Vertragen om vast te houden

7 uur slaap. Daar heb ik mezelf de voorbije maanden op getrakteerd, elke nacht opnieuw. (Of toch meestal.) Het is immers een illusie te denken dat 5 uur genoeg was voor mij, de voorbije jaren. Nu nog mijn chronisch ijzertekort wegwerken en we zijn er helemaal op dat vlak.

Het leven voelt ondertussen goed en vertrouwd aan in mijn 17 e jaar als moeder en mijn 45e jaar als mens.

Grote broer traint droomt in stilte en soms al eens hardop van waar hij met zijn loopcarrière naartoe wil. Een training is een training en die moet afgewerkt worden, en bovenal is het voor hem een feest om te mogen lopen, hoe ver of hoe winderig het ook is.

Ik kijk en ik geniet van al die jonge kracht. Hem op schools vlak bij de les houden, is mijn dagelijkse training:)

Grote zus, kleine broer en kleine zus en het kleinste sprotje volgen in het kielzog van de oudste. Zo was het en zo is en zo blijft het hopelijk nog even. De kinderen zijn eigenlijk nog best vaak gewoon thuis waar altijd wel een taart te bakken is, een beest te knuffelen of een nichtje te entertainen.

Onze beestenboetiek buiten breidde flink uit ondertussen. De twee Hooglanders Mary en Rosie kregen gezelschap van het stierenkalf Fergus en ook de schapen kregen een mannelijk vriendje. Het is fijn om de boel draaiende te houden, daar bij ons thuis.

Er is heel soms een heel klein beetje tijd over. Tijd om te zitten, te hangen, te praten. Hoe die tijd ingevuld moet worden, vind ik soms moeilijk. Ik zie de kroost niet graag op een kluitje, scrollend, in de zetel. Elk in zijn of haar eigen wereldje, maar ik wil ook niet per se dat elk moment dat over is collectief beleefd wordt.

Ik loop minder graag dan vroeger van hot naar her, ik wil niet dat elke dag van mijn leven dichtgeplamuurd zit met etentjes en afspraken. Ik hou van echt contact, van mensen die echt dichtbij durven komen en die daar blijven zonder dat je daar veel over moet nadenken. Ik hou van telefoons die opgenomen wordt als je belt om te vragen hoe het gaat en die vergeten worden van zodra je bij elkaar bent, van handgeschreven brieven en van schouderklopjes die zalven en sterken tegelijkertijd, van spontane koppen koffie en woorden die raak en ter zake zijn zonder een al te lange aanloop.

Soms maak ik de rekening, van de jaren die voorbij zijn. Dan zie ik mensen die dichtbij waren en die gebleven zijn, mensen die erbij kwamen en anderen die een andere richting uitgingen. Soms vind ik de prijs voor volwassen zijn hoog en vind ik dat er van de dag weinig overblijft nadat alles wat moet in orde is.

Voor niets gaat de zon op.

Dat weet, maar wat ben ik blij elke keer als ik een moment had om van dat op- of ondergaan te genieten.

copyright: @williamscriven

Grote broer in actie op de Cardiff Cross Challenge 2025

Albanië met 5 sportieve tieners

Deze zomer verkenden we Albanië. We keerden terug met een hoofd vol fijne herinneringen en beleefden onderweg heel wat sportieve avonturen. We leerden dat tieners zich overal aan kunnen ergeren, maar het liefst van al aan wat hun broers of zussen doen of zeggen. Niet dat we dat nog niet wisten, maar soit.

Let op: Voor deze reis zijn een basisconditie en een flexibele mindset vereist. Zorg ook dat minstens een deel van je reisgezelschap goed is in navigeren, ook als de navigatie-apps het laten afweten en vraag je op voorhand af of je bestand bent tegen verrassingen.

Niet helemaal op je gemak als je in een auto moet op een plek waar de straten niet tiptop zijn? Maak je geen illusies: Gij zult stressen, en 1000 rampscenario’s voor je geestesoog zien passeren. Ook als je jezelf voorgenomen had om dit deze keer niet te doen:)

De trektocht

De kroost is ondertussen meer dan mans genoeg voor meerdaagse trektochten. En zo geschiedde. We vlogen vanuit Parijs (luchthaven Beauvais) naar Tirana en deden het de eerste week zonder huurauto.

De eerste stop was in een onooglijk dorpje in de buurt van het Skadarmeer. We verkenden eerder al de andere kant van dit meer in Montenegro. Het was wat gesukkel om vanuit de luchthaven met een toeristenbusje in Sködher te raken. Ook een taxi vinden om resterende 10 kilometer naar het logement te overbruggen vergde wat geduld. Afin, we raakten ter plekke en liepen recht in de armen van een ongelooflijk lieve gastvrouw die weinig Engels sprak, maar wiens hartenklop we meteen voelden.

We gingen er de eerste dag te voet op uit, verbaasden ons over de enorme hoeveelheden zwerfvuil (van schoenen van Primark tot zetels en lege blikjes) en zagen her en der koeien, geiten en schapen en herders passeren. Dit alles onder een loden hitte. Ik deed zelf een poging tot looptraining, maar hield het na anderhalve kilometer voor bekeken wegens te warm.

Grote broer had wel trainingen af te werken en bleek ook op vlak van bestand zijn tegen de hitte straffer dan zijn moeder. Hij liep de 10 kilometer naar Skhodër. Manlief dacht voor de rest van de troep een taxi te hebben gefixt, die werd geannuleerd waardoor we ook te voet moesten. We huurden uiteindelijk fietsen via Joy, fietsten naar het nabijgelegen Shirokë en gebruikten ons gele stalen rosjes meteen ook om de volgende dag naar het busje richting startpunt van onze trektocht te fietsen. Dit alles voor 5 euro per fiets.

We laveerden ’s morgens vroeg door het vrij drukke ochtendverkeer van boerenhol naar Skhöder. Ik kuste mijn polletjes vanwege mijn 5 sportieve en onvervaard fietsende kinders en voelde de zon opkomen boven de stad en in mijn hart.

De rit naar het startpunt in Teth van de trektocht verliep vlot. Grote broer werd misselijk en moest voorin naast chauffeur, maar dat was het dan ook.

Op weg dan maar, voor 4 dagen wandelen. Ik had op aanraden van manlief en de kroost wandelstokken aangeschaft. De weg naar de 1e slaapplek was meteen een tocht in bijsturen en meedeinen. Mijn kinders zijn atleten, alle vijf. Ik hou mezelf voor dat ik over een basisconditie beschik. Maar soit, het ging bij mij minder vlot dan bij de rest. Vooral bergop. En het was alleen, maar bergop.

Na wat vijven en zessen kwamen we overeen dat iedereen zijn eigen tempo moest respecteren en dat we op kruispunten zouden wachten op elkaar. Ik zag allerlei scenario’s voor me van verdwenen kinders en nachten alleen in het donker, maar trachtte te herkalibreren en schoonheid en begrip te zien en te voelen.

De smaak van water

Water smaakte nog nooit zo lekker. We hadden een Lifestraw filterfles bij en maakten daar dankbaar gebruik van. De bagage was verdeeld over 2 trekrugzakken en 3 daypacks. De overige bagage mochten we in het eerste huisje stockeren.

Voor manlief en de grote broer hadden we op de luchthaven een internationale sim-kaart en een hoop data gekocht voor de navigatie onderweg. Dat navigeren, waar ik me wijselijk niet mee moeide, vergde wel wat omdenken. Veel wegen waren onbekend, af en toe liet er een stuk weg uit op een privéterrein dat niet toegankelijk was.

We redden het elke dag opnieuw voor het donker en verbaasden ons over wat we onderweg tegenkwamen. Weinig mensen, heel veel mooie uitzichten en her der verspreide eenzame boerderijen en honden, heel veel honden.

Ik verbaasde me over het uithoudingsvermogen en de souplesse van manlief en de kinders en verwarmde me aan de aanmoedigingen van kleine zus en het kleinste sprotje en aan de mopjes van de rest van de troep. Nooit zoveel liefde gesmaakt als in de voor mij achtergelaten energybar op een grote steen midden op een pad in het midden van niets.

Slapen deden we in guesthouses langs de route, die we ruim op voorhand hadden vastgelegd. We verbleven in Northern Peaks, Guesthouse Prebabaj en Lule Bore Stuk voor stuk fijne plekken die met wagen amper te bereiken zijn. Prebabaj vonden we uiteindelijk met de hulp van een buurman die zag dat we aan het sukkelen waren en die de laatste kilometer naar het logement – net voor de duisternis inviel – met ons meestapte. Prebababaj is blijkbaar gewoon een familienaam waardoor Google Maps zijn vlaggetje op een ander huis zette waarvan de bewoner ons niet begreep en daardoor niet kon verder helpen.

Lule Bore sprong er voor mij het meeste uit. We verbleven er op een boerderij waar 7 kinderen zijn grootgebracht en waar tijdens de dagen dat wij er verbleven heel wat familie ‘aanspoelde’ omdat de jongste dochter op trouwen stond. Fijn om dat van dichtbij te kunnen meebeleven.

Na de bergen gingen we we de ferry over het Komanmeer om daarna verder te gaan naar Berat, Permet en tenslotte naar het zuiden, naar zee. Dit keer met een huurauto. Hier ging het langs guesthouse Ramaj, guesthouse Chri Chri en Guesthouse Diarla’s Home. Stuk voor stuk fijne plekken waar je je meteen thuis voelt. Een tip hier: Ben je in de buurt van Permet, dan moet je gewoon langs Chri Chri, deze plek is af op alle mogelijke manieren.

We genoten met volle teugen van onze Albaniëreis. De trektocht was de max. Ook al was ik daar onderweg niet altijd van overtuigd. Albanië is mooi en uitnodigend, de bewoners zijn vriendelijk en zien reizigers graag komen. Op vlak van natuurbeheer doet het vele zwerfvuil wel pijn aan je hart en aan je ogen.

Ik leerde manlief, de kinders en mezelf weer een beetje beter kennen. Dankzij de wifi konden we de hoogtepunten van de atletiekfeesten van deze zomer, Eyof in Skopje en de start van European Athletics U20 in Tampere meepikken.

Merci Albanië, merci grote broer, grote zus, kleine broer, kleine zus en het kleinste sprotje.

Doe je je best?

Het huis is stil. Enkel Ollie en ik vandaag. De voltallige kroost is op kamp met scoutspermeke . Geen nood. Ze zijn dra terug en dan gaat het richting Albanië voor de gezinsvakantie. Voor grote broer gaan we al richting zijn 17e zomer met ons.

Er kwam lange brieven van de zussen. Vol verhalen over verbinding en plezier. Vol vreugde, met tekeningetjes en hier en daar een spelfout.

De geit Tine kreeg een lammetje, een meisje. Manlief, hond en ik gingen een weekendje weg.

De voorbije 10 dagen waren rustig. Rustig en stil. Met 2. Of eigenlijk 3. Als je Ollie meerekent. Manlief was op weekdagen aan het werk. Ik deed de thuisshift. Meer dan haalbaar als er enkel een beperkt troepje vee te verzorgen is en wat rommelige plekken in huis aangepakt moeten worden.

De voorbije 10 maanden waren verre van rustig. Ik heb gegoocheld, met tijd en met energie. Ik heb veel gegeven aan mijn leerlingen en veel teruggekregen. Ik heb gezocht naar een evenwicht tussen helpen met Frans en andere schooldingen en van op afstand nabij zijn voor de eigen kroost. Ik heb feedback geschreven en lessen voorbereid tot de letters voor mijn ogen dansten en een kop koffie al lang niet meer genoeg waren voor een extra dosis concentratie.

Ik heb me zorgen gemaakt en gezocht naar de betekenis en verbinding. Ik heb gevonden, maar lang niet altijd. Ik maak me op voor de ‘va et vient’ van de zomerdagen met 7.

Ik blijf zoeken naar de waterpas in mijn leven, meer bepaald naar hoe die helemaal mooi recht te leggen.

Dat lukt immers lang niet altijd.

Ik doe mijn best en dat komt met een prijs. De prijs van uitputting, van er niet helemaal bij zijn, van niet weten wanneer en wat ‘goed genoeg’ is. Van te weinig slapen en te veel verwachten. Van tijd die er niet is en aandacht die verloren gaat. Van niet weten wat nu telt en wat kan wachten.

Ik denk dat je soms mag kiezen waarvoor je extra je best doet. Dat heb ik geleerd van grote broer.

Het werd lente

Het gaat goed met ons. Ik zeg het zo graag. En meestal klopt dat ook gewoon helemaal. Ons, da’s manlief en dat zijn de 5 kinders, grote en kleine broer en zus en het kleinstje sprotje. En ik, Kat, de mama. ‘Ons’ kwam er niet vanzelf, maar ‘ons’ is er en da’s wat telt.

De voltallige kroost troeft mij ondertussen genadeloos af als het op loopsnelheid aankomt en ook op culinair vlak trekken ze zich steeds beter uit de slag.

Een lang gekoesterde droom om ruimte te hebben om dieren te houden werd dit jaar werkelijkheid. Op het veld dat grenst aan onze tuin wonen sinds kort 4 schapen en 2 koeien.

Heerlijk, al moet ik soms zoeken naar tijd om van al dat moois te genieten.

Soms kom ik thuis van school en ben ik moe, zo moe, alsof ik 3 marathons achter elkaar heb gelopen zonder te drinken en zonder te stretchen vooraf. Soms zit ik achter mijn bureau om lessen voor te bereiden of feedback te schrijven en lijkt de berg waar ik over moet zo hoog. Alsof het zelfs met een klimgordel, een berggeit om mijn spullen te dragen en een paar fancy bergschoenen aan nog niet zal lukken. Soms heb ik een moment vrij en denk ik, ‘nee’, ik moet nog dit, dat en dat doen. Soms voel ik me eenzaam en alleen en altijd in de weer, met alles en niets. Soms gaat alles op aan ‘moeten’ en is er geen tijd meer om iets anders te willen.

Een paar weken geleden ging ik op schoolreis naar Berlijn. We verbleven in een hostel net buiten het centrum en hadden een ongelooflijk heerlijke tijd.

Er moest uiteraad ook heel veel. Er moesten 61 pubers in het gareel gehouden worden, bijvoorbeeld. Bijna-volwassenen die al eens bokkensprongen maken, die ruzie maken, lawaai maken en rommel achterlaten. Maar daar ging het uiteraard niet om.

Er was ook licht, zo veel licht, om thuis even los te laten en het moment te proeven en te beleven.

Het meest van al koester ik de gesprekken met die bijna-volwassenen. Leerlingen die eens naast je komen wandelen of fietsen en daar wat langer blijven hangen om te vertellen. Ik oefen dan om zo goed mogelijk te luisteren en om zelf het gesprek niet te domineren.

De klim en de tocht worden daardoor vanzelf een pak makkelijker.

‘Je moet niet alles vertellen om begrepen te worden.’, heb ik daar in Berlijn een paar keer gedacht.

Ik oefen ondertussen verder in luisteren. Da’s niet makkelijk. Ik loop al 44 jaar op deze wereld rond. Ik verpopte al een paar keer tot een andere versie van mezelf. Nu ik stilletjesaan een plek op de wereld bereik waarin terugkijken zonder de blik op de toekomst te verliezen aan de orde is, constateer ik dat begrepen worden of plekken weten zijn waar iemand je begrijpt alles zijn.

Ik heb ze die plekken. Maar daarrond zijn nog veel onherbergzame stukken. Mensen die ik op afstand hou. Gesprekken die ik uit de weg ga. Bezoeken die ik uitstel of helemaal oversla.

Maar de lente, die is er ondertussen.

Zomerweemoed

Zomer 15 met met grote broer (het kind dat van mij een moeder maakte) hinkelt op zijn allerlaatste teen. Ik kijk achterom en voel 1000 dingen tegelijkertijd. Dankbaarheid, rust, trots, een prikkend traantje om de snelheid waarmee de tijd door mijn vingers glijdt, …

Nog even en de hectiek van het schoolleven overspoelt me weer. De schoonheid van het gezinsleven van elke dag is in niet-zomervakantie-tijden nu eenmaal soms minder helder zichtbaar.

Het zomerregime van ik-werk-me-door-de-zomerdag en ververs pampers, bereid hapjes en papjes en ben dolgelukkig als ik een kop koffie op z’n minst lauwwarm kan opdrinken of als ik 10 regels uit de krant of uit een boek na elkaar kan lezen ligt achter de rug. Net als de zomerbarbecues waarbij je het gevoel hebt dat je in plaats van te eten en te praten non stop baby’s en peuters aan het verschonen en voeden bent.

Meer dan toen besef ik dat ik zo ontzettend gezegend ben met een hechte clan van fijne mensen rond me. In dezelfde levensfase. Net als ik kwamen ze toen vaak handen, slaap en ogen te kort hadden om hun koters in het gareel te houden. Nu zijn we – op praktisch vlak alvast – uit de loopgraven geraakt.

Deze nieuwe levensfase met jonge tieners geeft – manlief en ik in elk geval – ademruimte. Ik weet het: ‘Morgen kan het weer helemaal anders zijn, maar nu loopt het best wel lekker. Op stap gaan met met z’n 2 kan al een hele tijd zonder babysit. 3 keer per week gaan lopen lukt (dankzij de installatie van een paar goede gewoontes), een telefoontje om alvast een kip in de oven volstaat om het avondeten op tijd op tafel te krijgen.

De kroost doet het goed en scharrelt goddank nog steeds heel erg graag dichtbij rond. Kampen van scouts en Kazou worden ten volle beleefd – op dit eigenste moment is er nog een vanuit Zweden onderweg naar huis – maar dagen thuis, daar houden ze eigenlijk ook wel van. Het is een va-et-vient van nichtjes en buurkinderen. Heerlijk om te zien hoe een 13- of een 15- jarige de 3-jarige buurjongen op sleeptouw neemt, hoe de kleine nichtjes met gemak over de schouders van de oudste neven worden gegooid en hoe ook heel wat andere kinderen zich bij ons helemaal thuis voelen.

Ik heb dan wel 5 tieners in huis, maar zit met hen en hun lijf en hun gemoed nog ten volle in de gezellige schemerzone tussen klein en groot. Wat ik bedoel: Een zetel vol dekens, kinders, een hond en een kat, een keukentafel waaraan geschilderd wordt, waar taarten versierd worden en tekeningen worden gemaakt en goddank nog weinig vragen om uit te gaan of pubergesnauw.

Hoe hoop ik het dit schooljaar behapbaar te houden voor mezelf en voor de kroost:

op tijd naar bed

Gij, ook, moeder.

Ik ben een vroege vogel en gaf dit door aan de kroost. 4/5 van de kinderschare tref je ook in de zomer of in het weekend zelden na 8 u ’s morgens nog in hun bed aan. ’s Avonds hanteren we ook voor de grotere kinderen een vrij streng bedtijduur en gaan telefoons niet mee naar boven.

Tijdens het schooljaar slaap ik veel te weinig. Laat opblijven en vroeg opstaan eisen zijn tol en zorgen voor tijdverlies wegens niet fris genoeg. Dit moet dit schooljaar anders.

gsm op slot

Ik installeerde een nachtslot op mijn gsm. Tussen 22 u en 7 u gaat mijn scherm op zwart-wit. Dit om scrollen in halfwakende toestand tegen te gaan.

Tijd om te lezen en boeken op tijd naar de bib

Ik lees en ik lees en ik lees, maar heb de vreselijk slecht gewoonte om te grossieren in bibboetes. Blijf ik doen – dat lezen – , ook op drukke momenten, maar dat met die boetes moet anders. Geen boetes meer, heb je het gehoord? Tenzij je een sprinter ‘ns pas in een week en 1 of 2 dagen in plaats van in die ene onmogelijke week krijgt uitgelezen.

vaste momenten voor hulp bij huiswerk

Naar school gaan is niet voor elk kind elke dag een heel groot feest. Ook bij ons niet. Ik heb zelf altijd heel graag gestudeerd en zonder morren een tandje bijgestoken of een uur langer gewerkt als dat nodig bleek. Dit is niet voor al onze kinderen een even grote evidentie.

We hanteren de afspraak dat je best doen en dat doen wat je moet doen voor iedereen de basisregel is. We maken als ouders graag wat tijd vrij om te helpen bij het voorbereiden van moelijke toetsen of het meebrengen van bibboeken. Maar niet de laatste dag en niet als het alleen ook lukt. Dit houden we vast van het voorbije schooljaar.

mogen we een taart bakken?

Da’s zeker, da. Probeer hem maar zo mooi mogelijk te maken en ruim de keuken op achteraf.

Mental note: zorg dat de ingrediënten in huis zijn en zorg dat je je er niet te veel in opjaagt dat kinders nu eenmaal rommel maken. De intentie om te bakken en al die dappere of halfslachtige pogingen om op te ruimen zijn toch ook best ok, niet?

schrijf handgeschreven brieven en kaartjes

Doen! Iedereen wordt daar blij van. Zowel de schrijver als de ontvanger én het is een oefening in schoonheid zien en laten zien aan anderen.

Het is een wedstrijd (die je niet winnen kan)

Of ik mee ga naar het Belgisch kampioenschap veldlopen vraagt manlief ergens tussen soep, patat, drol van puppy Ollie en alarm van de rookmelder omdat ik het vlees vergat op het fornuis. Ik zeg ‘ja’ omdat ik dat heel graag doe. Ik hou ervan om met mijn camera in de aanslag door de modder te banjeren en al die atleten en vrijwilligers bezig te zien.

Hoe de pubermeisjes die zich de ziel uit hun lijf hebben gelopen zich gedwee door hun mama laten ondersteunen, hoe die opgeschoten jongens elkaar onhandig omhelzen bij wijze van felicitatie, hoe de blijdschap of de ontgoocheling van al die sportieve lijven af te lezen valt …

En ik wil mijn grote jongen uiteraard zien schitterend. Het wordt spannend of hij het deze keer al dan niet zal halen van zijn eeuwige rivaal, de rijzige en sympathieke Barnabé Chiliade uit Wallonië. (Hij haalde het net niet. Slikte zijn ontgoocheling grootmoedig door en is nu al een wedstrijdaanpak aan het uitdenken om volgende keer wel dat felbegeerde shirt met driekleurstrookje te bemachtigen. )

Ik maakte zondag even abstractie van het feit dat ik me tijdens schoolweekends eigenlijk geen volledige dag uithuizigheid kan permitteren. Ik heb 2 keer 5 uur nodig – op zijn minst – om mijn lessen en correctiewerk rond te krijgen. Anders worden mijn nachten weer veel te kort.

En dat wil ik niet. Toch doe ik het. Keer op keer. Werken lang nadat de lichten om me heen overal uit zijn gegaan en niet zelden nadat ik die kroost die geen 20 jaar meer om verhaaltjes zal vragen met net iets minder geduld dan ik oorspronkelijk in gedachten had in bed heb gedropt.

Veel dingen lukken goed. Ik voel me goed in mijn (sportieve) vel. Ik train consequenter dan ooit tevoren voor de halve marathon die ik in maart volgend jaar wil lopen. Ik lees boeken, ik sta te blinken vooraan in de klas. De kinderen vertellen over wat hen bezighoudt zonder dat ik het eruit moet sleuren. Ze pakken hun fiets om zelf naar de scouts en de atletiek te rijden en zijn op hun gezegende momenten zo lief en attent voor elkaar. En die momenten zijn best wel talrijk.

Er zijn afgebroken sleutels in fietsslotjes, moeilijke toetsen voor Frans, rommelige kamers, wasgoed waar geen eind aan komt, maar dat deert me eigenlijk niet.

Het is dat eeuwige tijdsvraagstuk dat wringt en dat ik bij zoveel mensen om me heen hoor en voel knagen. In een poging mezelf op de been te houden en toch af en toe een moment rust te creëren bestaan mijn dagen vooral uit werken, moederen en atletiekuitjes. Ik skip veel dingen die ik eigenlijk ook graag doe: Koffie drinken met vriendinnen, gewoon niets doen, gaan zwemmen met de kroost, vol-au-vent maken, nieuwe recepten uitproberen, handgeschreven brieven schrijven, langsgaan bij mijn ouders, …

Misschien is wat ik wel doe voorlopig genoeg en leer ik doordat ik besef dat tijd een zeldzaam goed is die schone momentjes met manlief, de kroost, de neefjes en nichtjes, de buurkinderen en hun ouders des te meer waarderen.

Misschien heb ik straks spijt van wat ik gemist hebt.

Zolang de puppy’s voor de puppy’s zorgen en de kinderen de nieuwe buren met heerlijke tekeningen en zelfgebakken koekjes welkom heten tel ik mijn zegeningen en kus ik mijn polletjes voor zoveel geluk en schoonheid in één mensenleven.

Het gaat erom om de juiste cadans te vinden. Ik voegde wat interessant non-fictiemateriaal toe aan mijn leesroutine met deze interessante tijdsplanner van Cal Newport en probeer mezelf te leren dat het ok is dat het soms eens genoeg geweest is en dat je de boeken moet leren toedoen als het vet van de soep is.

Hap, slik, weg

Ik rommel in de diepvriezer, op zoek naar iets te eten voor de dag nadien. Iets wat vlot en eenvoudig te bereiden bakken of te braden is, waar ik een aardappel bij kan schillen (of niet schillen als ik echt geen tijd heb) en een eenvoudig groentegerechtje bij kan verzinnen.

En dan valt hij. Op mijn hoofd. Stuk. De glazen vruchtensapfles die daar ergens verloren stond te wiebelen op die vrieskist.

Scherven brengen geluk

Scherven brengen geluk, maar wat met scherven die te vermijden waren?

Ik kan me daar al eens het hoofd over breken. Bij first-world-issues als ‘gelieve de 3 verloren kaartjes van spel x of y terug te brengen of je moet het hele boeltje betalen. (@bibjabbeke) (Wanneer ga ik nu eindelijk eens voor mezelf toegeven dat je mensen hebt die dat kunnen, spelletjes uit de bib ontlenen en die intact en volledig terug brengen en mensen die dat niet kunnen?)

Het zijn de scherven van dat moederhart die ik af en toe eens van de grond moet schrapen die het diepst snijden. Als ik kleine broer dik tegen zijn zin en vaak in tranen zie zwoegen op zijn huiswerk. (Moeilijk en veel volgens hem, bijna altijd, sinds hij een klas hoger zit.) Of als het kleinste sprotje wil dat ik bij haar blijf, terwijl ik dringend op mijn fiets moet springen richting school en ze me in tranen achternaloopt. Op blote voeten.

‘Hap, slik, weg’, is dan vaak mijn tactiek. Mijn leven lang eigenlijk al. Maar nooit zonder eerst te benoemen dat ik gezien heb dat er iets aan de hand is. Dat het even een beetje stropte.

Dan kom ik thuis en is de tafel gedekt en de verjaardagstaart gebakken. Doet grote broer een poging om kleine broer met zijn rekensommen op weg te helpen en sleept het kleinste sprotje het logeermatrasje naar de kamer van haar grote broer. Om lekker dichtbij te zijn en te tanken voor de volgende dag.

Dan ben ik blij dat ik even geslikt heb en daarna ben verder gegaan. Dan passen alle stukjes van alles (inclusief mijn moederhart ) even heel mooi op elkaar.

Tot #Willemderostekater op de bureau heeft geplast, er geen enkel werkend fietslampje in huis blijkt te zijn, de hondenriem zoek is en er 2 fietsen tegelijkertijd lek zijn.

’s Morgens in de vroegte

Het zomeruur piekt een beetje. Waardoor het me iets meer moeite kost om gezwind uit bed te springen als de rest van het huis nog slaapt. Niettemin zijn ze heilig, al die gewonnen minuten voor 6 u 30 ’s morgens. Ik knoop eindjes aan elkaar, van lessen, van gedachten … Ik schrijf al eens een brief, ik laad alvast de volgende lading in de vaatwasser of wasmachine. Ik leef en adem alleen voor mezelf om er daarna te zijn voor wie mij nodig heeft. Er zijn geen eisen, geen vragen, de volgorde die ik bepaal is de enige die telt.

Daarna is er het ontbijt, de lunchdozen, het geregel voor avondeten, verplaatsingen van en naar school en hobbyplekken, verbouwings- en andere besognes, dringende berichtjes, zwemtassen, te kleine sportschoenen, kappersafspraken, versleten sandalen, sneeuw in april, geklit haar dat dringend gekamd moet worden, feestjes en cadeautjes voor feestjes, schoolreizen en schoolprojecten met losse eindjes, de 1000 dingen die gedaan moeten worden om voor de leerlingen het maximum uit een schooldag te halen …

Ik heb ze nodig die rustige momenten. Omdat ik anders het overzicht verlies.

En ik zou ze iedereen aanraden. Ze maken me bedachtzamer, helderder en ze houden me dichter bij mezelf. Ze laten me zien dat er schoonheid is ondanks alles wat onderweg misloopt.

Soms houdt het me wakker. De gedachte dat dat mensen ziek worden van het leven. De gedachte dat door de dag komen en al de praktische moeilijkheden trotseren voor sommigen niet meer lukt en dat we dat niet zien of wel zien maar niet weten hoe te helpen.

Laat ik ze, die 5 prachtige kinderen van mij leren dat dichtbij mensen zijn en blijven het fundament is waarop ze hun leven kunnen bouwen.

De jongen en zijn vriend

Vrijdagmiddag, nog geen drie uur. De poort kriept open en de soundtrack voor de komende week begint. De meisjes zijn thuis van school en in vrijdagmood. Lees: beetje hangen, beetje roepen, beetje zeuren om wat lekkers. Ik heb mezelf voorlopig nog ‘eingesperrt’ in mijn bureau boven. De intervallen tussen de dringende klopjes op mijn deur worden steeds korter.

De deadline voor de examenevaluaties schuurt tegen zijn einde aan. Het nieuwe evaluatiesysteem op school kampt met nogal wat kinderziektes waardoor een kleinigheidje aanpassen hier en daar al snel uitmondt in een urenlange heropstartsessie.

Deze week gaan we online klassenraad houden. ‘We do what we have to do’.

Toch sta ik versteld van de frisse monterheid waarmee ik dit alles eraan zie komen. Ik heb het voorbije jaar meer boeken gelezen dan ooit tevoren, ik heb mijn weg gevonden in een nieuw schoolsysteem en ik ben er voor het eerst in jaren in geslaagd om enige regelmaat te krijgen in mijn loopsessies. (Tot een gebroken voet vanwege een fietsongeval middem november daar een stokje voor stak. Ondertussen ben ik uit het gips en lijkt een eerste loopsessie stilletjesaan haalbare toekomstmuziek.)

Net als zovele andere gezinnen raakten ook wij in een quarantaineloop gevangen. 4 van de 7 gezinsleden kregen corona. Gelukkig zonder veel erg. De jongens en ik ontsnapten er voorlopig aan.

Ik neem het verhaal van de verveling en de afgelaste sportwedstrijden, het gesukkel met codes en testresultaten niet mee naar morgen.

Doe mij maar het verhaal van de wonderlijke juf van kleine broer. Ik vertelde er hier al eerder over. Kleine broer heeft moeite met school. Zo veel moeite dat het buitengewoon onderwijs voor hem een veilige haven werd waar het leren wel lukt, op zijn tempo. Terwijl zijn tweelingzus zich de leerstof van het 4e leerjaar eigen maakt, baant hij zich een weg door de leerstof van het 2e leerjaar.

Op zoveel andere vlakken excelleert het kind wel. Tijdens zijn quarantaine was zijn grootste bezorgdheid wie zich nu om klasgenootje S. zou ontfermen. In de klas van kleine broer zitten normaal begaafde kinderen met leerstoornissen en met autisme broederlijk naast elkaar.

Kleine broer en S. zijn 2 handen op één buik. De jongens begrijpen elkaar zonder woorden. Kleine broer die erg opmerkzaam is en altijd alles heeft gezien, voelt aan wanneer S. extra beschutting nodig heeft en neemt hem in bescherming als andere kinderen het op hem gemunt hebben. Zonder roepen en zonder tieren. Gewoon met rustige vastigheid.

Thuis slaat kleine broer net zoals de rest van de kroost wel eens aan het razen. Hij verheft zijn stem, hij grist een 2e portie koekjes weg en ontkent vervolgens staalhard. Hij wordt razend kwaad als grote broer langer mag opblijven en houdt vervolgens als een onvermoeibare soldaat de wacht voor zijn slaapkamerdeur.

Maar op school is hij de hoeder van S. En toont hij ons dat school zoveel meer is dan je de leerstof van schooljaar X of Y eigen maken.

Dit verhaal neem ik mee naar 2022.

En hier, hier blijf ik van dromen voor 2022.

La douce France met Tarzan, Jane, broer en zusjes

Omdat ons gezin met zijn 7 kopjes een tikkeltje buitenmaats is, zijn wij er wat zomerhuisjes boeken betreft altijd vlug bij.  Voor nieuwjaar ligt ons zomerplekje meestal al vast.

Zou het lukken, zou het mogen? (Je kent het ongetwijfeld: Dat mantra dat sinds corona in je hoofd is geslopen van zodra je denkt aan een feestje, uitstapje, reisje …)  Soit, het mocht en het kon en weg waren we 2 weken geleden.

Lees verder