gerund wordt door Roeland en Milady, 2 uitgeweken Gentenaars.

Ze wonen naast de Ecolodge met hun kinderen en dragen de liefde voor Hongarije en voor hun plekje onder hun vel. Ze bieden niet alleen een jaarlijks geüpdatetete eigen reisgids uit met talloze tips over eten, drinken en haalbare uitstappen, maar zijn ook heel erg behulpzaam en toegankelijk voor duizend en één vragen over hun kleinschalige paradijsje en de wijde omgeving errond. Op Hunza zelf is er heel net sanitair en een goed uitgeruste buitenkeuken. Alles is helemaal in orde. Er is een eigen moestuin, het douchewater wordt verwarmd op hout, wie wil kan een heerlijk ontbijt bestellen dat om klokslag 8 u in een houten krat voor je tent wordt gezet. Als kers op de taart is er een fijne bar (de openingsuren worden dagelijks op een krijtbord geschreven) en een winkeltje met lokale producten. Je kan er ook een mand wasgoed laten wassen en plooien tegen een eerlijke prijs. Wat bovendien geldt voor alles op Hunza.

Roeland en Milady zijn trots op hun plekje en stralen heel veel contentement uit. ‘Hun Hunza’ is duidelijk veel meer dan alleen maar een manier om brood op de plank te krijgen. Het is een manier van leven die ze graag delen met anderen. Hun gastentafel op vrijdag met pizza en heel veel ander huisgemaakt lekkers is een absolute aanrader en een prima gelegenheid om de andere kampbewoners te leren kennen.

Wij verdeelden ons reisgezelschap over een glampingtent, een cabin in the woods, de bohowagon en 2 zelf meegebrachte tenten voor de oudste kinderen. Net als elke Europese vakantieganger kregen wij ook een nacht met drensende regen en heel veel bliksem en donder over ons heen. Gelukkig zonder water- of andere schade. (Alleen maar een nachtelijk stresske over kinderen die niet bij ons in de tent lagen.)

We wandelden en fietsten, bezochten een attractie– en een waterpark en genoten van het nabijgelegen stadje Pecs. Outdooractiviteiten en zwemmen zijn hier heel erg betaalbaar. Adem wel eerst eens diep in en haal je beste Duits of Engels boven. Grote gezinnen zijn hier duidelijk geen dagelijkse kost waardoor het meestal even duurt vooraleer het kassapersoneel er uit is hoeveel je nu eigenlijk moet betalen.

Ons assortiment

Ons meereizende jonge volkje bestond uit een heerlijk levendig assortiment kinderen en pubers tussen de 4 en de 16 jaar oud.

Ideaal bedachten we ter plekke.

Met al te veel heel jonge kinderen ben je zelf nog te veel aan het sussen en blussen om je koffie warm opgedronken te krijgen – laat staan dat je er dan nog een roedel extra bijneemt.

4+ is er over het algemeen wel al min of meer toe in staat om niet door het lint te gaan bij honger, dorst, vermoeidheid of afgepakt speelgoed en weet al eens een traantje te verbijten, een opmerking in te slikken of een misverstand op een beschaafde manier uit te klaren. Er bleef al een eens puber op de wc of in zijn tent hangen, maar er was vooral zeer veel zin om er samen op uit te gaan en om de dag te plukken en het moment te beleven.

Ook als volwassene moet je een beetje kunnen meedeinen op de kabbeling van de golven van de dag. Iets waar wij met ons gezelschap van een babbelaar, een doener, een denker en een lezer prima toe in staat bleken.

Wij sloten onze vakantie met een heel fijn gevoel af. Broer en schoonzus reden het stuk Hongarije – België in 1 dag. Wij bleven nog 2 nachten slapen in Zuid-Duitsland en gingen met ons gezin alleen nog naar het attractiepark Tripsdrill.

De boekenbanjeraar

Ik banjer door de schoolgang met mijn armen vol boeken. Om straks iedereen die de melding in de Classroom om boek 3 mee te brengen naar school al dan niet moedwillig heeft gemist alsnog van leesvoer te voorzien.

‘Iedereen’ is hier een groep van bijna 50 zeventienjarigen die school lopen op die fijne plek in Brugge waar ik als leerkracht aan de slag ben.

De schoolreis van vorige week zit nog in hun hoofd, de zomer zit al in hun tenen. Sommigen lezen graag en veel, anderen lezen met lange tanden, nog anderen roepen de hulp van Chat GPT in of vinden het van zichzelf al heel wat als ze op z’n minst de film bij het boek hebben gezien.

De correctie van de 47 opdrachten bij ‘boek 3′ zal me straks minstens 47 keer 6 minuten kosten (omgerekend een dikke 5 uur en dan heb ik er reminders voor de late indieners en de op-de-verkeerde-plek-of-via- het-verkeerde-kanaal-indieners nog niet bijgerekend). Met graagte gedaan, ’s morgens vroeg of ’s avonds laat, zolang ik zelf nog wat tijd overhoudt voor mijn eigen leesminuutjes en zo lang het ergens toe leidt.

De goesting om mijn leerlingen te doen lezen blijft groot. Ook als ik merk dat het trekken, slepen en sleuren blijft.

Ik lees voor (daar blijven ze van houden ook als ze bijna volwassen zijn), ik lees zelf op elk vrij moment, ik maak graag reclame voor boeken die louterend aanvoelen of die aansluiten bij de interesse van specifieke leerlingen. Ik hou bij wie welke boeken leest, wie tijdens leespraatjes rood aanloopt omdat hij of zij niet uitgelegd krijgt welk moment uit het boek herkenbaar aanvoelde of welk beeld volgens hem of haar mooi was geconstrueerd. Ik gebruik moeilijke woorden (bij mondjesmaat) omdat ze die dan straks kunnen toevoegen aan hun eigen vocabulaire.

Nu moet ik weg.

Ik hou een ‘leestwintigje’ met mijn dochters. 20 minuten. Zitten. Lezen. Zwijgen. Heerlijk. En mijn zonen, die lezen ook, voorzichtig met mondjesmaat, op de mat, in bed, ergens onderweg.

Geen.tijd.

Ik kan mij al eens kwaad maken op mezelf. Omdat ik rapper zou willen lopen – letterlijk en figuurlijk – en omdat dat niet lukt. De schoenen poetsen, de haren van de kroost dagelijks gekamd krijgen, het huis laten glimmen, vrienden ontvangen, veel boeken lezen, lessen ineen steken waar zowel ik als mijn leerlingen en coteachers alleen maar vrolijk en begeesterd van raken , mijn beestenboetiek verzorgen en most of all een nabije moeder zijn, die niet boos wordt om futiliteiten en die op vrijdagavond meer kan dan enkel ‘pap’ zeggen …

De realiteit haalt me al eens in en die realiteit is heel eenvoudig ‘ik ben maar een mens’.

Een mens dat best wat kan, dat na een moeizame start het kroostrijke gezin waar ze altijd van droomde ziet opgroeien in warme verbondenheid met elkaar, dat de job van haar dromen vond, maar dat altijd al moeilijk kon doseren.

Als een collega uitvalt dan neem ik over, als ik ’s avonds niet rond raak met mijn werk, dan sta ik vroeger op.

2022 leerde me dat ‘geen.tijd.’ niet te lang mag duren omdat je anders jezelf verliest en geen plezier meer vindt in wat je vroeger wel leuk vond. Dat je in vakantieperiodes dan echt de oplaadkabels moet bovenhalen om als een afgetobde auto bij te tanken en energie te slurpen.

En da’s jammer, omdat de tijd genadeloos verder tikt en je momenten mist waar je bij had moeten zijn.

Ik ga voor een jaar met een beetje minder ‘geen.tijd’.

Ik ga wel mee naar de atletiekwedstrijden van de kroost. Ik doe mijn best om de uitputting een beetje meer voor te zijn en al eens stop te zeggen als ik eigenlijk nog een beetje verder zou willen gaan.

Er is te veel te zien en te beleven waar ik meer met mijn gedachten bij wil zijn. En wie goed voor anderen wil zorgen, mag boven alles zichzelf niet vergeten.

Dankjewel voor de tijd

Zomers kruipen niet, ze vliegen. Ook die lange leerkrachtenzomers. En ze zijn zo waardevol voor ons en voor onze leerlingen.

Omdat er dan eindelijk eens gelezen en gekeken en geleefd kan worden zonder dat de realiteit van weer een volgende lesmoment met een maalstroom aan nevenactiviteiten – van overleg met collega’s, tot organisatie van je eigen work-life-balance, tot feedback geven aan leerlingen, tot schoolreizen organiseren, infomomenten mee vorm geven, nieuwe evaluatiemethodes onder de knie krijgen … – het broze evenwicht tussen ‘he-dit -is-wat-ik-altijd-al-wilde-doen-met-mijn-leven’ en ‘help-ik-kan-niet-alles-tegelijk-doen’ kan verstoren.

Ja, ik pleit dus voor het behoud van die lange zomer.

Om onderwijskwaliteit te blijven garanderen en al die warm-menselijke motoren draaiende te houden. Want lesgeven is verdomd hard werken in een verrijkende, maar soms uitputtende omgeving. Aan iets wat zo waardevol is – het leven van de komende generatie mee vorm geven – dat er niet lichtzinnig en nonchalant mee mag worden omgesprongen.

Dankjewel dus voor de tijd om energie op te doen voor het schooljaar dat komt. En vergeet ook niet dat zoveel leerkrachten in zoveel scholen doen wat ze moeten doen en meer dan dat.

Met plezier, met de glimlach, elke dag.