Na de goede voornemens

Het overkwam me weer. Ik liep door tot ik er bijna bij neerviel.

We schrijven, paasvakantie 2024.

Een week vakantie, voldoende slaap, een ijzerkuur (waar mijn maag wel slecht tegen kan) , een weekend in Noord-Frankrijk met het gezin en dat van broer en zus waarbij niemand er raar van opkeek dat ik me af en toe eens buiten de cirkel zette om op mijn gemak wat te lezen of in mijn eentje een toertje te gaan lopen op een sukkeldrafje zorgden ervoor dat de energiemeter niet al te lang op rood bleef staan.

De feiten: vrouw, 43, met ambitie op familiaal, professioneel en sportief vlak vond 3 jaren geleden een stekje in de school van haar dromen. Grote broer en grote zus zijn ondertussen ook leerling in diezelfde school. Volgend jaar komt kleine zus erbij, gaat kleine broer elders in 1 B zijn bouwdroom achterna en zal het kleinste sprotje heel hard moeten slikken (en menig traan plengen als ze tot de conclusie komt dat alleen zij en Ollie nog fulltime in de heimat leven en werken:)

De feiten: Met gezond verstand, een goede vooropleiding, vakkennis, liefde voor mensen en veel flexibiliteit kun je meer dan 1 steen verleggen in een (onderwijs)rivier op aarde. Je moest eens weten hoe simpel het is om feedbackwerk niet te laten liggen en om gewoon voort te doen. Een leerling die weet dat zijn weer meteen nagekeken wordt, zal heus wel 2 keer nadenken vooraleer hij zijn opdracht niet maakt.

Je moest eens weten hoe fijn het is om collega’s te hebben aan wie je wel alles kunt vragen.

Edoch, onderweg gebeurt er vanalles. Collega’s zijn even afwezig, leerlingen zijn uit hun hum en hebben nu op dit eigenste moment een leerkracht nodig met 7 paar ogen, 3 paar handen en het geduld van een schildpad van 2 eeuwen oud, de printer jamt, er is opendeurdag op school waardoor je veel te weinig tijd vindt om even rustig gewoon niets te doen, de kinderen hebben een nieuwe foto voor hun paspoort nodig, damm, weeral vergeten dat er een afspraak bij de ortho was en dat ik ooit een inschrijvingsbewijs voor mijn speedpedelec op een logische plek had moeten wegleggen.

Dit alles en de nooit aflatende stroom werk en de eeuwige strijd om af te bakenen, blijven voor mij een huizenhoog issue.

Ik zie beterschap voor mezelf. Ik zoek en vind licht en lichtheid.

Ik doe ondertussen fast forward naar het begin van de zomervakantie.

We did it again! Een prachtig schooljaar afwerken.

Met een team dat steeds vertrouwder aanvoelt en waarbij het me steeds beter lukt om alles te zeggen wat moet gezegd worden.

Met een radar die steeds scherper is afgesteld waardoor ik weet dat dingen voorbij gaan en dat leerlingen komen en gaan en dat het momentum er is om er telkens opnieuw het allermooiste en allerwaardevolste wat op dat moment mogelijk is van te maken.

Waarin het me steeds beter lukt om niet van mijn grondbeginsel af te wijken, namelijk geloven dat mensen om je heen hun best doen en dat ze er een goede reden voor hebben als dat even niet lukt.

Ik had het erover in de speech die ik voor school voorbereidde, over de bereidheid om mekaar door de dagen te dragen als een van je medemensen onderweg (even) op het einde van zijn krachten blijkt.

Daarmee wil ik jullie graag de zomer in sturen. Met de vraag om daar even bij stil te staan en om te geloven en te blijven geloven in de kracht van nabij en dichtbij. Van kleine dingen en gebaren die zoveel grootser zijn dan je denkt.

Ik denk aan een bemoedigend woord van dank voor een leerkracht die je kind een jaar onder zijn of haar vleugels had – ook als je het niet altijd 100 % eens was met hoe het allemaal liep.

Om te geloven in de kracht van de verbinding met de mensen met wie je samenwerkt, waar je kind school loopt, met wie je een dorp of een straat deelt.

Ondertussen worden hier mijlpalen gevierd (kleine broer en kleine zus zwaaiden af op de lagere school) wordt hier gelachen en geleefd, gelopen en gelezen en staat onze deur altijd wagenwijd open.

Voor de veiligheid van de kinderen

We tikken stilletjesaan richting kerstperiode. Nee, de kerstkaartjes zijn nog niet gemaakt en de fotocadeautjes nog niet besteld. De laatste lessen van het jaar zijn wel gegeven. En die waren dik in orde. De kerstloop in Brugge is ook gelopen en die kroop me wel een beetje in de kleren. Zo na een week van ren-je-rot-van-her-naar-der. En dan ook nog eens 10 km in plaats van 6. Soit, ik heb genoten, daar niet van.

Zondagmiddag was er de langverwachte EK-wedstrijd / crosscup in Brussel. Wacht nee – dat klopt niet – die crosscup werd er gewoon tussenuit genepen. ‘De youth races’ kunnen niet doorgaan kregen we de avond voordien droogweg via mail te horen, ‘voor de veiligheid van de kinderen’. (Lees: Die honderden kindervoeten zullen het parcours nog meer in een modderpoel veranderen. Er zal kritiek komen. Wacht neen – dan maar geen kinderen.)

Jammer toch, voor die jonge atleten, dat ze niet mogen lopen en nog meer dat we hen voortonen hoe je als ‘groot mens’ een kat vooral geen kat mag noemen en hoe je vooral niet mag zeggen waar het eigenlijk op slaat. Zeg het gewoon zo: ‘Er is veel modder. Als jullie eerst met al jullie enthousiasme door die grasstroken gaan ploegen, is er straks voor de grote mensen geen plekje meer over waar ze niet tot aan hun enkels in de modder staan. Dan gaan ze glijden en over elkaar heen vallen en zullen ze zeggen: ‘Die Belgen maken er een potje van met hun EK daar in de modder. Sorry, jongens en meisjes, dit lukt niet.’

Nog iets waar mijn hart van bloedt, waren de tegenvallende pisa-resultaten van onze jongeren en nog meer de manier waarop we daar allemaal van in een kramp schieten. Ik zie dat ze er zijn, die jonge mensen met stamina en talent, die er vol voor gaan. Ik zie ook dat een aantal van hen vol op de rem gaat staan en niet wil meedoen – of alleen met de handrem op wil meedoen.

Ik zie ouders en leerkrachten buigen en plooien, toedekken en instoppen. Zichzelf en hun kind in slaap sussen. Ik leer en ik ervaar dat mildheid wonderen kan doen, maar dat er grenzen zijn.

Achteraan in de klas

Ik zat ooit achteraan in de klas tijdens fysica. Ik was 14 en zat in het 3e middelbaar. – Later zou ik dierenarts of germanist worden. Latijn-wiskunde moest en zou het worden, als studierichting met zo veel mogelijk verderstudeeropties. Ook al was toen al duidelijk dat mijn talent voor talen groter was dan dat voor wiskunde en wetenschappen. – Na les 1 werd me duidelijk dat ik de leerkracht vooraan helemaal niet kon verstaan daar zo helemaal achteraan in de klas.

Ik ben namelijk doof aan mijn rechteroor wegens complicaties bij de bof in mijn kleutertijd. Zien wat er op het bord stond, lukte ook moeilijk met die niet-perfecte ogen van mij. ‘Ik spreek luid genoeg’, zei de leerkracht. Toen ik haar vertelde over mijn ‘probleem’. Het was niet luid genoeg en het lukte niet zo goed voor fysica. Ik studeerde me suf voor een pover resultaat en pikte een jaar lang amper iets op uit de les.

Dit scenario herhaalt zich vandaag hopelijk minder vaak dan toen. Elke gerechtvaardigde vraag om hulp moet gehoord worden en moet helder gesteld worden. Dan kunnen we starten en onze energie op een nuttige manier aanwenden.

De generatie die nu op de schoolbanken zit heeft wél oog voor wie een functioneel probleem heeft en kan al veel beter duiden en omschrijven wat er fout loopt. De daadkracht moeten wij hen nu enkel nog vol overtuiging voorleven.

Als we dat nu eens meenemen: Als we duiden en instrueren. Een kader schetsen, geen luiheid gedogen – je leest je boek, je bereidt je toets voor, je legt je telefoon weg, je haalt je kauwgum uit je mond, je zet je stoel op je bank, je laat de hond buiten, je laadt je chromebook op, je ruimt je dienblad af, je zet je fiets weg – en zelf tonen dat het zo vooruit kan gaan.

Dan zijn we echt onderweg naar morgen en dan zijn we echt oprecht begaan met de veiligheid van de kinderen.

Laat ze lopen en vliegen met hun haren in de wind om energie en kunde op te doen voor later, als ze groot zijn.

Mag ik dan nu gedeeld door twee?

Niks van

Er kwam niets van in huis, van dat voornemen om minder geen.tijd te hebben. Minder dan niets. De reden daartoe is simpel en verbijsterend tegelijkertijd. Gebrek aan mankracht. Onze school draait net als zovele andere Vlaamse scholen op te weinig mankracht. Collega’s die een tijdlang afwezig zijn door zwangerschapsverlof of familiale omstandigheden worden niet vervangen omdat er niemand beschikbaar is voor de openstaande vacatures.

Wie er wel is, moet pompen of verzuipen en doet dat met liefde en mededogen en wil de lat niet langer leggen of de aandacht voor leerling x of y die jou of die afwezige collega echt nodig heeft niet laten slabakken.

‘Hoe kan dat nu?’, vraag ik me steeds vaker af. Voor ik benoemd was – en dat is nog niet eens een decennium geleden – zat ik elk schooljaar van zodra het goed en wel pasen was met de daver op het lijf over wat het verdict voor juni zou zijn. Uren of geen uren, de zomer in met uitzicht op werk in de school waar je graag wou blijven of als een hond of als de vuilniszak op straat gegooid worden ondanks al je inzet, ondanks al je moeite om het goed te doen en iets te betekenen voor je leerlingen en collega’s.

‘Hoe kan dat nu?

Ze zijn talrijk, de anekdotes die ik je kan vertellen, over mailtjes met de droge melding ‘aantal beschikbare uren: 0’ een half uur voor de zomersluiting van die school van toen – de baby op schoot, de pas gedroogde kraamtranen en de wanhoop en ontreddering omdat niemand het nodig had gevonden om me op voorhand even in te lichten moet je er maar even bijdenken – , een halftijdse job in 2 scholen verspreid over 4 dagen met 3 kinderen in de crèche, het nachtenlange doorwerken aan een benoemingsdossier om toch maar ergens een voet tussen de deur te krijgen.

Soit, ik vond mijn plek en ik weet dat ik thuisgekomen ben. So, the past is the past.

‘Betalen we dan nu de prijs?’, voor dat eindeloze sollen met jonge leerkrachten van toen?

10 jaar later lijk ik opeens de knelpuntjob van mijn dromen beet te hebben en is er onder geen enkele steen nog iemand te vinden die even kan overnemen van mijn magnifieke afwezige collega. Niemand, behalve de collega’s die er al zijn en ook hun handen vol hebben.

‘Wat is dan de beste optie?’, vraag ik me steeds vaker af. Als ik weer eens op mijn ongemak ben omdat ik op zaterdag tot 7 u 30 heb uitgeslapen en me daardoor echt weer zal moeten reppen om voldoende tijd vrij te kopen om op zondag op mijn gemak mee te kunnen gaan naar de atletiek, als ik op mijn ongemak ben om ik me altijd moet haasten, als ik achterloop met mijn verbeterwerk (iets wat jaren geleden is omdat ik het zo belangrijk vind om de leerlingen steeds zo snel mogelijk feedback te geven). Als ik te weinig tijd heb om te koken, om gewoon te zijn, als ik van een dierbare vriendin hoor dat ze niet meer zomaar even durft binnen springen omdat ze me niet van mijn werk wil houden, als ik in korte vakanties amper nog afspraken met vrienden durf in te plannen, als ik me eindeloos opwind over het feit dat ik mijn schaarse vrije tijd moet opdoen aan familiale verplichtingen, als …

Het is zo’n fantastische, heerlijke job, lieve mensen. Waar ik zo graag zoveel voor doe.

Ik betaal een prijs, dat besef ik goed en dat vind ik tot op zekere hoogte ook niet erg. De essentie van goed onderwijs is menselijk. Een mens die zijn vak beheerst, die veel energie heeft en geeft, die van andere mensen houdt en die het best floreert in een omgeving waar er veel van hem, haar of hen gevraagd wordt en waar er ook af en toe tijd is voor rust, maakt samen met andere mensen school.

Omdat hij, zij of hen het graag doet, het goed kan en erg gelukkig van wordt en blijft. En omdat er af en toe tijd is om bij te tanken en naar zuurstof te happen.

Dit laatste is voor steeds meer onderwijsmensen iets waar ze niet meer aan toe komen. Da’s jammer, da’s triest, da’s verbijsterend. Da’s een probleem dat zich als een olievlek aan het verspreiden is omdat er steeds minder sterke schouders zijn om zij die het moeilijk hebben door de dagen te helpen dragen.

Cassis met / zonder trekrugzak

Ik moest heel even bekomen. Bij thuiskomst. Van onze schooltrip naar Marseille en Cassis. Het was schoon, het was warm, het was gezelllig. Het was alles waar ik van gedroomd had en het was even weg van de wereld. Maar uiteraard was het ook tjsolen, slepen en af en toe ook een vleugje frustratie verbijten. (Ondertussen zijn we bijna 3 weken verder en blijkt dat bij de leerlingen vooral heel veel mooie herinneringen zijn blijven hangen.)

Onderweg

We reisden met de trein vanuit Lille-Europe, met een overstap in Parijs (van Gare du Nord naar Gare de Lyon). Comfortabel en vlot. Het leek alsof we er in één, twee, drie waren. Ook de terugkeer verliep ontzettend vlot. Jammer dat er geen treinaansluiting was tussen Lille en Brugge die haalbaar bleek waardoor we voor de heenreis de hulp van een aantal ouders inriepen en voor de terugreis een bus moesten inleggen.

Ons logement in Marseille lag een aantal metrohaltes en een fikse wandeling van het oude centrum verwijderd. Van de buitenkant zag het er vrij indrukwekkend uit. De binnenkant, met name de kamers en het sanitair hadden iets meer vergane glorie over zich.

Toch was het er heel fijn toeven en hadden de leerlingen ruimte genoeg om buiten wat rond te hangen of een zelf meegebracht hapje op te eten in de keukenruimte. De aanwezigheid van Stephen, een krasse Australiër die Europa op de fiets verkende en meteen aan de praat raakte met de leerlingen, en de heldere avond buiten aan de tuinbanken met een knabbel, maakten veel goed.

Marseille zelf was echt mooi om te zien. Zeker nadat de regen op de 1e avond vervangen was door een stralend blauwe lucht. Heldere lucht, een mediterrane vibe, veel leven op straat, …

Elke leerling had een spreekoefening voorbereid over iets wat verband hield met Marseille. Heerlijk om te zien hoe (bijna) iedereen het beste van zichzelf gaf om zijn uitleg zo goed mogelijk te geven. (Hier is de basiliek Notre Dame de la Garde de klim zeker waard. Ook L’Ombrière, de overkapping met spiegeldak bij Le Vieux Port werd heel erg gesmaakt.)

Vergeet ook niet om voldoende tijd vrij te maken voor een tocht door de oude wijk Le Panier waar heerlijke streetart te bewonderen valt.

2 dagen Marseille bleek helemaal ok wat timing betreft.

Op naar Cassis

Voor het 2e deel van ons avontuur moesten we op fysiek vlak meteen heel veel tellen hoger schakelen.

Er liep wat mis tijdens de busrit van het station van Cassis naar het vertrekpunt voor de voettocht naar ons 2e logement, het hostel ‘La Fontasse’, verscholen in het natuurgebied Les Calanques en daardoor enkel te voet bereikbaar.

De stadsbus die niet op voorhand te boeken is, bleek niet voorzien op een groep van 26 man waardoor we moesten opsplitsen. Ik ging mee met zij die wel op de bus konden. We verloren wat tijd met herorganiseren, hadden nogal wat leerlingen bij die een rolkoffer bij hadden in plaats van een trekrugzak waardoor de tocht naar boven, over een grindpad, een helletocht werd. (Lees iedereen was moe, sommigen konden geen voet meer verzetten, er moesten koffers gewisseld worden, iemand struikelde en bezeerde zijn knie, een ander had honger en werd een beetje kregelig en ik, ik werd gewoon heel erg ongerust omdat mijn eigen vaatje energie langzaamaan leegliep en ik nu eenmaal geen navigatieheld ben.) Omdat het te laat en te donker was om nog te koken, moest de ergste honger bovendien gestild worden met enkel een dikke snee brood met kaas of choco. Tel daar nog bij dat er druk naar huis gebeld werd met verhalen over rolkoffers met stukgelopen wieltjes, pijnlijke voeten, slaapzalen die erg basic waren ingericht … en je kunt je iets voorstellen bij de ‘mood of the night.

(Zo’n moment waarvan je weet dat het ooit een straf verhaal wordt, maar waar je op wel zelf even doorheen moet.)

Ik sliep uiteindelijk wel als een blok en had maar een heel klein beetje last van snurkende kamergenoten. Hetzelfde bleek gelukkig ook voor de meeste meereizende jongelui het geval. Iedereen fleurde geleidelijk aan op aan de ontbijttafel in de zon, het uitzicht werd uitgebreid gefotografeerd en bewonderd, de hond van de uitbaters werd uitgebreid geknuffeld, de aftersun werd bovengehaald en de 1e straffe verhalen over ‘de tocht’ werden verteld en herverteld.

Het allerschoonste moest uiteindelijk nog komen en dat was de hike met stops in de Calanques Port-de pin en Port Miou. Helderblauw water, niet al te veel volk, een trosje waterratjes dabei, en genieten maar.

Wat onthouden we nog: Een paar dagen zonder douches is iets wat best overbrugbaar (in ‘La Fontasse’ zijn er enkel grote wasbakken en geen douches), ontbijten met een view went supersnel, leven in groep vergt meer geven en nemen en meer water bij de wijn doen dan samen in de klas zitten, maar ook dat is voor de meesten haalbare kaart.

En niet vergeten: ‘Gewoon doen. Je zo goed mogelijk voorbereiden en daarna de dag plukken. Ook als er onderweg al eens iets in het honderd loopt.’

Samen (onder)weg

We maakten ons zorgen over coronapassen, over al dan niet gevaccineerde leerlingen aan wie we niet met zoveel woorden mochten vragen hoe het met de vaccinatiestatus gesteld was, over afgelaste fuiven die een extra cent in het laatje hadden moeten brengen, over coronavouchers van eerder afgelaste trips die moeizaam ingeruild raakten … Maar kijk, op het moment dat jij dit leest zijn we onderweg en ruil ik de vaart Stalhille – Brugge voor een weekje in voor uitzicht op de Middellandse Zee.

We gaan naar Marseille en Cassis, voor een trip om een de middelbareschoolcarrière van een groepje prachtige jonge mensen op een mooie, verbindende manier af te sluiten.

We bereidden voor, we stippelden wandelingen uit, legden sterrrenkaarten klaar, benadrukten dat er een brooddoos, een drinkfles, een slaapzak, een paar stevige schoenen en heel veel goesting om er iets moois van te maken in de valies / trekrugzak moest geladen worden.

En wat komt, dat komt. Er zal gedonderd zijn om het verre wandelen, het hostel zonder wifi, de blaren van x en de te zware koffer van y. Gestress om de treinoverstappen en om de opdrachten waarbij er mensen moeten aangesproken worden – in het Frans dan nog- daar ter plekke.

Maar het wordt mooi, het wordt onvergetelijk. We maken foto’s met ons hart die we een leven lang zullen koesteren. We gaan samen leren en vooral samen leven.

En daarna gaan we in een laatste rechte lijn richting afstuderen voor die meereizende leerlingen en daarna reizen zij verder zonder dat we ze fysiek de weg wijzen.

Maar we zullen steentjes verlegd hebben, daar ben ik zeker van.

De jongen en zijn vriend

Vrijdagmiddag, nog geen drie uur. De poort kriept open en de soundtrack voor de komende week begint. De meisjes zijn thuis van school en in vrijdagmood. Lees: beetje hangen, beetje roepen, beetje zeuren om wat lekkers. Ik heb mezelf voorlopig nog ‘eingesperrt’ in mijn bureau boven. De intervallen tussen de dringende klopjes op mijn deur worden steeds korter.

De deadline voor de examenevaluaties schuurt tegen zijn einde aan. Het nieuwe evaluatiesysteem op school kampt met nogal wat kinderziektes waardoor een kleinigheidje aanpassen hier en daar al snel uitmondt in een urenlange heropstartsessie.

Deze week gaan we online klassenraad houden. ‘We do what we have to do’.

Toch sta ik versteld van de frisse monterheid waarmee ik dit alles eraan zie komen. Ik heb het voorbije jaar meer boeken gelezen dan ooit tevoren, ik heb mijn weg gevonden in een nieuw schoolsysteem en ik ben er voor het eerst in jaren in geslaagd om enige regelmaat te krijgen in mijn loopsessies. (Tot een gebroken voet vanwege een fietsongeval middem november daar een stokje voor stak. Ondertussen ben ik uit het gips en lijkt een eerste loopsessie stilletjesaan haalbare toekomstmuziek.)

Net als zovele andere gezinnen raakten ook wij in een quarantaineloop gevangen. 4 van de 7 gezinsleden kregen corona. Gelukkig zonder veel erg. De jongens en ik ontsnapten er voorlopig aan.

Ik neem het verhaal van de verveling en de afgelaste sportwedstrijden, het gesukkel met codes en testresultaten niet mee naar morgen.

Doe mij maar het verhaal van de wonderlijke juf van kleine broer. Ik vertelde er hier al eerder over. Kleine broer heeft moeite met school. Zo veel moeite dat het buitengewoon onderwijs voor hem een veilige haven werd waar het leren wel lukt, op zijn tempo. Terwijl zijn tweelingzus zich de leerstof van het 4e leerjaar eigen maakt, baant hij zich een weg door de leerstof van het 2e leerjaar.

Op zoveel andere vlakken excelleert het kind wel. Tijdens zijn quarantaine was zijn grootste bezorgdheid wie zich nu om klasgenootje S. zou ontfermen. In de klas van kleine broer zitten normaal begaafde kinderen met leerstoornissen en met autisme broederlijk naast elkaar.

Kleine broer en S. zijn 2 handen op één buik. De jongens begrijpen elkaar zonder woorden. Kleine broer die erg opmerkzaam is en altijd alles heeft gezien, voelt aan wanneer S. extra beschutting nodig heeft en neemt hem in bescherming als andere kinderen het op hem gemunt hebben. Zonder roepen en zonder tieren. Gewoon met rustige vastigheid.

Thuis slaat kleine broer net zoals de rest van de kroost wel eens aan het razen. Hij verheft zijn stem, hij grist een 2e portie koekjes weg en ontkent vervolgens staalhard. Hij wordt razend kwaad als grote broer langer mag opblijven en houdt vervolgens als een onvermoeibare soldaat de wacht voor zijn slaapkamerdeur.

Maar op school is hij de hoeder van S. En toont hij ons dat school zoveel meer is dan je de leerstof van schooljaar X of Y eigen maken.

Dit verhaal neem ik mee naar 2022.

En hier, hier blijf ik van dromen voor 2022.

Waar zijn de helden?

Tussen 8 u 15 en 15 u zijn de hond en ik op dinsdag, donderdag en vrijdag alleen thuis.

De introspectie, de diepe drang om waardevols mee te nemen uit de periode die voorbij is, komt vanzelf, hand in hand met dat beetje rust en stilte waar ik zo naar uitgekeken heb.

Geen standbeelden

Ik wil geen standbeeld installeren, Voor niemand.

Ik wil wel zeggen dat het klopt. Dat één mens met een vriendelijk woord of een oprecht gebaar een spoor door andermans leven kan trekken dat leidt naar meer zinvolheid, meer mededogen en meer betekenis:

  • De bibliotheekmedewerker die me zegt dat ze met plezier op zoek is gegaan naar de boeken die ik meerdere keren per week bestelde via de afhaalbib in mijn thuisgemeente.
  • De juf van kleine broer die me na zijn eerste schooldag een berichtje stuurde om me te zeggen dat ons jongetje zich zo verloren leek te voelen op school, maar dat het beterde toen ze hem liet vertellen over zijn dieren.
  • De busbegeleider die mijn gemondkapte kind begroet met een luid en duidelijk ‘goeiemorgen, Beertje’.
  • De scoutsleiders die meteen nadat bekend is gemaakt dat jeugdkampen kunnen doorgaan een op en top professionele brief bezorgden met heldere uitleg over het langverwachte kamp van onze 4 oudste rakkers.
  • Het groepje leerlingen (opvoeders in spe) dat mij tijdens een moeilijke livesessie – met veel gedonder met mijn eigen kinderen –  tips gaf over hoe ik mijn kroost op een fijne manier gemotiveerd kon houden voor hun schoolwerk.
  • De leerling die me liet weten dat ze dankzij mijn originele boekopdrachten opnieuw met veel plezier zelf aan het lezen is geslaan.

Een job uit de 1.000

Ik wil evenmin een pleidooi houden. Voor of tegen de zinvolheid van om het even welke job.

Ik wil alleen zeggen dat wie leerkracht is en die job vervult vanuit een diepgewortelde overtuiging dat een mens een ander mens kan doen groeien altijd zinvol werk kan verrichten.

Als je de wet van de communicerende vaten maar binnen handbereik wil houden, als je maar wil luisteren en blijven luisteren.

 

 

 

 

Wonderwoman bestaat niet

Vorige maandag stapte kleine broer opnieuw op de schoolbus. Met mondkapje om. Weg grote mond. Plots bleven er alleen nog bange ogen over.

En een hart, het mijne, in 1.000 stukken op de grond. Omdat dat kind op die bus moest en omdat ik tegelijkertijd zot content was dat hij op die bus kon.

Omdat meer dan 2 maanden met mijn 5 bloedjes op een stok het uiterste van mijn krachten, mijn energie en mijn geduld heeft gevergd.

Lees verder

Het jongetje dat nog steeds naar de wolken kijkt

Vorig jaar schreef ik hier al eens over mijn jongetje dat zo graag naar de wolken kijkt.

Mijn tweelingkindje, mijn dierenvriendje, mijn prins vol charmes. Wel dat jongetje doet dat nog steeds. Dat jongetje kijkt nog steeds ontzettend graag naar de wolken. Dat jongetje droomt van een hond en wil later een kinderboerderij uitbaten. Dat jongetje zit dit schooljaar ook voor de 2e keer in het 1e leerjaar.

DSC_5008

Lees verder