Vertragen om vast te houden

7 uur slaap. Daar heb ik mezelf de voorbije maanden op getrakteerd, elke nacht opnieuw. (Of toch meestal.) Het is immers een illusie te denken dat 5 uur genoeg was voor mij, de voorbije jaren. Nu nog mijn chronisch ijzertekort wegwerken en we zijn er helemaal op dat vlak.

Het leven voelt ondertussen goed en vertrouwd aan in mijn 17 e jaar als moeder en mijn 45e jaar als mens.

Grote broer traint droomt in stilte en soms al eens hardop van waar hij met zijn loopcarrière naartoe wil. Een training is een training en die moet afgewerkt worden, en bovenal is het voor hem een feest om te mogen lopen, hoe ver of hoe winderig het ook is.

Ik kijk en ik geniet van al die jonge kracht. Hem op schools vlak bij de les houden, is mijn dagelijkse training:)

Grote zus, kleine broer en kleine zus en het kleinste sprotje volgen in het kielzog van de oudste. Zo was het en zo is en zo blijft het hopelijk nog even. De kinderen zijn eigenlijk nog best vaak gewoon thuis waar altijd wel een taart te bakken is, een beest te knuffelen of een nichtje te entertainen.

Onze beestenboetiek buiten breidde flink uit ondertussen. De twee Hooglanders Mary en Rosie kregen gezelschap van het stierenkalf Fergus en ook de schapen kregen een mannelijk vriendje. Het is fijn om de boel draaiende te houden, daar bij ons thuis.

Er is heel soms een heel klein beetje tijd over. Tijd om te zitten, te hangen, te praten. Hoe die tijd ingevuld moet worden, vind ik soms moeilijk. Ik zie de kroost niet graag op een kluitje, scrollend, in de zetel. Elk in zijn of haar eigen wereldje, maar ik wil ook niet per se dat elk moment dat over is collectief beleefd wordt.

Ik loop minder graag dan vroeger van hot naar her, ik wil niet dat elke dag van mijn leven dichtgeplamuurd zit met etentjes en afspraken. Ik hou van echt contact, van mensen die echt dichtbij durven komen en die daar blijven zonder dat je daar veel over moet nadenken. Ik hou van telefoons die opgenomen wordt als je belt om te vragen hoe het gaat en die vergeten worden van zodra je bij elkaar bent, van handgeschreven brieven en van schouderklopjes die zalven en sterken tegelijkertijd, van spontane koppen koffie en woorden die raak en ter zake zijn zonder een al te lange aanloop.

Soms maak ik de rekening, van de jaren die voorbij zijn. Dan zie ik mensen die dichtbij waren en die gebleven zijn, mensen die erbij kwamen en anderen die een andere richting uitgingen. Soms vind ik de prijs voor volwassen zijn hoog en vind ik dat er van de dag weinig overblijft nadat alles wat moet in orde is.

Voor niets gaat de zon op.

Dat weet, maar wat ben ik blij elke keer als ik een moment had om van dat op- of ondergaan te genieten.

copyright: @williamscriven

Grote broer in actie op de Cardiff Cross Challenge 2025

Voor de veiligheid van de kinderen

We tikken stilletjesaan richting kerstperiode. Nee, de kerstkaartjes zijn nog niet gemaakt en de fotocadeautjes nog niet besteld. De laatste lessen van het jaar zijn wel gegeven. En die waren dik in orde. De kerstloop in Brugge is ook gelopen en die kroop me wel een beetje in de kleren. Zo na een week van ren-je-rot-van-her-naar-der. En dan ook nog eens 10 km in plaats van 6. Soit, ik heb genoten, daar niet van.

Zondagmiddag was er de langverwachte EK-wedstrijd / crosscup in Brussel. Wacht nee – dat klopt niet – die crosscup werd er gewoon tussenuit genepen. ‘De youth races’ kunnen niet doorgaan kregen we de avond voordien droogweg via mail te horen, ‘voor de veiligheid van de kinderen’. (Lees: Die honderden kindervoeten zullen het parcours nog meer in een modderpoel veranderen. Er zal kritiek komen. Wacht neen – dan maar geen kinderen.)

Jammer toch, voor die jonge atleten, dat ze niet mogen lopen en nog meer dat we hen voortonen hoe je als ‘groot mens’ een kat vooral geen kat mag noemen en hoe je vooral niet mag zeggen waar het eigenlijk op slaat. Zeg het gewoon zo: ‘Er is veel modder. Als jullie eerst met al jullie enthousiasme door die grasstroken gaan ploegen, is er straks voor de grote mensen geen plekje meer over waar ze niet tot aan hun enkels in de modder staan. Dan gaan ze glijden en over elkaar heen vallen en zullen ze zeggen: ‘Die Belgen maken er een potje van met hun EK daar in de modder. Sorry, jongens en meisjes, dit lukt niet.’

Nog iets waar mijn hart van bloedt, waren de tegenvallende pisa-resultaten van onze jongeren en nog meer de manier waarop we daar allemaal van in een kramp schieten. Ik zie dat ze er zijn, die jonge mensen met stamina en talent, die er vol voor gaan. Ik zie ook dat een aantal van hen vol op de rem gaat staan en niet wil meedoen – of alleen met de handrem op wil meedoen.

Ik zie ouders en leerkrachten buigen en plooien, toedekken en instoppen. Zichzelf en hun kind in slaap sussen. Ik leer en ik ervaar dat mildheid wonderen kan doen, maar dat er grenzen zijn.

Achteraan in de klas

Ik zat ooit achteraan in de klas tijdens fysica. Ik was 14 en zat in het 3e middelbaar. – Later zou ik dierenarts of germanist worden. Latijn-wiskunde moest en zou het worden, als studierichting met zo veel mogelijk verderstudeeropties. Ook al was toen al duidelijk dat mijn talent voor talen groter was dan dat voor wiskunde en wetenschappen. – Na les 1 werd me duidelijk dat ik de leerkracht vooraan helemaal niet kon verstaan daar zo helemaal achteraan in de klas.

Ik ben namelijk doof aan mijn rechteroor wegens complicaties bij de bof in mijn kleutertijd. Zien wat er op het bord stond, lukte ook moeilijk met die niet-perfecte ogen van mij. ‘Ik spreek luid genoeg’, zei de leerkracht. Toen ik haar vertelde over mijn ‘probleem’. Het was niet luid genoeg en het lukte niet zo goed voor fysica. Ik studeerde me suf voor een pover resultaat en pikte een jaar lang amper iets op uit de les.

Dit scenario herhaalt zich vandaag hopelijk minder vaak dan toen. Elke gerechtvaardigde vraag om hulp moet gehoord worden en moet helder gesteld worden. Dan kunnen we starten en onze energie op een nuttige manier aanwenden.

De generatie die nu op de schoolbanken zit heeft wél oog voor wie een functioneel probleem heeft en kan al veel beter duiden en omschrijven wat er fout loopt. De daadkracht moeten wij hen nu enkel nog vol overtuiging voorleven.

Als we dat nu eens meenemen: Als we duiden en instrueren. Een kader schetsen, geen luiheid gedogen – je leest je boek, je bereidt je toets voor, je legt je telefoon weg, je haalt je kauwgum uit je mond, je zet je stoel op je bank, je laat de hond buiten, je laadt je chromebook op, je ruimt je dienblad af, je zet je fiets weg – en zelf tonen dat het zo vooruit kan gaan.

Dan zijn we echt onderweg naar morgen en dan zijn we echt oprecht begaan met de veiligheid van de kinderen.

Laat ze lopen en vliegen met hun haren in de wind om energie en kunde op te doen voor later, als ze groot zijn.

Het is een wedstrijd (die je niet winnen kan)

Of ik mee ga naar het Belgisch kampioenschap veldlopen vraagt manlief ergens tussen soep, patat, drol van puppy Ollie en alarm van de rookmelder omdat ik het vlees vergat op het fornuis. Ik zeg ‘ja’ omdat ik dat heel graag doe. Ik hou ervan om met mijn camera in de aanslag door de modder te banjeren en al die atleten en vrijwilligers bezig te zien.

Hoe de pubermeisjes die zich de ziel uit hun lijf hebben gelopen zich gedwee door hun mama laten ondersteunen, hoe die opgeschoten jongens elkaar onhandig omhelzen bij wijze van felicitatie, hoe de blijdschap of de ontgoocheling van al die sportieve lijven af te lezen valt …

En ik wil mijn grote jongen uiteraard zien schitterend. Het wordt spannend of hij het deze keer al dan niet zal halen van zijn eeuwige rivaal, de rijzige en sympathieke Barnabé Chiliade uit Wallonië. (Hij haalde het net niet. Slikte zijn ontgoocheling grootmoedig door en is nu al een wedstrijdaanpak aan het uitdenken om volgende keer wel dat felbegeerde shirt met driekleurstrookje te bemachtigen. )

Ik maakte zondag even abstractie van het feit dat ik me tijdens schoolweekends eigenlijk geen volledige dag uithuizigheid kan permitteren. Ik heb 2 keer 5 uur nodig – op zijn minst – om mijn lessen en correctiewerk rond te krijgen. Anders worden mijn nachten weer veel te kort.

En dat wil ik niet. Toch doe ik het. Keer op keer. Werken lang nadat de lichten om me heen overal uit zijn gegaan en niet zelden nadat ik die kroost die geen 20 jaar meer om verhaaltjes zal vragen met net iets minder geduld dan ik oorspronkelijk in gedachten had in bed heb gedropt.

Veel dingen lukken goed. Ik voel me goed in mijn (sportieve) vel. Ik train consequenter dan ooit tevoren voor de halve marathon die ik in maart volgend jaar wil lopen. Ik lees boeken, ik sta te blinken vooraan in de klas. De kinderen vertellen over wat hen bezighoudt zonder dat ik het eruit moet sleuren. Ze pakken hun fiets om zelf naar de scouts en de atletiek te rijden en zijn op hun gezegende momenten zo lief en attent voor elkaar. En die momenten zijn best wel talrijk.

Er zijn afgebroken sleutels in fietsslotjes, moeilijke toetsen voor Frans, rommelige kamers, wasgoed waar geen eind aan komt, maar dat deert me eigenlijk niet.

Het is dat eeuwige tijdsvraagstuk dat wringt en dat ik bij zoveel mensen om me heen hoor en voel knagen. In een poging mezelf op de been te houden en toch af en toe een moment rust te creëren bestaan mijn dagen vooral uit werken, moederen en atletiekuitjes. Ik skip veel dingen die ik eigenlijk ook graag doe: Koffie drinken met vriendinnen, gewoon niets doen, gaan zwemmen met de kroost, vol-au-vent maken, nieuwe recepten uitproberen, handgeschreven brieven schrijven, langsgaan bij mijn ouders, …

Misschien is wat ik wel doe voorlopig genoeg en leer ik doordat ik besef dat tijd een zeldzaam goed is die schone momentjes met manlief, de kroost, de neefjes en nichtjes, de buurkinderen en hun ouders des te meer waarderen.

Misschien heb ik straks spijt van wat ik gemist hebt.

Zolang de puppy’s voor de puppy’s zorgen en de kinderen de nieuwe buren met heerlijke tekeningen en zelfgebakken koekjes welkom heten tel ik mijn zegeningen en kus ik mijn polletjes voor zoveel geluk en schoonheid in één mensenleven.

Het gaat erom om de juiste cadans te vinden. Ik voegde wat interessant non-fictiemateriaal toe aan mijn leesroutine met deze interessante tijdsplanner van Cal Newport en probeer mezelf te leren dat het ok is dat het soms eens genoeg geweest is en dat je de boeken moet leren toedoen als het vet van de soep is.