Vertragen om vast te houden

7 uur slaap. Daar heb ik mezelf de voorbije maanden op getrakteerd, elke nacht opnieuw. (Of toch meestal.) Het is immers een illusie te denken dat 5 uur genoeg was voor mij, de voorbije jaren. Nu nog mijn chronisch ijzertekort wegwerken en we zijn er helemaal op dat vlak.

Het leven voelt ondertussen goed en vertrouwd aan in mijn 17 e jaar als moeder en mijn 45e jaar als mens.

Grote broer traint droomt in stilte en soms al eens hardop van waar hij met zijn loopcarrière naartoe wil. Een training is een training en die moet afgewerkt worden, en bovenal is het voor hem een feest om te mogen lopen, hoe ver of hoe winderig het ook is.

Ik kijk en ik geniet van al die jonge kracht. Hem op schools vlak bij de les houden, is mijn dagelijkse training:)

Grote zus, kleine broer en kleine zus en het kleinste sprotje volgen in het kielzog van de oudste. Zo was het en zo is en zo blijft het hopelijk nog even. De kinderen zijn eigenlijk nog best vaak gewoon thuis waar altijd wel een taart te bakken is, een beest te knuffelen of een nichtje te entertainen.

Onze beestenboetiek buiten breidde flink uit ondertussen. De twee Hooglanders Mary en Rosie kregen gezelschap van het stierenkalf Fergus en ook de schapen kregen een mannelijk vriendje. Het is fijn om de boel draaiende te houden, daar bij ons thuis.

Er is heel soms een heel klein beetje tijd over. Tijd om te zitten, te hangen, te praten. Hoe die tijd ingevuld moet worden, vind ik soms moeilijk. Ik zie de kroost niet graag op een kluitje, scrollend, in de zetel. Elk in zijn of haar eigen wereldje, maar ik wil ook niet per se dat elk moment dat over is collectief beleefd wordt.

Ik loop minder graag dan vroeger van hot naar her, ik wil niet dat elke dag van mijn leven dichtgeplamuurd zit met etentjes en afspraken. Ik hou van echt contact, van mensen die echt dichtbij durven komen en die daar blijven zonder dat je daar veel over moet nadenken. Ik hou van telefoons die opgenomen wordt als je belt om te vragen hoe het gaat en die vergeten worden van zodra je bij elkaar bent, van handgeschreven brieven en van schouderklopjes die zalven en sterken tegelijkertijd, van spontane koppen koffie en woorden die raak en ter zake zijn zonder een al te lange aanloop.

Soms maak ik de rekening, van de jaren die voorbij zijn. Dan zie ik mensen die dichtbij waren en die gebleven zijn, mensen die erbij kwamen en anderen die een andere richting uitgingen. Soms vind ik de prijs voor volwassen zijn hoog en vind ik dat er van de dag weinig overblijft nadat alles wat moet in orde is.

Voor niets gaat de zon op.

Dat weet, maar wat ben ik blij elke keer als ik een moment had om van dat op- of ondergaan te genieten.

copyright: @williamscriven

Grote broer in actie op de Cardiff Cross Challenge 2025

Doe je je best?

Het huis is stil. Enkel Ollie en ik vandaag. De voltallige kroost is op kamp met scoutspermeke . Geen nood. Ze zijn dra terug en dan gaat het richting Albanië voor de gezinsvakantie. Voor grote broer gaan we al richting zijn 17e zomer met ons.

Er kwam lange brieven van de zussen. Vol verhalen over verbinding en plezier. Vol vreugde, met tekeningetjes en hier en daar een spelfout.

De geit Tine kreeg een lammetje, een meisje. Manlief, hond en ik gingen een weekendje weg.

De voorbije 10 dagen waren rustig. Rustig en stil. Met 2. Of eigenlijk 3. Als je Ollie meerekent. Manlief was op weekdagen aan het werk. Ik deed de thuisshift. Meer dan haalbaar als er enkel een beperkt troepje vee te verzorgen is en wat rommelige plekken in huis aangepakt moeten worden.

De voorbije 10 maanden waren verre van rustig. Ik heb gegoocheld, met tijd en met energie. Ik heb veel gegeven aan mijn leerlingen en veel teruggekregen. Ik heb gezocht naar een evenwicht tussen helpen met Frans en andere schooldingen en van op afstand nabij zijn voor de eigen kroost. Ik heb feedback geschreven en lessen voorbereid tot de letters voor mijn ogen dansten en een kop koffie al lang niet meer genoeg waren voor een extra dosis concentratie.

Ik heb me zorgen gemaakt en gezocht naar de betekenis en verbinding. Ik heb gevonden, maar lang niet altijd. Ik maak me op voor de ‘va et vient’ van de zomerdagen met 7.

Ik blijf zoeken naar de waterpas in mijn leven, meer bepaald naar hoe die helemaal mooi recht te leggen.

Dat lukt immers lang niet altijd.

Ik doe mijn best en dat komt met een prijs. De prijs van uitputting, van er niet helemaal bij zijn, van niet weten wanneer en wat ‘goed genoeg’ is. Van te weinig slapen en te veel verwachten. Van tijd die er niet is en aandacht die verloren gaat. Van niet weten wat nu telt en wat kan wachten.

Ik denk dat je soms mag kiezen waarvoor je extra je best doet. Dat heb ik geleerd van grote broer.

Het werd lente

Het gaat goed met ons. Ik zeg het zo graag. En meestal klopt dat ook gewoon helemaal. Ons, da’s manlief en dat zijn de 5 kinders, grote en kleine broer en zus en het kleinstje sprotje. En ik, Kat, de mama. ‘Ons’ kwam er niet vanzelf, maar ‘ons’ is er en da’s wat telt.

De voltallige kroost troeft mij ondertussen genadeloos af als het op loopsnelheid aankomt en ook op culinair vlak trekken ze zich steeds beter uit de slag.

Een lang gekoesterde droom om ruimte te hebben om dieren te houden werd dit jaar werkelijkheid. Op het veld dat grenst aan onze tuin wonen sinds kort 4 schapen en 2 koeien.

Heerlijk, al moet ik soms zoeken naar tijd om van al dat moois te genieten.

Soms kom ik thuis van school en ben ik moe, zo moe, alsof ik 3 marathons achter elkaar heb gelopen zonder te drinken en zonder te stretchen vooraf. Soms zit ik achter mijn bureau om lessen voor te bereiden of feedback te schrijven en lijkt de berg waar ik over moet zo hoog. Alsof het zelfs met een klimgordel, een berggeit om mijn spullen te dragen en een paar fancy bergschoenen aan nog niet zal lukken. Soms heb ik een moment vrij en denk ik, ‘nee’, ik moet nog dit, dat en dat doen. Soms voel ik me eenzaam en alleen en altijd in de weer, met alles en niets. Soms gaat alles op aan ‘moeten’ en is er geen tijd meer om iets anders te willen.

Een paar weken geleden ging ik op schoolreis naar Berlijn. We verbleven in een hostel net buiten het centrum en hadden een ongelooflijk heerlijke tijd.

Er moest uiteraad ook heel veel. Er moesten 61 pubers in het gareel gehouden worden, bijvoorbeeld. Bijna-volwassenen die al eens bokkensprongen maken, die ruzie maken, lawaai maken en rommel achterlaten. Maar daar ging het uiteraard niet om.

Er was ook licht, zo veel licht, om thuis even los te laten en het moment te proeven en te beleven.

Het meest van al koester ik de gesprekken met die bijna-volwassenen. Leerlingen die eens naast je komen wandelen of fietsen en daar wat langer blijven hangen om te vertellen. Ik oefen dan om zo goed mogelijk te luisteren en om zelf het gesprek niet te domineren.

De klim en de tocht worden daardoor vanzelf een pak makkelijker.

‘Je moet niet alles vertellen om begrepen te worden.’, heb ik daar in Berlijn een paar keer gedacht.

Ik oefen ondertussen verder in luisteren. Da’s niet makkelijk. Ik loop al 44 jaar op deze wereld rond. Ik verpopte al een paar keer tot een andere versie van mezelf. Nu ik stilletjesaan een plek op de wereld bereik waarin terugkijken zonder de blik op de toekomst te verliezen aan de orde is, constateer ik dat begrepen worden of plekken weten zijn waar iemand je begrijpt alles zijn.

Ik heb ze die plekken. Maar daarrond zijn nog veel onherbergzame stukken. Mensen die ik op afstand hou. Gesprekken die ik uit de weg ga. Bezoeken die ik uitstel of helemaal oversla.

Maar de lente, die is er ondertussen.

De jongen die 1.000 dingen kan

Vandaag wordt hij 12, onze kleine broer.

Dubbel feest, want op die 8e oktober toen, in het putje van de nacht, kwamen ze met z’n tweeën ons leven binnen gedenderd. Van 2 naar 4, op een kwartiertje tijd.

2 maanden voor de afspraak. Na een horrorbevalling waarbij kleine zus met spoedkeizersnede (in de zin van ik – voel – ze – snijden) gehaald werd na een navelstrengprolaps.

Kleine broer en kleine zus. Een duo.

In een vingerknip voorbij. Die 12 jaar.

Een schools verhaal met vertakkingen langs paden die voor kleine broer zelf bezaaid liggen met steile hellingen en verraderlijke ravijnen. Kleine zus bleef in de dorpsschool vlakbij en geniet nu van de nieuwe uitdagingen en het gezelschap van nieuwe vriendinnen op een school met een hart en ruimte om te ontdekken en excelleren op heel veel vlakken.

Onze jongen heeft leerstoornissen (DCD en dyslexie) en doorliep zijn lagereschooltijd in het buitengewoon onderwijs, maar kon tot zijn grote vreugde ook naar het ‘gewone’ middelbaar, in 1 B weliswaar. Lezen en schrijven blijven voor hem geen evidentie. Hij weet heel veel, kweekt konijnen en verbouwt groente, is hondenfluisteraar en trouw verbouwhulpje voor zijn tante. Heeft een ongelooflijk geheugen en kan bergen werk verzetten op de boerderij van oma en opa.

Het schools verhaal blijft een schools verhaal. Ook nu in het middelbaar komt hij vaak knorrig en uitgeput thuis.

Het blijft een zweten en wringen voor ons als ouder. Moet hij nog werken na schooltijd? Moeten wij naast hem zitten en hem leren studeren of is het voor hem genoeg om gewoon naar school te gaan en daar te zwoegen op al wat voor hem al al die jaren zo ontzettend moeilijk is? En moeten we hem ’s avonds dus gewoon laten bekomen van zijn dag?

We blijven smossen met onze kinderen, denk ik soms. (En met ‘we’ bedoel ik niet alleen mezelf. Op die momenten waarop ik denk: ‘Help, wie zorgt er voor mijn kind?’, ‘Help, schiet ik te kort als ouder?’ )

We blijven smossen met zij die niet kunnen wat voor velen een evidentie is.

Met zij die wel kunnen wat anderen niet kunnen, maar niet in het vak van ‘kinderen die de toekomst zullen helpen vorm geven’ zitten.

Hij kwam apetrots thuis met het houten spelbord dat hij gemaakt had in de les techniek, maar moet straks wel naar de bijles wiskunde.

Ik kijk ernaar en weet niet goed wat ik moet denken. School is niet voor iedereen een feest. School is vaak hard werken, voor kleine broer, maar ook voor zijn broer en zussen. En ook voor de mama.

Maar iedereen verdient op tijd en stond een stuk taart. Een compliment. Het gevoel iets heel erg goed te kunnen. Een pluim.

Zomerweemoed

Zomer 15 met met grote broer (het kind dat van mij een moeder maakte) hinkelt op zijn allerlaatste teen. Ik kijk achterom en voel 1000 dingen tegelijkertijd. Dankbaarheid, rust, trots, een prikkend traantje om de snelheid waarmee de tijd door mijn vingers glijdt, …

Nog even en de hectiek van het schoolleven overspoelt me weer. De schoonheid van het gezinsleven van elke dag is in niet-zomervakantie-tijden nu eenmaal soms minder helder zichtbaar.

Het zomerregime van ik-werk-me-door-de-zomerdag en ververs pampers, bereid hapjes en papjes en ben dolgelukkig als ik een kop koffie op z’n minst lauwwarm kan opdrinken of als ik 10 regels uit de krant of uit een boek na elkaar kan lezen ligt achter de rug. Net als de zomerbarbecues waarbij je het gevoel hebt dat je in plaats van te eten en te praten non stop baby’s en peuters aan het verschonen en voeden bent.

Meer dan toen besef ik dat ik zo ontzettend gezegend ben met een hechte clan van fijne mensen rond me. In dezelfde levensfase. Net als ik kwamen ze toen vaak handen, slaap en ogen te kort hadden om hun koters in het gareel te houden. Nu zijn we – op praktisch vlak alvast – uit de loopgraven geraakt.

Deze nieuwe levensfase met jonge tieners geeft – manlief en ik in elk geval – ademruimte. Ik weet het: ‘Morgen kan het weer helemaal anders zijn, maar nu loopt het best wel lekker. Op stap gaan met met z’n 2 kan al een hele tijd zonder babysit. 3 keer per week gaan lopen lukt (dankzij de installatie van een paar goede gewoontes), een telefoontje om alvast een kip in de oven volstaat om het avondeten op tijd op tafel te krijgen.

De kroost doet het goed en scharrelt goddank nog steeds heel erg graag dichtbij rond. Kampen van scouts en Kazou worden ten volle beleefd – op dit eigenste moment is er nog een vanuit Zweden onderweg naar huis – maar dagen thuis, daar houden ze eigenlijk ook wel van. Het is een va-et-vient van nichtjes en buurkinderen. Heerlijk om te zien hoe een 13- of een 15- jarige de 3-jarige buurjongen op sleeptouw neemt, hoe de kleine nichtjes met gemak over de schouders van de oudste neven worden gegooid en hoe ook heel wat andere kinderen zich bij ons helemaal thuis voelen.

Ik heb dan wel 5 tieners in huis, maar zit met hen en hun lijf en hun gemoed nog ten volle in de gezellige schemerzone tussen klein en groot. Wat ik bedoel: Een zetel vol dekens, kinders, een hond en een kat, een keukentafel waaraan geschilderd wordt, waar taarten versierd worden en tekeningen worden gemaakt en goddank nog weinig vragen om uit te gaan of pubergesnauw.

Hoe hoop ik het dit schooljaar behapbaar te houden voor mezelf en voor de kroost:

op tijd naar bed

Gij, ook, moeder.

Ik ben een vroege vogel en gaf dit door aan de kroost. 4/5 van de kinderschare tref je ook in de zomer of in het weekend zelden na 8 u ’s morgens nog in hun bed aan. ’s Avonds hanteren we ook voor de grotere kinderen een vrij streng bedtijduur en gaan telefoons niet mee naar boven.

Tijdens het schooljaar slaap ik veel te weinig. Laat opblijven en vroeg opstaan eisen zijn tol en zorgen voor tijdverlies wegens niet fris genoeg. Dit moet dit schooljaar anders.

gsm op slot

Ik installeerde een nachtslot op mijn gsm. Tussen 22 u en 7 u gaat mijn scherm op zwart-wit. Dit om scrollen in halfwakende toestand tegen te gaan.

Tijd om te lezen en boeken op tijd naar de bib

Ik lees en ik lees en ik lees, maar heb de vreselijk slecht gewoonte om te grossieren in bibboetes. Blijf ik doen – dat lezen – , ook op drukke momenten, maar dat met die boetes moet anders. Geen boetes meer, heb je het gehoord? Tenzij je een sprinter ‘ns pas in een week en 1 of 2 dagen in plaats van in die ene onmogelijke week krijgt uitgelezen.

vaste momenten voor hulp bij huiswerk

Naar school gaan is niet voor elk kind elke dag een heel groot feest. Ook bij ons niet. Ik heb zelf altijd heel graag gestudeerd en zonder morren een tandje bijgestoken of een uur langer gewerkt als dat nodig bleek. Dit is niet voor al onze kinderen een even grote evidentie.

We hanteren de afspraak dat je best doen en dat doen wat je moet doen voor iedereen de basisregel is. We maken als ouders graag wat tijd vrij om te helpen bij het voorbereiden van moelijke toetsen of het meebrengen van bibboeken. Maar niet de laatste dag en niet als het alleen ook lukt. Dit houden we vast van het voorbije schooljaar.

mogen we een taart bakken?

Da’s zeker, da. Probeer hem maar zo mooi mogelijk te maken en ruim de keuken op achteraf.

Mental note: zorg dat de ingrediënten in huis zijn en zorg dat je je er niet te veel in opjaagt dat kinders nu eenmaal rommel maken. De intentie om te bakken en al die dappere of halfslachtige pogingen om op te ruimen zijn toch ook best ok, niet?

schrijf handgeschreven brieven en kaartjes

Doen! Iedereen wordt daar blij van. Zowel de schrijver als de ontvanger én het is een oefening in schoonheid zien en laten zien aan anderen.

Zweden: Wat.Een.Land

Moeders en reizen. Ik durf erom te wedden dat weinig moeders hier te lande en elders de dag voor de gezinsvakantie zorgvuldig op beeld vastleggen. Ze hebben het immers veel te druk met het bewaren van hun kalmte en het blussen van krachtige en plotseling hoog oplaaiende huishoudelijke brandjes.

Bij mij herhaalt zich in elk geval telkens weer hetzelfde scenario: Er wordt eindeloos gezaagd, gezeurd en geruzied en ik krijg het plots niet helemaal helder meer in mijn hoofd: Lees, ik denk dat ik de logies niet goed heb geregeld, dat ik me van datum heb vergist, dat de auto in panne zal staan, dat de beesten en de moestuin thuis zullen verkommeren, dat we nooit heelhuids zullen terug raken.

Noodzakelijke items als passende schoenen, sandalen waarvan de stikking met meer dan 1 wankel draadje vasthangt – wij zweren bij Salt Waters voor de meisjes, de jongens gaan voor Teva’s – , voldoende draagbaar ondergoed en een regenjas en helm voor elkeen blijken plots onvindbaar, tot op de draad versleten of hopeloos te klein.

Manlief zorgt ervoor dat dit uiteindelijk gefixt raakt en laadt met militaire precisie de fietsen op de aanhangwagen. Oude dekens en sporttassen in plastic zakken zorgen dat de lading netjes op zijn plaats blijft. (Ik heb me er al over gezet dat dit niet netjes onder een waterdicht zeiltje kan.)

Ik maak steevast een retourtje boekhandel op die laatste dag voor een nieuwe roman (naast de stapel uit de bib), een Eos en een Knack (met een handig overzicht van de Spelen) en wat raadsel- en sudokomateriaal voor de kroost.

De dag van vertrek klaart de hemel meestal op en is er enkel nog de niet te vermijden evidente vraag (x 1000): ‘Is het nog ver?’, ‘Wanneer gaan we eten?’, ‘Mag de kinderlijst op?’.

Voor onderweg verloor ik het pleit van manlief en mag er op de gsm gegaapt worden. We downloaden een aantal films, zorgen dat er ook lees- en raadseloplosmateriaal aan boord is en reizen zo eigenlijk vrij comfortabel. Dit jaar hadden we voor het eerst ook onze tophond Ollie bij waardoor ‘hondje-aaien’ als extra auto-activiteit kon worden toegevoegd. Daarnaast waren lange sessies ‘Jogclub’- en ‘Running Crew’- podcasts en olympische intermezzo’s via de Sporza-app.

Waarheen?

Onze hoofdbestemming was dit jaar Zweden. Maar eerst ging het via Duitsland.

We vonden een fijne Airbnb in het Bundesland Brandenburg. Een intrigerende plek. Toegegeven, bij aankomst had ik heel even het gevoel dat ik in een scène uit een dystopie (à la ‘The Road’ van Cormac McCarthy) terechtgekomen was. Denk aan: regen, een hijgende, corpulente buurman en sleutelbezorger die door zijn knieën gaat in de keuken om de elektriciteit aan te leggen terwijl ik twijfelde tussen de man een helpende hand aanbieden of er vandoor gaan, ijzeren binnendeuren die een griezelig knerpend geluid maken en muizenvallen die klaarliggen op het keukenschap, om nog maar te zwijgen over de ‘Grillplatz’ met hoog opgehoopte – en dus dringend op te ruimen – as in de schaduwrijke achtertuin die me deed denken aan een uit de hand gelopen schranspartij met mensenvlees.

Soit, de regen gaf het op, voorbij de ashoop bleek een alleraardigste aanlegsteiger te liggen en een excellent roeibootje. De kinderen maakten grapjes over dikke muizen in de vallen en stonden in de rij om het bootje uit te testen.

We zaten aan een zijarm van de Havel en hadden uitzicht op een rustig panorama van mensen die op een (woon)boot vakantie hielden en aan dek genoten van een rustige avond. Een deeltje van de wereld waar ik eigenlijk nog nooit veel gedachten aan heb gewijd.

We genoten van enkele dagen grillen, wandelen, varen, vissen, lezen en fietsen en vierden de 13e verjaardag van grote zus met een rijtje kaarsen op een lekkere barbecueworst. Ik kreeg het kroostje uiteindelijk zelfs zo ver dat ze na een voormiddag klimparcours tot een rondje Teufelsberg te verleiden waren – een kunstmatige heuvel van waaruit je Berlijn kunt zien – ik bespaar je de historische uitleg en geef enkel nog mee dat er prachtige graffiti te zien is en dat er heel lekkere koffie is.

Veerboot

Zweden dan. Met de ferry dan nog. Via Polen dan nog.

Op zulke momenten ben ik eigenlijk enkel ‘autovulling’ en probeer ik zo weinig mogelijk te zeggen. Ik ben ervan overtuigd dat we de weg niet zullen vinden op de haven, dat de hond niet zal mee mogen of zoek zal raken, dat ik de paspoorten van de kinderen kwijt zal zijn of erger nog dat we schipbreuk zullen leiden. En ik voel niets dan bewondering voor manlief die kalm in de rij staat, kleine broer tot een extra uitlaatbeurt voor Ollie weet te overhalen, sust en blust en geduldig vragen beantwoordt.

Het all-you-can-eat-buffet bleek best smakelijk en het nachtje in de kajuit verliep vlot. Ollie wilde niet op het hondentoilet , mocht niet in de restaurantsectie op de boot en was daardoor wat de kluts kwijt. De zachtmoedigste dochter vertrouwt me toe dat ze de hele nacht gedacht heeft dat de boot zou zinken. Het deel van onze kinderschare dat altijd extra aanmoediging nodig heeft voor tanden poetsen en verse kleren aantrekken, maakt schaamteloos misbruik van die ene reistas die we tussen de 2 kajuiten heen en weer dragen en verschijnt aan het ontbijt in een multifunctionele slaap-, eet- en leefoutfit. Maar voor de rest is deze manier van reizen meer dan ok.

Een uurtje na aankomst in Malmö is het heel erg stil op de achterbank en haalt de voltallige kroost nog minstens een uur slaap in.

Het huisje in Zweden is super goed uitgerust. Als ik het trekkertje in de douche zie hangen en de zeer nette slaapkamers in het oog krijg, zie ik even rampscenario’s van schadeclaims via Airbnb – wegens te hard geleefd – voor mijn geestesoog verschijnen. En had ik eigenlijk wel meegedeeld dat we een hond bij hadden?

Die zorgen blijken onterecht. Het gaat hier gewoon om een netjes onderhouden zomerwoning van een familie die hier duidelijk een deeltje van zijn hart mee naartoe gebracht heeft en via Airbnb een cent wil bijverdienen.

We hebben een prachtig houten terras, een magnifiek zicht op het meer en opnieuw een eigen aanlegsteiger en bootje. Het zwemmen laat ik aan de kinderen over wegens veel te koud zonder wetsuit voor een koukleum als ik.

Dit verblijf is zo waardevol en louterend. De kinderen en manlief zijn in hun sas. De omgeving nodigt uit tot eindeloos wandelen en fietsen en ook voor de looptrainingen van grote broer blijkt dit een heerlijke plek.

Voor Ollie kochten we een fietsmand voor de bagagedrager. Onze lieve vriend is er niet dol op en laat zijn ongemak af en toe horen. Toch kan hij zo op een comfortabele manier mee de hort op en zolang je vooraan fietst vindt hij het eigenlijk best ok.

Hoe geregeld?

Tijdens onze zomerreizen laat ik eigenlijk heel veel gewoon op me afkomen. Ik ga op voorhand niet eindeloos activiteiten uitpluizen en uitstippelen. Manlief kan vlot overweg met Komoot en heeft heel veel meer aanleg dan ik voor het uitstippelen van haalbare activiteiten. Soms denk ik dat dit compensatiegedrag is voor het feit dat ik schoolcontext altijd alles tot in de puntjes op voorhand geregeld wil en moet hebben.

Soit, voor ons werkt het prima en het brengt me vaak veel onverwacht schoons. Tijdens ons dagje Stockhom waar we met de trein heengingen bleek Ollie bijvoorbeeld niet welkom in het openluchtmuseum Skansen. Geen nood, kleine zus zag een middag met moeder en hond alleen wel zitten, en zo ontdekten wij met z’n drietjes de prachtige historische binnenstad en schuilden we in een heel fijn koffiehuisje voor een plotse plensbui.

Ik ging om 5 u ’s ochtends in mijn eentje wandelen, zag daarbij een tiental reeën opduiken, ging fietsen in een oranje avondgloed, vond een momentje met elk kind apart, moest me reppen om hen bij te houden op wandel- en fietstochten en had voor een keer wel genoeg tijd voor stil genieten. Van al dat prachtig jong leven rond me.

Voor grote broer ronden we straks zomer 15 al af. Hij groeit, hij leeft gretig en graag, hij effent zijn pad. Grote zus, ons zomerse zonnekind, plukt de dag met een jaloersmakende souplesse en trekt het kleinste sprotje mee in haar sprankelende kielzog. Kleine zus en kleine broer gaan straks ook al naar het middelbaar. De ene met een nieuwsgierige en soms wat onzekere blik, de andere met een zeer grote ‘oef’. Eindelijk naar het middelbaar. Eindelijk een stapje dichter bij mogen timmeren en bouwen voor de kost in plaats van enkel een alleen dat eeuwige gevecht met die moeilijke taaloefeningen.

Manlief en ik beleefden onze 18e zomer als getrouwd stel. We doen het goed, het gaat goed, want ook onderweg voelt met hem altijd als thuis aan en da’s voor mij het schoonste en meest overtuigende bewijs. Quatorze juillet is ook na 22 jaar nog altijd feest voor ons.

Met pretparken doe je mij eigenlijk geen plezier. Maar he, ook niet-wijndrinkers doen water bij de wijn. Ik ben een belabberde chauffeur en rij alleen als niet anders kan. Op reis rij ik per definitie niet. Van Stuttgart naar huis rijden in één trek was voor manlief geen optie na opnieuw een nachtje op de ferry Zweden – Duitsland. Het compromis: een stop in pretpark Heidepark .

Ik zag kinderen die plezier maakten en maakte er het beste van. Het lukte. Mag ik dan nu een bank vooruit?

Na de goede voornemens

Het overkwam me weer. Ik liep door tot ik er bijna bij neerviel.

We schrijven, paasvakantie 2024.

Een week vakantie, voldoende slaap, een ijzerkuur (waar mijn maag wel slecht tegen kan) , een weekend in Noord-Frankrijk met het gezin en dat van broer en zus waarbij niemand er raar van opkeek dat ik me af en toe eens buiten de cirkel zette om op mijn gemak wat te lezen of in mijn eentje een toertje te gaan lopen op een sukkeldrafje zorgden ervoor dat de energiemeter niet al te lang op rood bleef staan.

De feiten: vrouw, 43, met ambitie op familiaal, professioneel en sportief vlak vond 3 jaren geleden een stekje in de school van haar dromen. Grote broer en grote zus zijn ondertussen ook leerling in diezelfde school. Volgend jaar komt kleine zus erbij, gaat kleine broer elders in 1 B zijn bouwdroom achterna en zal het kleinste sprotje heel hard moeten slikken (en menig traan plengen als ze tot de conclusie komt dat alleen zij en Ollie nog fulltime in de heimat leven en werken:)

De feiten: Met gezond verstand, een goede vooropleiding, vakkennis, liefde voor mensen en veel flexibiliteit kun je meer dan 1 steen verleggen in een (onderwijs)rivier op aarde. Je moest eens weten hoe simpel het is om feedbackwerk niet te laten liggen en om gewoon voort te doen. Een leerling die weet dat zijn weer meteen nagekeken wordt, zal heus wel 2 keer nadenken vooraleer hij zijn opdracht niet maakt.

Je moest eens weten hoe fijn het is om collega’s te hebben aan wie je wel alles kunt vragen.

Edoch, onderweg gebeurt er vanalles. Collega’s zijn even afwezig, leerlingen zijn uit hun hum en hebben nu op dit eigenste moment een leerkracht nodig met 7 paar ogen, 3 paar handen en het geduld van een schildpad van 2 eeuwen oud, de printer jamt, er is opendeurdag op school waardoor je veel te weinig tijd vindt om even rustig gewoon niets te doen, de kinderen hebben een nieuwe foto voor hun paspoort nodig, damm, weeral vergeten dat er een afspraak bij de ortho was en dat ik ooit een inschrijvingsbewijs voor mijn speedpedelec op een logische plek had moeten wegleggen.

Dit alles en de nooit aflatende stroom werk en de eeuwige strijd om af te bakenen, blijven voor mij een huizenhoog issue.

Ik zie beterschap voor mezelf. Ik zoek en vind licht en lichtheid.

Ik doe ondertussen fast forward naar het begin van de zomervakantie.

We did it again! Een prachtig schooljaar afwerken.

Met een team dat steeds vertrouwder aanvoelt en waarbij het me steeds beter lukt om alles te zeggen wat moet gezegd worden.

Met een radar die steeds scherper is afgesteld waardoor ik weet dat dingen voorbij gaan en dat leerlingen komen en gaan en dat het momentum er is om er telkens opnieuw het allermooiste en allerwaardevolste wat op dat moment mogelijk is van te maken.

Waarin het me steeds beter lukt om niet van mijn grondbeginsel af te wijken, namelijk geloven dat mensen om je heen hun best doen en dat ze er een goede reden voor hebben als dat even niet lukt.

Ik had het erover in de speech die ik voor school voorbereidde, over de bereidheid om mekaar door de dagen te dragen als een van je medemensen onderweg (even) op het einde van zijn krachten blijkt.

Daarmee wil ik jullie graag de zomer in sturen. Met de vraag om daar even bij stil te staan en om te geloven en te blijven geloven in de kracht van nabij en dichtbij. Van kleine dingen en gebaren die zoveel grootser zijn dan je denkt.

Ik denk aan een bemoedigend woord van dank voor een leerkracht die je kind een jaar onder zijn of haar vleugels had – ook als je het niet altijd 100 % eens was met hoe het allemaal liep.

Om te geloven in de kracht van de verbinding met de mensen met wie je samenwerkt, waar je kind school loopt, met wie je een dorp of een straat deelt.

Ondertussen worden hier mijlpalen gevierd (kleine broer en kleine zus zwaaiden af op de lagere school) wordt hier gelachen en geleefd, gelopen en gelezen en staat onze deur altijd wagenwijd open.

Het is een wedstrijd (die je niet winnen kan)

Of ik mee ga naar het Belgisch kampioenschap veldlopen vraagt manlief ergens tussen soep, patat, drol van puppy Ollie en alarm van de rookmelder omdat ik het vlees vergat op het fornuis. Ik zeg ‘ja’ omdat ik dat heel graag doe. Ik hou ervan om met mijn camera in de aanslag door de modder te banjeren en al die atleten en vrijwilligers bezig te zien.

Hoe de pubermeisjes die zich de ziel uit hun lijf hebben gelopen zich gedwee door hun mama laten ondersteunen, hoe die opgeschoten jongens elkaar onhandig omhelzen bij wijze van felicitatie, hoe de blijdschap of de ontgoocheling van al die sportieve lijven af te lezen valt …

En ik wil mijn grote jongen uiteraard zien schitterend. Het wordt spannend of hij het deze keer al dan niet zal halen van zijn eeuwige rivaal, de rijzige en sympathieke Barnabé Chiliade uit Wallonië. (Hij haalde het net niet. Slikte zijn ontgoocheling grootmoedig door en is nu al een wedstrijdaanpak aan het uitdenken om volgende keer wel dat felbegeerde shirt met driekleurstrookje te bemachtigen. )

Ik maakte zondag even abstractie van het feit dat ik me tijdens schoolweekends eigenlijk geen volledige dag uithuizigheid kan permitteren. Ik heb 2 keer 5 uur nodig – op zijn minst – om mijn lessen en correctiewerk rond te krijgen. Anders worden mijn nachten weer veel te kort.

En dat wil ik niet. Toch doe ik het. Keer op keer. Werken lang nadat de lichten om me heen overal uit zijn gegaan en niet zelden nadat ik die kroost die geen 20 jaar meer om verhaaltjes zal vragen met net iets minder geduld dan ik oorspronkelijk in gedachten had in bed heb gedropt.

Veel dingen lukken goed. Ik voel me goed in mijn (sportieve) vel. Ik train consequenter dan ooit tevoren voor de halve marathon die ik in maart volgend jaar wil lopen. Ik lees boeken, ik sta te blinken vooraan in de klas. De kinderen vertellen over wat hen bezighoudt zonder dat ik het eruit moet sleuren. Ze pakken hun fiets om zelf naar de scouts en de atletiek te rijden en zijn op hun gezegende momenten zo lief en attent voor elkaar. En die momenten zijn best wel talrijk.

Er zijn afgebroken sleutels in fietsslotjes, moeilijke toetsen voor Frans, rommelige kamers, wasgoed waar geen eind aan komt, maar dat deert me eigenlijk niet.

Het is dat eeuwige tijdsvraagstuk dat wringt en dat ik bij zoveel mensen om me heen hoor en voel knagen. In een poging mezelf op de been te houden en toch af en toe een moment rust te creëren bestaan mijn dagen vooral uit werken, moederen en atletiekuitjes. Ik skip veel dingen die ik eigenlijk ook graag doe: Koffie drinken met vriendinnen, gewoon niets doen, gaan zwemmen met de kroost, vol-au-vent maken, nieuwe recepten uitproberen, handgeschreven brieven schrijven, langsgaan bij mijn ouders, …

Misschien is wat ik wel doe voorlopig genoeg en leer ik doordat ik besef dat tijd een zeldzaam goed is die schone momentjes met manlief, de kroost, de neefjes en nichtjes, de buurkinderen en hun ouders des te meer waarderen.

Misschien heb ik straks spijt van wat ik gemist hebt.

Zolang de puppy’s voor de puppy’s zorgen en de kinderen de nieuwe buren met heerlijke tekeningen en zelfgebakken koekjes welkom heten tel ik mijn zegeningen en kus ik mijn polletjes voor zoveel geluk en schoonheid in één mensenleven.

Het gaat erom om de juiste cadans te vinden. Ik voegde wat interessant non-fictiemateriaal toe aan mijn leesroutine met deze interessante tijdsplanner van Cal Newport en probeer mezelf te leren dat het ok is dat het soms eens genoeg geweest is en dat je de boeken moet leren toedoen als het vet van de soep is.

De achterkant van de zomer

Het gaat hard. Dit schooljaar. De dagen verglijden. Vaak in schoonheid. Vaak met tonnen voldoening voor wat ik samen met mijn collega’s voor mekaar krijg als onderwijsprofessional. Maar nog te vaak met te weinig tijd en ademruimte voor het thuisfront.

2 van onze kinderen. Grote broer en grote zus gaan ondertussen naar de middelbare school. Ik zie de volwassene die ze bijna zijn glimmen onder hun vel en ik zie ook daar veel schoons.

Schoolverlatersklas

Kleine broer zit in de schoolverlatersklas in het buitengewoon onderwijs. Hij kan misschien volgend jaar al overstappen naar de B-stroom in het middelbaar. Dat wil hij heel graag. Samen met zijn tweelingzus naar het middelbaar. Al is samen in hun geval ook telkens weer apart. Het wordt een andere school, het wordt een andere weg. De kaarten van kleine broer liggen nu eenmaal anders. Zijn talent is er daarom niet minder om. Al lijkt hij daar zelf meer en meer aan te twijfelen.

In afwachting daarvan sleept zich door zijn schooldagen en is hij een ander kind in het weekend en in de vakantie. Keer op keer raap ik mijn moederhart of wat daarvan rest van de grond als ik hem met hangende schouders naar beneden zie komen voor het ontbijt of als ik hem ’s avonds vraag of hij alsjeblieft zijn huiswerk wil maken.

Ik objectiveer en kijk soms naar mezelf vanop een klein afstandje. Ik zie vaak / geregeld / soms – schrap hier gerust wat niet past – dat het ok is. Dat ik het goed (genoeg) doe als moeder en als mens. Dat er vrijheid en veiligheid is en dat onze kinderen voor elkaar en voor hun vrienden en familieleden zorgen.

Groeikansen

Ik zie ook best nog groeikansen in dat omgaan met tijd. Sinds ik Atomic Habits van James Clear lag, ligt mijn gsm bijvoorbeeld niet meer in mijn bureauschuif maar buiten mijn werkkot in een blikken koekentrommel.

Toch constateer ik telkens opnieuw dat de werkdruk hoog is in het onderwijs en dat de zoektocht naar vervangers voor collega’s die uitvallen wegens ziekte of die met zwangerschapsverlof gaan of ouderschapsverlof opnemen de proportie van een ware odyssee aanneemt.

Hoe is dat zo ver kunnen komen? Waar moet dat heen?

Ik probeer het vaak zo te bekijken. In het licht van de eeuwigheid ben ik van weinig waarde. Ik win straks geen nobelprijs. Ik leef mijn leven met open ogen, ik probeer voor mezelf te zorgen, ik probeer mijn kinderen te leren dat ze dat ook moeten doen, maar ik benadruk constant dat ze ook kunnen helpen om voor elkaar en voor anderen te zorgen.

Ik ben mij ervan bewust dat ik rechten heb, maar ook plichten.

Als we dat nu eens met z’n allen zouden proberen. Niet hoog van de toren blazen en doen alsof wij wel weten hoe het moet, maar gewoon doen. Elke dag opnieuw. Vol goede moed en goesting en met onze oren en ogen wijd open.

We zullen nooit kunnen vermijden dat er dingen fout lopen, dat we ons geduld verliezen of al eens wat tijd verlummelen, maar dat moet ook niet. Perfectie is niet (altijd) nodig.

Noodlot

Laat mij eens met een heel droevig voorbeeld illustreren hoe je mekaar kunt dragen of hoe je mekaar kunt negeren.

De donderdag voor de vakantie sloeg het noodlot toe voor onze lieve hond Rex. Hij glipte ’s middags onder de poort door en werd aangereden door een auto. Kleine zus en haar vriendinnetje waren alleen thuis en hoorden een harde klap. Ze liepen meteen de straat op en haalden Rex naar binnen. Hij jankte en had veel pijn en is even later gestorven. De chauffeur die Rex aanreed, reed waarschijnlijk te snel, was afgeleid of had hem gewoon niet gezien. Dat kan gebeuren (die twee laatste dingen). Niemand gaat de weg op met het plan: ‘Ik ga vandaag eens een hond doodrijden’. Rex moest daar ook niet lopen. (Dat weten we ook). Maar die chauffeur maakte het wel nog erger door niet te stoppen en twee kleine meisjes alleen te laten met een stervende hond.

Dat bedoel ik ook met voor elkaar zorgen. Wel stoppen en wel helpen en niet er niet van uitgaan dat het ook ok is als je het een ander voor jou laat oplossen of erger nog ervan uitgaan dat jij gewoon helemaal niets moet doen.

Ook als het slecht gaat, als je een fout maakt, als je een belofte niet nakomt of als je het gewoon verkakt, is het je plicht om je als mens onder de mensen te gedragen.

Maak je niet uit de voeten, kijk niet weg, vergeet niet om ook voor elkaar te zorgen en andere mensen door de dagen te dragen als je je daar sterk genoeg voor voelt.

Kleine broer is er het hart van in dat zijn allerbeste dierenvriend er plots niet meer is. De vrijdag voor de vakantie hingen zijn schouders nog meer af dan anders. Was er beeld zonder klank en zat er een kind aan mijn keukentafel dat er niet toe in staat was om naar school te gaan. Het verdriet was te groot. Gelukkig was er een fijngevoelige buurvrouw aan wie ik het slechte nieuws over Rex had verteld en die me had laten weten dat ze die vrijdag thuis was met haar zoontje van twee en dat kleine broer daar terecht kon.

Dat is voor elkaar zorgen en elkaar en elkaars kinderen door de dagen helpen dragen.

Het verdriet om onze lieve, onstuimige Rex blijft vers en blijft schrijnen.

We haalden wel een nieuwe pup in huis. Voor kleine broer, voor grote broer, voor grote zus, voor kleine zus, voor het kleinste sprotje, voor onszelf en voor de neefjes, nichtjes en buurmeisjes die onze huisdieren allemaal om ter liefst zien.

Ollie heet hij. Wensen jullie hem een lang en gelukkig leven toe en rij je straks voorzichtig?

De boekenbanjeraar

Ik banjer door de schoolgang met mijn armen vol boeken. Om straks iedereen die de melding in de Classroom om boek 3 mee te brengen naar school al dan niet moedwillig heeft gemist alsnog van leesvoer te voorzien.

‘Iedereen’ is hier een groep van bijna 50 zeventienjarigen die school lopen op die fijne plek in Brugge waar ik als leerkracht aan de slag ben.

De schoolreis van vorige week zit nog in hun hoofd, de zomer zit al in hun tenen. Sommigen lezen graag en veel, anderen lezen met lange tanden, nog anderen roepen de hulp van Chat GPT in of vinden het van zichzelf al heel wat als ze op z’n minst de film bij het boek hebben gezien.

De correctie van de 47 opdrachten bij ‘boek 3′ zal me straks minstens 47 keer 6 minuten kosten (omgerekend een dikke 5 uur en dan heb ik er reminders voor de late indieners en de op-de-verkeerde-plek-of-via- het-verkeerde-kanaal-indieners nog niet bijgerekend). Met graagte gedaan, ’s morgens vroeg of ’s avonds laat, zolang ik zelf nog wat tijd overhoudt voor mijn eigen leesminuutjes en zo lang het ergens toe leidt.

De goesting om mijn leerlingen te doen lezen blijft groot. Ook als ik merk dat het trekken, slepen en sleuren blijft.

Ik lees voor (daar blijven ze van houden ook als ze bijna volwassen zijn), ik lees zelf op elk vrij moment, ik maak graag reclame voor boeken die louterend aanvoelen of die aansluiten bij de interesse van specifieke leerlingen. Ik hou bij wie welke boeken leest, wie tijdens leespraatjes rood aanloopt omdat hij of zij niet uitgelegd krijgt welk moment uit het boek herkenbaar aanvoelde of welk beeld volgens hem of haar mooi was geconstrueerd. Ik gebruik moeilijke woorden (bij mondjesmaat) omdat ze die dan straks kunnen toevoegen aan hun eigen vocabulaire.

Nu moet ik weg.

Ik hou een ‘leestwintigje’ met mijn dochters. 20 minuten. Zitten. Lezen. Zwijgen. Heerlijk. En mijn zonen, die lezen ook, voorzichtig met mondjesmaat, op de mat, in bed, ergens onderweg.